Thema 13 transport en afweer

Thema 13 transport en afweer
1 / 74
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 74 slides, met tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 13 transport en afweer

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thema 13 basisstof 1: bloed
Leerdoel: Je kunt de bestanddelen van bloed noemen met hun kenmerken en functies.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloed  
Wat is bloed?
Waar wordt bloed gemaakt?
Uit welke 4 onderdelen bestaat bloed?
Wat vervoert bloed?
Wat is bloedarmoede?
Wat is de functie van bloedplasma?






Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloed
Een volwassen mens heeft vijf tot zes liter bloed.
Dit bloed stroomt door je lichaam.
Soms komt het bloed uit je lichaam.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

samenstelling bloed
Samenstelling van het bloed

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar bestaat bloed uit?
  • Rode bloedcellen worden gemaakt in het rode beenmerg (pijpbeenderen).

  • Bloedplasma is het 'water' waar de bloedcellen inzitten.
In dit water zitten ook hormonen en afvalstoffen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar wordt bloed gemaakt?
Rode beenmerg:
Bloedcellen zijn al na een paar maanden versleten. Daarom worden er telkens nieuwe bloedcellen gemaakt. 

Dat gebeurt in het rode beenmerg, in platte beenderen, zoals je bekken, borstbeen en ribben. 


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slagader:  bloed met zuurstof. Haarvaatjes: verdelen bloed over de spier. Ader: bloed zonder zuurstof.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zuurstofrijk bloed rood
Zuurstofarm bloed blauw
Vraag van vandaag:
Waarom zijn aderen blauw maar is bloed rood? 

Slide 9 - Tekstslide

Aderen lijken blauw door een optische illusie waarbij de huid en het omliggende weefsel licht als een filter behandelen: blauw licht weerkaatst beter terug naar het oog dan rood licht, waardoor de dieper liggende, donkerrode zuurstofarme bloed in de aderen blauw lijkt. Bloed is zelf altijd rood, maar de kleur varieert van helderrood bij zuurstofrijk bloed tot donkerrood bij zuurstofarm bloed, afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof die de rode bloedcellen bevatten.  



Rode bloedcellen

Geen celkern


Vervoeren zuurstof


Rode kleurstof = hemoglobine


Hemoglobine ook binding zuurstof

Weinig hemoglobine = bloedarmoede

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedarmoede
Bij bloedarmoede heb je te weinig hemoglobine in rode bloedcellen, dit heeft als grondstof het element IJzer. 
Je voelt:
- Moe
- Hoofdpijn
- Kortademig
- Flauwvallen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thema 13 basisstof 2: de bloedsomloop en de bloedvaten
Leerdoelen:
  • Je kunt in de dubbele bloedsomloop van de mens de kleine en de grote bloedsomloop onderscheiden met hun functies.
  • Je kunt de drie typen bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies. 
  • Je kunt in het bloedvatenstelsel van de mens slagaders en aders benoemen en je kunt de samenstelling van het bloed daarin aangeven.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dubbele bloedsomloop
Bloedsomloop 1

'De kleine bloedsomloop '


Bloedsomloop 2
'De grote bloedsomloop'

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleine bloedsomloop
Grote bloedsomloop

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

uitleg over de kleine bloedsomloop

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grote bloedsomloop
uitleg over de grote bloedsomloop

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De bloedsomloop
Dubbele bloedsomloop:

- KLeine bloedsomloop > hart - Longen -hart
   Functie: zuurstof ophalen, koolstofdioxide   
                     uitscheiden

- Grote bloedsomloop > hart - Lichaam - hart
   Functie: zuurstof en  voedingsstoffen naar    
                     het lichaam vervoeren, afvalstoffen   
                     ophalen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedvatenstelsel

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

deelvragen
Wat is bloedsomloop?
Wat is dubbele bloedsomloop?
Wat is grote en wat is kleine bloedsomloop?
Wat is de functie van de grote en wat is de functie van de kleine bloedsomloop?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thema 13 basisstof 4
Leerdoel: Je kunt de gevolgen van hart- en vaatziekten noemen en aangeven hoe je de kans op harten vaatziekten kunt verkleinen.

In Nederland zijn hart- en vaatziekten een belangrijke doodsoorzaak. Een ongezonde leefwijze vergroot het risico hierop.



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hart- en vaatziekten

Bekende hart- en vaatziekten zijn: 
  • hartinfarct (hartaanval)
  • hartstilstand
  • beroerte
  • etalagebenen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

bas 4. hart en vaatziekten
hart en vaatziekten

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Thema 13 basisstof 4 opdracht 1,2,4,5,6,7

Gisteren afwezig: huiswerk van gisteren nakijken

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

13.5 Weefselvloeistof en lymfe
Leerdoel:
Je kunt de kenmerken en functies van weefselvloeistof en lymfe noemen.

In je lichaam zit nog een vatenstelsel: het lymfevatenstelsel. Deze vaten lopen net als bloedvaten door het hele lichaam.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het lymfevatenstelsel
Het lymfevatenstelsel bestaat uit lymfevaten en lymfeknopen (zie afbeelding 1). Een functie van het lymfevatenstelsel is het afvoeren van afvalstoffen uit de organen.
Als het bloed bij de organen aankomt, zit het in haarvaten. Deze zijn slechts één cellaag dik. Hierdoor kunnen witte bloedcellen en vocht door de wand van de haarvaten heen.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Door de bloeddruk wordt bij het begin van de haarvaten vocht naar buiten geperst. Dit vocht bevindt zich dan tussen de cellen van de organen en heet weefselvloeistof.
In dit vocht zijn onder andere zuurstof en voedingsstoffen opgelost. Cellen nemen deze stoffen op. De koolstofdioxide en andere afvalstoffen die de cellen produceren, worden afgegeven aan de weefselvloeistof. Een deel van de weefselvloeistof met koolstofdioxide en andere afvalstoffen wordt weer opgenomen in de haarvaten (zie afbeelding 2).

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het grootste deel van de weefselvloeistof wordt opgenomen in fijne lymfevaten (zie afbeelding 2). De vloeistof in de lymfevaten heet lymfe. Het bestaat uit water met witte bloedcellen en opgeloste stoffen, zoals antistoffen, hormonen, koolstofdioxide en andere afvalstoffen. Bovendien bevat lymfe een deel van de zuurstof en voedingsstoffen die niet door de cellen zijn opgenomen. De lymfevaten voeren de lymfe weg van de cellen in de organen. Kleppen in de lymfevaten zorgen ervoor dat de lymfe maar in één richting stroomt (zie afbeelding 3). 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloed -Weefselvloeistof - Lymfe

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lymfe

Een deel van de weefselvloeistof wordt opgenomen in fijne lymfevaten. Weefselvloeistof wordt dan lymfe

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

weefselvloeistof

Vocht dat zich tussen de cellen van organen bevindt.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lymfe

Vloeistof in de lymfevaten; bestaat uit water met opgeloste stoffen en witte bloedcellen.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lymfe

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lymfeknopen

Zuiveren de lymfe van onder andere ziekteverwekkers.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
13.5 opdracht 1, 2, 4, 5, 6

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thema 13 basisstof 6 - afweer
Leerdoelen:
13.6.1 Je kunt beschrijven hoe antistoffen bescherming bieden tegen infecties en op welke manieren immuniteit kan ontstaan.
13.6.2 Je kunt omschrijven hoe stoffen een allergische reactie kunnen veroorzaken.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Thema 13 basisstof 6 opdracht 1,2,4,5,6,7

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

13.7 transplantaties en bloedtransfusies
Leerdoelen:
  • Je kunt de problemen beschrijven die het afweersysteem veroorzaakt bij transplantatie en auto-immuunziekten.
  • Je kunt de rol van bloedfactoren bij bloedtransfusies en de rol van de resusfactor bij zwangerschap beschrijven.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling thema 13

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedvatenstelsel

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lymfevatenstelsel
Het lymfevatenstelsel is ook een vatenstelsel in ons lijf.
het zorgt voor de afvoer van vocht met afvalstoffen en de afweer tegen ziekteverwekkers

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lymfevaten
Lymfevaten bevatten net als aders kleppen om er voor te zorgen dat de lymfe niet de verkeerde kant op stroomt.

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedplasma
Functie= vervoer van stoffen:

Voedingsstoffen: glucose, mineralen, vitamines
Afvalstoffen:CO2
Hormonen, enzymen, antistoffen en een kleine hoeveelheid zuurstof

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antistoffen
  • Sommige WBC maken antistoffen aan.
  • Deze antistoffen binden met ziekteverwekkers.
  • Op deze manier worden deze uitgeschakeld.

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

-Rood bloed betekent zuurstof-rijk. 
-Blauw bloed betekend zuurstof-arm.

(Niet blauw in het echt)


Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slagader:  bloed met zuurstof.
Haarvaatjes: verdelen bloed over de spier.
Ader: bloed zonder zuurstof

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe komt zuurstof in je bloed?

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gaswisseling =
Zuurstof in het bloed
Koolstofdioxide uit het bloed

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedcellen
  • Rode bloedcellen; vervoeren zuurstof en CO2
  • Witte bloedcellen; belangrijk bij de afweer
  • Bloedplaatjes; bloedstolling 

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8.3 Je bloed vervoert
Ons bloed bestaat uit 2
belangrijke onderdelen

Deze onderdelen vervoeren 
belangrijke stoffen
zoals voedingsstoffen en zuurstof

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking van het hart:
1. Samentrekken van de boezems.
2. Samentrekken van de kamers.
3. Hartpauze.


Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weefselvloeistof
Weefselvloeistof bevindt zich tussen cellen van de weefsel.

  • De cellen nemen zuurstof en voedingsstoffen op uit de weefselvloeistof​
  • Cellen geven Koolstofdioxide en afvalstoffen aan de weefselvloeistof


Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de belangrijkste slagader in je lichaam?
Aorta

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De grootste slagader heet aorta.

De aorta begint bij het hart.
De aorta heeft vertakkingen die naar de organen gaan.

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloeddruk, te hoog/laag
Hoge bloeddruk -> beschadiging bloedvaten

Lage bloeddruk -> flauwvallen

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoge bloeddruk
  • stress
  • roken
  • overgewicht
  • zout
Langdurige hoge bloeddruk beschadigt de wanden van de slagaders!

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ziekteverwekkers
Twee soorten ziekteverwekkers zijn
  • Bacteriën
  • Virussen

Als een ziekteverwekker je lichaam is binnengedrongen heb je een besmetting / infectie

Ben je na een besmetting ziek dan heb je een infectieziekte

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koorts
Ziekteverwekkers kunnen giftige stoffen afgeven die je ziek maken.

Je lichaam reageert daarop door de lichaamstemperatuur te laten stijgen: Je krijgt koorts!

De ziekteverwekkers kunnen er niet tegen en gaan zich minder verspreiden en delen.

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hooikoorts 

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Resusfactor
Resusfactor: Mensen met de resusfactor op hun rode bloedcellen hebben resuspositief (Rh+) bloed. Mensen zonder deze factor hebben resusnegatief (Rh−) bloed. Zij maken antiresus (antistoffen) tegen de resusfactor.

Resuskind:
– Resusnegatieve moeder is zwanger van resuspositief kind.
– Rode bloedcellen van het kind komen in het bloed van de moeder.
– De moeder maakt antistoffen (antiresus).
– Bij de tweede zwangerschap komt antiresus in het bloed van de baby.
– Als de baby resuspositief is, ontstaan beschadigingen aan hersenen en nieren.

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke begrippen
  • Transplantatie – auto-immuunziekte – bloedfactor (A, B, resusfactor), bloedgroepen – bloedtransfusie – algemene ontvanger – algemene donor

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een auto-immuunziekte?
Bij een auto-immuunziekte herkennen je eigen witte bloedcellen lichaamseigen cellen niet meer.

Je maakt antistoffen aan tegen eigen cellen en ruimt ze op.

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Auto-immuun
Bij auto-immuunziekte valt lichaam eigen antigenen aan: geen goed onderscheid in antigenen. 

Afweersysteem onderdrukkende medicijnen.

Slide 70 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hartinfarct
Een hartinfarct wordt 
veroorzaakt door: 
  • slagaderverkalking in de kransslagaders 

Slide 71 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hartinfarct

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hartinfarct... 
1
2
3

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedarmoede
Rode bloedcellen bevatten te weinig hemoglobine.
Je wordt snel moe, want er kan minder zuurstof vervoerd worden.
Organen krijgen dus minder zuurstof.
Bloedarmoede kan ontstaan door een tekort aan ijzer.

Slide 74 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies