H5C betoog

Programma
1. leerdoel
2. onderwerpen
3. instructie
4. bouwplan
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Programma
1. leerdoel
2. onderwerpen
3. instructie
4. bouwplan

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Je kunt in een betoog je standpunt verwoorden en ondersteunen met relevante argumenten.
Je kunt ook anticiperen op het standpunt van het publiek en een keuze maken voor een passende tekststructuur.
Je kunt zelfstandig een bouwplan maken.
Je kunt een betoog schrijven op basis van verschillende bronnen.

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het eind van de les weet je:
- hoe en waar je naar bronnen moet zoeken;
- hoe je documentatiemap eruit moet zien.

Slide 3 - Tekstslide

Onderwerpen betoog
1. Social media en jongeren
2. Transferkosten voetbal
3. Recht op abortus
4. Vrije genderkeuze
5. Boeren en het stikstofprobleem

Slide 4 - Tekstslide

Oriëntatie
Kies een onderwerp.
Stel een aantal documentatievragen, voordat je naar informatie gaat zoeken.
Zet die vragen in Word. Deze vragen worden opgenomen in je documentatiemap.

Slide 5 - Tekstslide

De documentatiemap
1. Een voorblad met voor- en achternaam en klas
2. De documentatievragen
3. De bronnenlijst
4. De artikelen
5. De leerlinginstructie

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Bibliografie
Boek:
Achternaam, voorletter(s). (jaar). Titel. Ondertitel. Plaats van uitgave: uitgever.
Webartikel:
Achternaam, voorletter(s). (jaar, dag en maand). Titel artikel. Geraadpleegd van https://webpagina
Tijdschriftartikel:
Achternaam, voorletter(s). (jaar). Titel artikel. Titel van tijdschrift. jaargang (nummer), paginanummers.
Krantenartikel:
Achternaam, voorletter(s). (jaar, dag en maand). Titel artikel. Titel van krant. pagina of katern

Slide 9 - Tekstslide


Wat voor soort argumentatie is dit?
A
meervoudige argumentatie
B
enkelvoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
meervoudige onderschikkende argumentatie

Slide 10 - Quizvraag

Welke argumentatie bestaat niet?
A
meervoudig onderschikkende argumentatie
B
enkelvoudig onderschikkende argumentatie
C
enkelvoudig bovenschikkende argumentatie
D
meervoudige argumentatie

Slide 11 - Quizvraag

Elk jaar vallen er weer doden door vuurwerk. Daarom zou particulier vuurwerk niet meer moeten worden toegestaan.
A
type redenering: kenmerk - eigenschap
B
type redenering: voor- en nadelen
C
type redenering: oorzaak - gevolg
D
type redenering: vergelijking

Slide 12 - Quizvraag

Welk soort argument?
A
vermoedens
B
geloof (persoonlijke overtuiging)
C
normen en waarden
D
ervaring

Slide 13 - Quizvraag

Iedereen weet toch dat spruitjes heel smerig zijn?!
A
Drogreden: bespelen van het publiek
B
Drogreden: overhaaste generalisatie
C
Drogreden: persoonlijke aanval
D
Drogreden: ontduiken van bewijslast

Slide 14 - Quizvraag

Wat weet jij van nu gezondheid, jij weegt zelf 105 kilo!
A
Drogreden: de persoonlijke aanval
B
Drogreden: de cirkelredenering
C
Drogreden: verkeerde vergelijking
D
Drogreden: onjuiste authoriteit

Slide 15 - Quizvraag

Van chocolade word je slim, want uit onderzoek blijkt dat landen waarin veel mensen chocolade eten, er meer nobelprijswinnaars wonen.
A
Drogreden: verkeerde vergelijking
B
Drogreden: ontduiken van bewijstlast
C
Drogreden: onjuist beroep op autoriteit
D
Drogreden: onjuiste oorzaak-gevolg relatie.

Slide 16 - Quizvraag

In de bijbel staat dat het verboden is, dus moeten we het verbieden.
A
Drogreden: verkeerde vergelijking
B
Drogreden: ontduiken van bewijslast
C
Drogreden: onjuiste beroep op onjuiste autoriteit
D
Drogreden: cirkelredenering.

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Welke aandachtstrekkers zijn er?

Slide 19 - Open vraag

Opdracht
Bouwplan voor een deel invullen/maken
1. inleiding
- aandachttrekker
- jouw standpunt
2. kern
- drie argumenten - per alinea een argument
- twee tegenargumenten met weerlegging - per alinea tegenargument + weerlegging
3. slot - conclusie (herhaling van het standpunt)

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht
Groepjes van vier:
- je formuleert je standpunt en je beargumenteert met ten minste 1 argument;
- de anderen reageren met een tegenargument;
- je weerlegt het tegenargument of de tegenargumenten.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Link

Evaluatie
Kun je nu een onderwerp bedenken voor het schrijven van een betoog?
En kun je al een standpunt verwoorden?
Kun je bij het verwoorden van het standpunt rekening houden met het publiek?

Slide 23 - Tekstslide