Verbindende communicatie
Verbindende communicatie
Open met het idee dat verschillen tussen mensen niet alleen tot afstand leiden, maar ook een kans zijn om verbinding te maken. Gebruik hier indien mogelijk de voorziene afbeelding uit de bestaande presentatie.
Welke woorden koppel jij spontaan aan verbindende communicatie?
Gebruik deze woordwolk als voorkennisactivatie na het lesdoel. Verwachte woorden: respect, luisteren, gevoelens, begrip, conflict, rust, verbinding, praten.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Verschil en verbinding
Mensen kunnen dezelfde situatie anders beleven.
Dat leidt soms tot misverstanden, spanning of conflict.
Verbindende communicatie zoekt niet eerst naar schuld, maar naar begrip en contact.
Deze slide vervangt de kijkvraag door de kern van de observatie: verschillen bestaan, maar samenleven vraagt verbinding.
Gebruik hier het klassieke vaas/gezicht-dubbelbeeld als visueel bewijs dat kijken al selecteren is.
Is wat je ziet de waarheid?
Soms denken we dat we zeker weten wat er gebeurt.
Toch vullen we vaak al betekenis in vóór we goed hebben gekeken.
Dat gebeurt niet alleen bij beelden, maar ook in gesprekken.
Leg de overgang naar communicatie expliciet: waarneming is niet hetzelfde als interpretatie.
Eerste indruk is niet volledig
Bij sommige dubbelbeelden zie je eerst maar één mogelijkheid.
Pas daarna merk je dat er ook een andere lezing bestaat.
Een eerste indruk is dus niet altijd de enige juiste.
Verwijs naar de jonge vrouw/oude vrouw-illusie. Beklemtoon dat wat eerst opvalt, niet automatisch de volledige waarheid is.
Kijken is interpreteren
Maak de stap van zien naar betekenis geven. Dat vormt de brug naar menselijke communicatie.
Verwarring hoort erbij
Je kunt hier ook een ander dubbelbeeld gebruiken, zoals paard/kikker of een onmogelijke trap. De precieze illusie is minder belangrijk dan het principe.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Niets is altijd wat het lijkt
Bij communicatie gebeurt iets gelijkaardigs:
we zien of horen iets,
en geven er meteen onze eigen uitleg aan.
Waarneming → wat er feitelijk gebeurt
Interpretatie → wat wij denken dat het betekent
Conflicten ontstaan vaak wanneer we die twee verwarren.
Noem herkenbare voorbeelden: 'Die negeert mij', 'Die doet dat expres', 'Die is onbeleefd'. Benadruk dat dit interpretaties zijn, geen zuivere feiten.
Dezelfde situatie, andere gevoelens
Wanneer iemand je negeert, kan dat heel verschillend binnenkomen.
Mogelijke gevoelens zijn bijvoorbeeld:
boos
verdrietig
gekwetst
onzeker
teleurgesteld
alleen
gefrustreerd
De situatie is vergelijkbaar, maar de innerlijke beleving verschilt.
Deze slide bewaart de inhoud van de woordwolk als lesinhoud: dezelfde gebeurtenis roept niet bij iedereen hetzelfde gevoel op.
Wat is het verschil tussen waarneming en interpretatie?
Waarneming is feitelijk
Waarneming is emotioneel
Interpretatie is neutraal
Interpretatie is zichtbaar
Toetst het kernonderscheid uit slides 3-8. Misvattingen: leerlingen verwarren interpretatie met objectieve beschrijving of denken dat gevoelens hetzelfde zijn als waarnemingen.
Vul de kernbegrippen aan
Bij communicatie zien of horen we eerst iets. Dat is de waarneming. Daarna geven we er soms een eigen interpretatie aan. Twee mensen kunnen dus dezelfde situatie anders beleven en toch allebei andere gevoelens ervaren.
Laat leerlingen de drie dragende begrippen uit het eerste subthema correct plaatsen: waarneming, interpretatie en gevoelens.
Waarom leidt dezelfde situatie niet bij iedereen tot hetzelfde gevoel?
Bespreek dat een sterk antwoord verwijst naar: dezelfde situatie kan anders geïnterpreteerd worden; gevoelens verschillen per persoon; snelle conclusies veroorzaken misverstanden.
Onderscheiden
Verwijs naar de tekst 'Onderscheiden' uit het boek op p. 20 als bron voor dit kernbegrip.
Waarneming en oordeel
Een waarneming beschrijft wat concreet gebeurt.
Een oordeel voegt beoordeling of interpretatie toe.
Voorbeeld:
Waarneming: Je zei daarnet niets terug.
Oordeel: Je negeert mij expres.
Verbindende communicatie begint bij de waarneming.
Beklemtoon dat het onderscheid belangrijk is omdat communicatie vaak fout loopt zodra oordelen als feiten worden uitgesproken.
Wie was Marshall Rosenberg?
Amerikaans psycholoog
geboren in 1934, overleden in 2015
ontwikkelaar van Nonviolent Communication
zocht een manier van spreken zonder beschuldigen of kwetsen
Deze slide heeft geen instructies
Waarom ontwikkelde hij dit?
Rosenberg zag hoe vaak conflicten escaleren door taal.
Mensen oordelen snel, luisteren weinig en reageren vanuit verwijt.
Daarom werkte hij een vorm van communicatie uit die focust op:
duidelijk waarnemen
gevoelens benoemen
behoeften herkennen
respectvol spreken
Je kunt vermelden dat hij opgroeide in een omgeving met veel spanning en zich afvroeg waarom mensen elkaar zo hard konden aanpakken met woorden.
Tussen welke twee dingen moet je volgens Rosenberg onderscheiden?
Gevoel en behoefte
Feit en regel
Waarneming en oordeel
Luisteren en spreken
Sluit aan bij slides 10-13. Het juiste begripspaar is essentieel voor de rest van de les.
Maak de samenvatting volledig
Marshall Rosenberg was een Amerikaanse psycholoog die Nonviolent Communication ontwikkelde. Hij wilde conflicten verminderen door eerst helder te waarnemen, daarna gevoelens te benoemen en ten slotte behoeften te herkennen.
Echoot expliciet de formuleringen van slides 12 en 13 zonder nieuwe context toe te voegen.
Twee manieren van spreken
Jakhals
waarnemen
gevoelens benoemen
behoeften uitspreken
respectvol vragen
Giraf
oordelen
verwijten
beschuldigen
aanvallen
Leg kort uit waarom Rosenberg deze beelden gebruikt: de giraf staat symbool voor een groot hart en overzicht.
Jakhals-taal herkennen
Jakhals-taal klinkt vaak scherp en veroordelend.
Typische formuleringen zijn:
Je bent lui.
Je komt altijd te laat.
Dat is echt dom van je.
Nooit luister je naar mij.
De focus ligt op schuld bij de ander.
Benadruk dat woorden als 'altijd', 'nooit' en etiketten zoals 'lui' vaak signalen van oordeel zijn.
Giraf-taal herkennen
Giraf-taal probeert eerlijk te zijn zonder aan te vallen.
Typische formuleringen zijn:
Ik voel me verdrietig.
Ik heb behoefte aan rust.
Ik merk dat je stil bent vandaag.
Ik wens meer samenwerking.
De spreker benoemt vooral wat hij ervaart of nodig heeft.
Maak duidelijk dat giraf-taal niet zacht of vaag hoeft te zijn; ze is juist helder zonder beschuldiging.
Formulering maakt het verschil
Vergelijk deze paren:
Jij maakt mij boos! ↔ Ik voel me gefrustreerd als je me onderbreekt.
Je bent onrespectvol. ↔ Ik heb nood aan meer samenwerking.
Altijd moet ik alles alleen doen! ↔ Ik merk dat ik het werk alleen doe en dat vind ik lastig.
Niet alleen de inhoud telt, maar ook hoe je ze formuleert.
Wijs erop dat giraf-taal nog steeds grenzen kan aangeven, maar zonder etiket of aanval.
Welke uitspraak is een voorbeeld van giraf-taal?
Je bent echt lui
Nooit luister je
Dat is dom van je
Ik heb nood aan rust
Toetst herkenning van giraf-taal op basis van slides 14-17. De drie foute opties zijn typische jakhalsformuleringen uit de les.
Herken jakhals en giraf
Bij jakhals-taal ligt de nadruk vaak op oordeel en schuld. Bij giraf-taal benoem je eerder gevoelens en behoeften. De formulering maakt dus een groot verschil in communicatie.
Verankert de tegenstelling tussen beide taalvormen en het inzicht dat formulering mee bepaalt hoe een boodschap aankomt.
Deze slide heeft geen instructies
Wat waren de verschillende stappen nu weer?
Deze slide heeft geen instructies
Welk begrip uit deze les blijft het meest hangen?
Gebruik de woordwolk om snel te zien welke kernbegrippen blijven hangen: waarneming, oordeel, interpretatie, gevoel, behoefte, giraf, jakhals.