LEES ONDERSTAANDE GROEPSAPP
Daan: Hoe laat begint training?
Milan: Volgens mij 19.00.
Lieke: Nee, trainer zei gisteren 19.30.
Daan: Waar staat dat dan?
Lieke: In de teamapp van gisteren om 17.42 uur.
Milan: Gevonden. Het is inderdaad 19.30.
Hoe laat begint de training?
Wie gaf eerst verkeerde informatie?
Waar kun je controleren wat klopt?
Tijd: 5 minuten.
Dia 3 – Even terug
Vul aan:
Promotie is...
een product, dienst of activiteit onder de aandacht brengen.
Noem één promotieactiviteit van vorige les.
Bijvoorbeeld:
kortingsactie – winactie – flyeractie – nieuwsbrief – socialmediapost
Dia 4 – Vandaag
Aan het einde van de les kan ik:
verschillende promotiedoelen noemen;
uitleggen wat AIDA betekent;
AIDA herkennen;
AIDA zelf gebruiken.
Dia 5 – Waarom koop jij iets?
Denk aan je laatste aankoop.
Waarom wilde je het hebben?
Bijvoorbeeld:
korting;
zag er goed uit;
iemand anders had het;
reclame gezien;
ik had het nodig;
goede reviews;
merk;
aanbieding.
Geen goed of fout.
Haal enkele reacties op.
Dia 6 – Doelen van promotie
Een bedrijf kan promotie gebruiken om:
1. BEKENDHEID TE VERGROTEN
Meer mensen kennen het bedrijf/product.
2. INFORMATIE TE GEVEN
Vertellen wat iets is of kan.
3. IETS AANTREKKELIJK TE MAKEN
Laten zien waarom het leuk of handig is.
4. VERKOOP TE STIMULEREN
Zorgen dat mensen kopen.
5. KLANTEN TE OVERTUIGEN
Laten zien waarom juist dit product een goede keuze is.
Dia 7 – Welk doel?
Situatie 1
Een nieuwe kledingwinkel opent en hangt overal posters met het logo.
Doel?
→ Bekendheid vergroten
Situatie 2
“Deze week: tweede paar schoenen 50% korting!”
→ Verkoop stimuleren
Situatie 3
Een filmpje laat zien waarom een bepaalde laptop sneller is dan andere laptops.
→ Informeren/overtuigen
AIDA
Dia 8 – Een geheim van reclame
AIDA
AIDA helpt om promotie zo op te bouwen dat mensen:
eerst kijken → geïnteresseerd raken → iets willen → actie ondernemen.
Dia 9 – A = Attention
A – ATTENTION
AANDACHT
Zorg dat iemand stopt met scrollen of kijken.
Dat kan met:
opvallende titel;
afbeelding;
vraag;
opvallende kleur.
Voorbeeld
“Altijd een lege batterij?”
Dia 10 – I = Interest
I – INTEREST
INTERESSE
Maak iemand nieuwsgierig.
Vertel bijvoorbeeld:
voordelen;
eigenschappen;
waarom het interessant is.
Voorbeeld
“Deze powerbank laadt je telefoon binnen 30 minuten voor 50% op.”
Dia 11 – D = Desire
D – DESIRE
VERLANGEN
Zorg dat de klant denkt:
DIT WIL IK!
Benadruk bijvoorbeeld:
gemak;
kwaliteit;
voordeel;
beleving.
Voorbeeld
“Nooit meer met een lege telefoon naar huis.”
Dia 12 – A = Action
A – ACTION
ACTIE
Vertel wat iemand nu moet doen.
Bijvoorbeeld:
Koop nu!
Meld je aan!
Bestel vandaag!
Kom langs!
Dia 13 – AIDA in één oogopslag
A
Aandacht trekken
↓
I
Interesse wekken
↓
D
Zorgen dat iemand het wil
↓
A
Aanzetten tot actie
Onthouden:
KIJK → INTERESSE → WIL → DOE
Dia 14 – Samen oefenen
Reclame voor een nieuwe milkshake
Welke AIDA-stap is dit?
“Proef onze nieuwe Oreo-milkshake!”
→ Attention/Interest
“Extra romig met echte Oreo-stukjes.”
→ Interest
“Jouw perfecte ijskoude break.”
→ Desire
“Alleen deze week: haal hem nu voor €2,50.”
→ Action
Dia 15 – Boek
Aan de slag
Maak:
opdracht 8 t/m 10
Eerst:
lezen + kernwoorden markeren
Markeer:
promotiedoel – bekendheid – verkoop stimuleren – overtuigen – AIDA – Attention – Interest – Desire – Action
ENERGIZER
Dia 16 – AIDA-HOEKEN
STA OP!
Vier plekken in het lokaal zijn:
A – Attention
I – Interest
D – Desire
A – Action
Ik lees een reclameszin voor.
Loop naar de juiste plek.
Voorbeelden
“Bestel vóór 20.00 uur!”
→ Action
“Wist je dat deze sneaker maar 180 gram weegt?”
→ Interest
“Nooit meer natte voeten.”
→ Desire
“STOP! Alleen vandaag 50% korting!”
→ Attention/Action
Bij twijfel: laat leerlingen hun keuze verdedigen.
Dia 17 – Maak deze reclame beter
Slechte reclame:
“Wij verkopen rugzakken. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren. Kom maar kijken.”
Werk 2 minuten in tweetallen.
Maak hem beter met AIDA.
Denk aan:
Aandacht
Interesse
Verlangen
Actie
Laat twee duo's hun versie voordragen.
Dia 18 – Praktijkopdracht 6
PRAKTIJK
Ga naar blz. 241 – Praktijkopdracht 6.
Voer de opdracht uit volgens het boek.
Gebruik vandaag bewust:
AIDA
Controleer tijdens het werken:
Hebben we aandacht?
Maken we nieuwsgierig?
Wordt het aantrekkelijk?
Is duidelijk wat de klant moet doen?
Dia 19 – Reflectie
Kijk naar jullie eigen werk.
Geef jezelf per AIDA-stap een punt:
A – Attention ⭐ / ❌
I – Interest ⭐ / ❌
D – Desire ⭐ / ❌
A – Action ⭐ / ❌
Welke stap kan nog beter?
Verbeter die stap.
Dia 20 – Exit ticket
AIDA-CHECK
Je maakt reclame voor een nieuwe snack in de schoolkantine.
Schrijf bij iedere letter één korte zin:
A – Hoe trek je aandacht?
I – Hoe maak je nieuwsgierig?
D – Waarom moet iemand hem willen?
A – Welke actie moet iemand ondernemen?
LES 10 – §3.3 Promotiemiddelen + opdrachten §3.4
Bij deze les is één bronbeperking belangrijk: jouw prompt schrijft §3.3 en §3.4, opdrachten 11, 12, 14, 16 en 17 + praktijkopdracht 9 op blz. 245 voor. De aangeleverde PowerPoint bevat inhoudelijke dia's voor §3.3 over promotiemiddelen, online/offline promotie, zeven beoordelingspunten en verbetervoorstellen, maar geen inhoudelijke §3.4-dia's. Daarom vul ik §3.4 niet zelf inhoudelijk in; de opgegeven boekopdrachten blijven wel in de les staan.
Lesdoelen
Aan het einde van de les kan de leerling:
uitleggen wat een promotiemiddel is;
het verschil herkennen tussen online en offline promotie;
promotie beoordelen aan de hand van belangrijke punten;
minimaal één bruikbaar verbetervoorstel doen;
een verbetering koppelen aan doel, doelgroep, product en budget.
Lesverloop
Tijd Fase Activiteit
0–5 Startactiviteit Burgerschap – groepskeuze
5–10 Lesstart Lesdoelen
10–15 Herhalen AIDA
15–20 Voorkennis Online of offline?
20–30 Instructie Promotiemiddelen
30–40 Begeleid oefenen Middel/activiteit/media-uiting
40–52 Boek Opdracht 11, 12 en 14
52–58 Energizer Online/offline battle
58–68 Instructie Promotie beoordelen
68–76 Begeleid oefenen Reclame-keuring
76–86 Boek Opdracht 16 en 17
86–94 Praktijk Praktijkopdracht 9
94–97 Reflectie Eén verbetering
97–100 Exit ticket Promotiedokter
LessonUp les 10
Dia 1 – Start
§3.3 PROMOTIEMIDDELEN
Vandaag word jij:
PROMOTIE-EXPERT
Je gaat niet alleen kijken wat een bedrijf doet.
Je gaat bepalen:
Werkt het eigenlijk wel?
Dia 2 – Startactiviteit BURGERSCHAP
WAT ZOU JIJ DOEN?
Een leerling maakt in de groepsapp een gemene grap over een klasgenoot.
Veel mensen sturen lachende emoji's.
Kies:
A. Ik reageer niet.
B. Ik stuur ook een emoji.
C. Ik zeg dat het niet grappig is.
D. Ik stuur de leerling privé een bericht.
Schrijf:
Welke keuze maak jij en waarom?
Er is niet maar één goed antwoord.
Tijd: 5 minuten.
Dia 3 – Even terug
AIDA
Waar staan de letters voor?
A – Attention
I – Interest
D – Desire
A – Action
Extra:
Welke stap betekent:
“Koop hem vandaag!”
Action
Dia 4 – Lesdoelen
Aan het einde van de les kan ik:
uitleggen wat een promotiemiddel is;
online en offline promotie herkennen;
promotie beoordelen;
een verbetervoorstel doen.
Dia 5 – Online of offline?
Wat zie jij vaker?
ONLINE
TikTok – Instagram – YouTube – website – influencer
of
OFFLINE
poster – flyer – winkel – reclamebord – etalage
Laat leerlingen kiezen met hand opsteken.
Vraag
Betekent vaker automatisch dat het ook beter is?
Nee.
Dia 6 – Wat is een promotiemiddel?
PROMOTIEMIDDEL
Een hulpmiddel waarmee je promotie uitvoert.
Het helpt om je boodschap bij je doelgroep te krijgen.
Voorbeelden:
poster;
flyer;
socialmediapost;
website;
nieuwsbrief;
etalage;
demonstratie.
Dia 7 – Vier begrippen
Deze lijken op elkaar.
PROMOTIEACTIVITEIT
De actie die je uitvoert
Bijvoorbeeld: een winactie organiseren.
PROMOTIEMIDDEL
Het hulpmiddel dat je gebruikt
Bijvoorbeeld: Instagram.
COMMUNICATIEMIDDEL
Het middel waarmee je communiceert
MEDIA-UITING
De boodschap die mensen zien of lezen.
Dia 8 – Samen oefenen
Situatie
Een kledingwinkel organiseert een winactie.
Op Instagram staat:
“Win €100 shoptegoed! Volg ons en tag twee vrienden.”
Wat is...
Promotieactiviteit?
→ winactie
Promotiemiddel?
→ social media/Instagram
Media-uiting?
→ de Instagram-post met de boodschap
Dia 9 – Offline promotie
OFFLINE
Promotie op een fysieke plaats.
Bijvoorbeeld:
posters;
flyers;
folders;
reclameborden;
etalages;
demonstraties;
acties in de winkel.
Voordelen
lokaal zichtbaar – tastbaar – persoonlijk
Dia 10 – Online promotie
ONLINE
Bijvoorbeeld:
socialmediaposts;
websites;
online advertenties;
nieuwsbrieven;
influencers.
Voordelen
snel – groot bereik – makkelijk delen
Belangrijk
Bedrijven combineren vaak:
ONLINE + OFFLINE
Dia 11 – Boek
Maak:
opdracht 11, 12 en 14
Werkwijze
Lees → markeer → maak
Kernwoorden:
promotiemiddel – online – offline – promotieactiviteit – media-uiting
ENERGIZER
Dia 12 – ONLINE vs. OFFLINE BATTLE
STA OP!
Links = ONLINE
Rechts = OFFLINE
Ik noem een situatie.
Kies waar jij voor zou gaan.
Situaties
Nieuwe snackbar voor jongeren
Rommelmarkt in de wijk
Nieuw videogame
Kerstmarkt voor buurtbewoners
Open dag van school
Nieuwe sneaker
Na iedere keuze:
Waarom?
Bij de open dag mag het antwoord ook zijn:
ALLEBEI
PROMOTIE BEOORDELEN
Dia 13 – Was de promotie eigenlijk goed?
Je kunt promotie beoordelen op 7 punten.
1. DOEL
Is bereikt wat het bedrijf wilde?
2. DOELGROEP
Bereik je de juiste mensen?
3. PROMOTIEMIDDEL
Is het goede middel gekozen?
Dia 14 – Nog 4 punten
4. VORMGEVING EN UITSTRALING
Is het aantrekkelijk en duidelijk?
5. PLAATS EN MOMENT
Is de promotie op de goede plek en het goede moment?
6. RESULTATEN
Bijvoorbeeld:
bezoekers;
reacties;
verkopen.
7. KOSTEN
Was het het geld waard?
Dia 15 – Niet uit je hoofd stampen
Gebruik bij beoordelen vooral deze vragen:
WERKT HET?
Bereikt het de juiste mensen?
Valt het op?
Is de boodschap duidelijk?
Is het goede middel gekozen?
Levert het iets op?
Is het zijn geld waard?
Dia 16 – Reclame-keuring
Situatie
Een dure kledingwinkel wil volwassenen met een hoog inkomen bereiken.
De winkel maakt een felgekleurde flyer vol emoji's en deelt deze uit op een middelbare school.
Bespreek met je buur:
Wat gaat goed?
Wat gaat niet goed?
Wat zou jij veranderen?
Mogelijke verbeteringen
andere doelgroep/locatie;
andere uitstraling;
ander promotiemiddel;
andere vormgeving.
Dia 17 – Verbetervoorstellen
Een goed verbetervoorstel zegt niet alleen:
“Het moet mooier.”
Dat is te vaag.
Beter:
“Gebruik minder tekst en één duidelijke afbeelding, zodat de boodschap sneller opvalt.”
Of:
“Gebruik Instagram in plaats van alleen flyers, omdat de doelgroep daar beter te bereiken is.”
Een verbetervoorstel moet passen bij:
doel – doelgroep – product – budget.
Dia 18 – Boek
Maak nu:
opdracht 16 en 17
Werk zelfstandig.
Klaar?
Controleer één antwoord:
Heb ik ook uitgelegd WAAROM?
Dia 19 – Praktijkopdracht 9
PRAKTIJK
Ga naar:
blz. 245 – Praktijkopdracht 9
Voer de opdracht uit volgens de instructies in je boek.
Denk tijdens het werken steeds aan:
DOEL
DOELGROEP
PROMOTIEMIDDEL
UITSTRALING
Dia 20 – Reflectie
ÉÉN DING BETER
Kijk naar het werk dat je hebt gemaakt.
Schrijf één concrete verbetering:
“Ik zou … veranderen, omdat …”
Niet:
“Het moet mooier.”
Wel:
“Ik zou de titel groter maken, zodat de boodschap sneller opvalt.”
Dia 21 – Exit ticket: Promotiedokter
DE PROMOTIE WERKT NIET...
Een winkel heeft 1.000 flyers laten drukken voor jongeren van 14–18 jaar.
De flyers liggen alleen achter in de winkel.
Bijna niemand neemt er één mee.
Jij bent de promotiedokter.
Schrijf:
1. Wat is het probleem?
2. Wat zou jij veranderen?
3. Waarom werkt jouw oplossing waarschijnlijk beter?
Overzicht van de leerlijn
Met deze opbouw loopt hoofdstuk 3 logisch door:
Les 8
Wat is promotie?
→ Wat kan een bedrijf doen om aandacht te krijgen?
Les 9
Wat wil je met promotie bereiken?
→ Hoe bouw je een overtuigende boodschap op met AIDA?
Les 10
Waarmee voer je promotie uit en werkt het?
→ Beoordelen en verbeteren.
Daarmee voorkom je dat de begrippen promotieactiviteit, promotiedoel en promotiemiddel voor de leerlingen één grote woordenbrij worden. Iedere les voegt één nieuwe denkstap toe en laat die daarna praktisch toepassen. Dat sluit ook aan op jouw wens om de instructie kort te houden en de leerlingen vooral zelf te laten werken.