Les 2: ontstaan van social media

BURGERSCHAP
Periode 2 - digitaal burgerschap



BK 2
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapsonderwijsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

BURGERSCHAP
Periode 2 - digitaal burgerschap



BK 2

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat is social media?
A
Websites waar je informatie kan lezen.
B
Websites waar je informatie kan plaatsen voor iedereen.
C
Apps waar je nieuws kan lezen.
D
Apps waar je informatie kan plaatsen voor vrienden.

Slide 3 - Quizvraag

Wat is géén social media platform
A
Facebook
B
Instagram
C
TikTok
D
NOS

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een voordeel van social media?
A
Je kan praten met vrienden
B
Je kan zien wat iemand doet
C
Je kan foto's en video's bekijken
D
Het zijn allemaal voordelen.

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een nadeel van social media?
A
Al je informatie staat op internet
B
Er staat geen informatie van jou op internet
C
Je kan foto's en video's bekijken
D
Je kan foto's en video's bekijken

Slide 6 - Quizvraag

Leerdoelen
Aan het eind van deze les...
...kan ik uitleggen hoe en wanneer social media is ontstaan. (T1)
...weet ik hoe het internet is ontstaan. (R)

Slide 7 - Tekstslide

Het internet


Het eerste bericht 
ooit van de student Charley Kliney.

Slide 8 - Tekstslide

Het internet
WWW betekend
World Wide Web. Het werd
bedacht door Tim Berners-Lee.
Dit is de 'geboorte' van het internet.

Slide 9 - Tekstslide

Het internet
De allereerste
website komt online
voor mensen. Nog niet heel veel
mensen hadden internet.

Slide 10 - Tekstslide

Het internet

Slide 11 - Tekstslide

Het internet
Vanaf dit moment komen
er steeds meer internet gebruikers.
Nu, bijna 30 jaar later, is het 
internet niet meer weg te denken.

Slide 12 - Tekstslide

0

Slide 13 - Video

In welk jaar komt het allereerste social media platform online?
A
1997
B
2002
C
2004
D
2009

Slide 14 - Quizvraag

Welk social media platform bestaat nog wel en welke niet meer?
Bestaat nog
Bestaat niet meer
Friendster
Twitter
MySpace
Facebook
TikTok
GooglePlus

Slide 15 - Sleepvraag

Social media
Samen met het internet is social media ontstaan. Omdat mensen contact wilden maken met andere mensen. 
sociaal = contact hebben met andere mensen.
media = een ander woord voor middelen om mee te communiceren (bijvoorbeeld telefoon, televisie, krant, whatsapp, sms).





Slide 16 - Tekstslide

Social media
Over de hele wereld staan mensen in contact met elkaar via social media. 

Facebook heeft 2,74 miljard gebruikers
Youtube heeft 2,291 miljard gebruikers
 Whatsapp heeft 2 miljard gebruikers

Slide 17 - Tekstslide

Begrippen uit deze les
social media 
internet
apps


communicatiemiddelen

Slide 18 - Tekstslide

Wat betekend sociaal?
A
Dat je geen contact hebt met anderen.
B
Dat je contact hebt met anderen.
C
Dat je contact wilt met anderen.
D
Dat je liever alleen bent.

Slide 19 - Quizvraag

Wat betekend media?
A
Dat is iets waarmee je niet kan praten.
B
Dat is iets waarmee je kan werken.
C
Dat is iets waarmee je kan communiceren.
D
Geen van deze antwoorden is goed.

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een communicatiemiddel?
A
De televisie
B
De tafel
C
Het boek
D
Geen van deze antwoorden is goed.

Slide 21 - Quizvraag

In welk jaar is WWW ontstaan?
A
1969
B
1989
C
1991
D
1997

Slide 22 - Quizvraag

Maak de zin af.
'Met social media...'
A
...staan mensen liever tegenover elkaar.
B
...zitten mensen liever.
C
...praten mensen niet meer tegen elkaar.
D
...staan mensen over de hele wereld in contact met elkaar.

Slide 23 - Quizvraag

Wat is een app?
A
Een programma waarmee je het nieuws kan volgen.
B
Een programma waarmee je leert.
C
Een programma wat je op je telefoon hebt staan.
D
Een programma waarmee je een spel kan spelen.

Slide 24 - Quizvraag

Van welk woord is app de afkorting?
A
Appel
B
Apparaat
C
Applicatie
D
Apart

Slide 25 - Quizvraag

Wat is het internet?
A
Een plek waar je spelletjes kan spelen.
B
Een plek waar je informatie kan delen.
C
Een plek waar je films kan bekijken.
D
Al deze antwoorden zijn goed.

Slide 26 - Quizvraag