CE GT_2014_TV2 (tekst 4)

Hoe wordt het onderwerp van de tekst in alinea 1 ingeleid?
Het onderwerp wordt ingeleid door
A
de mening van de schrijver te geven.
B
de opbouw van de tekst aan te geven.
C
een toepasselijk voorbeeld te geven.
D
vooraf een samenvatting van de tekst te geven.
1 / 11
volgende
Slide 1: Quizvraag
NederlandsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoe wordt het onderwerp van de tekst in alinea 1 ingeleid?
Het onderwerp wordt ingeleid door
A
de mening van de schrijver te geven.
B
de opbouw van de tekst aan te geven.
C
een toepasselijk voorbeeld te geven.
D
vooraf een samenvatting van de tekst te geven.

Slide 1 - Quizvraag

Wat is het verband tussen alinea 3 en alinea 4?
A
Alinea’s 3 en 4 vormen een opsomming.
B
Alinea’s 3 en 4 vormen een tegenstelling
C
Alinea 4 is een uitwerking van alinea 3.
D
Alinea 4 noemt een gevolg van alinea 3.

Slide 2 - Quizvraag

“Maar niet iedereen is overtuigd van deze bewering.” (regels 41-42)

Om welke vier redenen wordt er volgens de tekst getwijfeld aan de
uitkomst van het onderzoek onder taxichauffeurs?

Slide 3 - Open vraag

Het overslaan van je ontbijt heeft volgens alinea 7 drie gevolgen voor je gedrag.

Noem deze drie gevolgen.

Slide 4 - Open vraag

Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 4 en 5?
A
Kritiek op het BBC-experiment
B
Vette vis en gezondheid
C
Visdieet in de mode
D
Wetenschap en televisie

Slide 5 - Quizvraag

Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 6 tot en met 9?
A
Chocolade en koolhydraten
B
Gebrek aan goed onderzoek
C
Kinderen in de wetenschap
D
Voeding en gedrag nader onderzocht

Slide 6 - Quizvraag

De BBC heeft onderzocht wat het effect van vette vis is op ons gedrag. In
de tekst wordt nog een onderzoek van de BBC genoemd.

Citeer de zin uit alinea 8 waaruit blijkt welke theorie de BBC nog meer
heeft onderzocht met betrekking tot voeding en gedrag.

Slide 7 - Open vraag

“De gestreste taxichauffeurs in Londen hadden dus misschien beter met koolhydraten kunnen experimenteren dan met vette vis.” (regels 141-145)

Welke reden wordt hiervoor gegeven?
A
Gestreste mensen kunnen vaak niet genoeg eten vanwege de spanning.
B
Het eten van koolhydraten kan je stemming verbeteren.
C
Het onderzoek met vis is zinloos, omdat mensen veel minder vis eten dan koolhydraten.
D
Vette vis heeft meer nadelen dan voordelen vanwege het vet.

Slide 8 - Quizvraag

In de tekst komt de onderzoeker Rob Markus regelmatig aan het woord.

Op welke manier gebruikt de schrijver de mening van Markus?
A
De schrijver gebruikt het commentaar van Markus om zijn eigen mening te ondersteunen.
B
De schrijver geeft de mening van Markus zonder eigen commentaar weer.
C
De schrijver laat merken dat hij het niet eens is met de kritiek van Markus op het BBC-programma.
D
De schrijver steunt de mening van Markus dat veel onderzoek ondeugdelijk is.

Slide 9 - Quizvraag

De schrijver en Rob Markus willen de lezers informeren over het effect
van voeding op ons gedrag.
Welk doel hebben de uitspraken van Rob Markus nog meer?

Deze uitspraken dienen er ook toe om de lezers.............
A
ertoe over te halen omega-3-pillen en visolie te kopen bij de drogist.
B
ervan te overtuigen dat een visdieet goed werkt tegen stress.
C
te adviseren gezond en gevarieerd te eten.
D
te vermaken met misvattingen over de invloed van voedsel op ons gedrag.

Slide 10 - Quizvraag

Welke zin geeft het beste de hoofdgedachte van de tekst weer?
A
Bekende uitspraken over voeding en gedrag zijn onjuist en die uitspraken beïnvloeden ons eetgedrag op een negatieve manier.
B
Omdat uit onderzoek blijkt dat voeding effect heeft op ons gedrag, is het belangrijk om vooral goed te ontbijten en regelmatig vette vis te eten.
C
Onderzoek laat zien dat stoffen in voedsel invloed hebben op ons brein en functioneren, maar het is nog niet helemaal duidelijk hoe dat werkt.
D
Uit onderzoek blijkt dat het eten van chocolade een gunstig effect op ons gedrag en humeur kan hebben.

Slide 11 - Quizvraag