Taalverzorging hst. 1 - mavo 3

Leestekens
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Leestekens

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Huiswerk  (opdr 3 t/m 5 op p.30-31) bespreken
  • Herhaling theorie leestekens 
  • Quiz 
  • Aan het werk
  • Afsluiting 

Slide 2 - Tekstslide

Leestekens?
Dit hoort allemaal bij leestekens:
  • Hoofdletter
  • Punt
  • Vraagteken
  • Uitroepteken
  • Komma
  • Dubbele punt
  • Aanhalingstekens

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het eind van deze week:
- weet je weer wanneer je een punt, komma, vraagteken en uitroepteken gebruikt.
- kun je  punt, komma, vraagteken en uitroepteken gebruiken.
- weet en kun je hoofdletters, dubbele punten en aanhalingstekens en komma's in citaten gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is het nut van leestekens?

Slide 5 - Woordweb

Leestekens
Een tekst waarin leestekens goed gebruikt zijn, leest makkelijk en vlot. Een tekst waarin leestekens minder goed gebruikt zijn, leest moeizaam.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Tekstslide

Hoofdletters

Slide 9 - Tekstslide

Aanhalingstekens
Aanhalingstekens gebruik je als je letterlijk opschrijft wat iemand zegt. Dit noem je ook wel een citaat.

Het citaat staat tussen de aanhalingstekens. Kijk maar: 
Maartje zegt: 'Hoe laat is het?'

Slide 10 - Tekstslide

We gaan nu oefenen. Geef in de volgende slides aan of de leestekens goed staan. 

Slide 11 - Tekstslide

We rijden vandaag door Nederland, België, en Luxemburg.
A
leestekens/hoofdletters zijn goed geschreven
B
leestekens/hoofdletters zijn fout geschreven.

Slide 12 - Quizvraag

De jongen riep: "pas op met oversteken!"
A
Alle leestekens/hoofdletters zijn juist
B
Niet alle hoofdletters/leestekens zijn juist

Slide 13 - Quizvraag

'Waarmee kan ik u helpen?', vroeg de medewerkster.
A
leestekens/hoofdletters zijn goed geschreven
B
leestekens/hoofdletters zijn fout geschreven.

Slide 14 - Quizvraag

De man fluisterde: "Ik kan niet meer".
A
leestekens/hoofdletters zijn goed geschreven
B
leestekens/hoofdletters zijn verkeerd geschreven.

Slide 15 - Quizvraag

Als je oefent, word je een betere speler.
A
leestekens/hoofdletters zijn goed geschreven
B
leestekens/hoofdletters zijn fout geschreven.

Slide 16 - Quizvraag

Controle: sleep de leestekens naar de juiste plaats
- aan het eind van een zin
- aan het eind van een vraagzin
- aan het eind van een zin met extra nadruk
- tussen twee persoonsvormen / tussen delen van een opsomming / na een naam of uitroep aan het begin van een zin / vóór verbindingswoorden
PUNT
VRAAGTEKEN
UITROEPTEKEN
KOMMA

Slide 17 - Sleepvraag

Welk leesteken vind je nog lastig?
punt
komma's
vraagteken
uitroepteken
aanhalingstekens
hoofdletters

Slide 18 - Poll

Aan het werk
WAT? Opdracht 1 en 2
HOE? Zelfstandig. 
HULP? Overleg op fluistertoon met buurman of -vrouw of vraag mij om hulp (ik loop rond).
TIJD? 15 min
KLAAR? Begin aan het huiswerk: opdracht 3, 4 en 6 (p.33)
UITKOMST? We bespreken de opdrachten klassikaal

Slide 19 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het eind van de les:
- weet je weer wanneer je een punt, komma, vraagteken en uitroepteken gebruikt.
- kun je  punt, komma, vraagteken en uitroepteken gebruiken.
- weet en kun je hoofdletters, dubbele punten en aanhalingstekens en komma's in citaten gebruiken.

Slide 20 - Tekstslide

Huiswerk voor de volgende les
Opdracht 3, 4 en 6 op p.33

Slide 21 - Tekstslide