(1) Capítulo 2-El presente (tegenwoordige tijd)

Mi casa

Quiz: cuéntale algo sobre tu casa

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Mi casa

Quiz: cuéntale algo sobre tu casa

Slide 1 - Tekstslide

La clase de hoy
La meta de la clase: Het doel van de les
Weten hoe werkwoorden “ar, - er, - ir” worden vervoeg. Je kunt minimaal drie werkwoorden vervoegen met : uitgangen ww op -ar, -er, -ir.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Luister dit fragment en sleep de zinnen naar de juiste plek.
Juist

Onjuist

1. Het lievelingslied van José is het lied van de kleuren.
2. De favoriete stad van José is Madrid.
3. José woont in Toledo.
4. Het huis van José heeft 4 slaapkamers.
6. Het huis van José heeft 3 badkamers en 1 woonkamer.
5. Het huis van José heeft 1 keuken.
7. Zijn favoriete plaats in huis in zijn slaapkamer.

Slide 4 - Sleepvraag

Sleep de -IR werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo................un correo electrónico.
1. Tú.............la puerta.
2. Pedro.............en Barcelona.
5. Nosotros..................en Helmond.
4. Carlos y tú............en el salón.
6. Juan y María......un Whatsapp a sus amigos.
escribo
abres
vive
discutís
vivimos
escriben

Slide 5 - Sleepvraag

Sleep het antwoord naar de juiste plek!
3.  Juan y María............holandés.
1. Pablo......................en España.
2. Tú y ella........................un café.
5. Yo....................con mi amigo.
4. Nosotros...........la puerta.
6. María .......................un correo.
aprenden
vive
bebéis
abrimos
hablo
escribe

Slide 6 - Sleepvraag

Sleep de -AR werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo...................perfectamente el inglés.
1. Tú...............la salsa y el flamenco.
2. Pedro.............música española en su dormitorio.
5. Nosotros..................bien.
4. Carlos y tú .............por el parque.
6. Juan y María .......................en la escuela.
hablo
bailas
escucha
camináis
cantamos
estudian

Slide 7 - Sleepvraag

Vul de juiste vorm in van het werkwoord:

* Marta....................(abrir) la puerta.

Slide 8 - Open vraag

Klik hier en lees de tekst. Sleep daarna de foute zinnen naar de prullenbak.
Hola Maria:

¿Qué tal? Yo estoy muy bien.

Te escribo porque tengo una casa nueva, grande y muy bonita. Mi casa está en Helmond. Es muy grande y tiene cuatro dormitorios, una cocina blanca y pequeña, dos cuartos de baño, uno azul y uno verde.

Para mí escribir es muy aburrido, yo prefiero hablar por Whatsapp. Mi número de teléfono es: cero- seis- veinte- quince- diecisiete- treinta.

Un saludo,

Sara
Sara's huis is nieuw, groot en mooi.
Sara's huis heeft 3 slaapkamers.
Er zijn 2 badkamers, 1 blauwe en 1 groene.
De keuken is wit en groot.
Sara vindt schrijven leuk.
Sara praat liever via Whatsapp.

Slide 9 - Sleepvraag

Sleep de juiste woorden naar de juiste afbeelding
la cocina
el dormitorio
el cuarto de baño
el pasillo
el salón

Slide 10 - Sleepvraag

Sleep de Spaanse woorden naar de juiste kleuren.
amarillo
azul
negro
gris
rojo
verde
blanco
naranja
rosa
marrón

Slide 11 - Sleepvraag

¿Cómo se dice en español 'de lamp is zwart'?
A
la lámpara es negra
B
la mesa es verde.
C
la alfombra es rosa
D
el lámparo es negro

Slide 12 - Quizvraag

¿Cómo se dice en español 'de tafel is bruin'?

Slide 13 - Open vraag

Beschrijf jouw woonkamer:
* Benoem objecten (gebruik: tener) en kleuren (gebruik: ser).
* Voorbeeld: "Mi salón es blanco y tiene un sillón verde y una alfombra rosa."

Slide 14 - Open vraag

Beschrijf jouw slaapkamer:
* Benoem objecten (gebruik: tener) en kleuren (gebruik: ser).
* Voorbeeld: "Mi dormitorio es verde y tiene un sofá negro y una lámpara
negra."

Slide 15 - Open vraag

Evaluación
Wat was je leerdoel?
Wat was de opdracht waar jullie het meest van hebben geleerd en waarom?

Slide 16 - Open vraag