urinestelsel

urinestelsel
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

urinestelsel

Slide 1 - Tekstslide

UITSCHEIDINGSTELSEL

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de goede volgorde van de spijsvertering?
A
slokdarm, maag, dikke darm, dunne darm
B
mondholte, slokdarm, dunne darm, maag
C
mondholte, slokdarm, maag, dunne darm
D
dikke darm, dunne darm, maag, mondholte

Slide 3 - Quizvraag

timer
4:00
voedsel verteren, bacterien doden
water uit voedsel halen
levert gal dat helpt bij vertering van vetten
enzymen helpen spijsvertering en zorgt dat voedingsstoffen in bloedbaan komen
produceert enzymen die grote moleculen helpen afbreken in dunne darm
opslag van gal voor vertering in dunne darm
maag
lever
dunne
darm
galblaas
dikke 
darm
alvleesklier

Slide 4 - Sleepvraag

Uitscheiding
Uitscheiding is het proces waarbij een orgaan (schadelijke) afvalstoffen en overtollige stoffen verwijdert.
Er is alleen sprake van uitscheiding wanneer die stoffen uit het bloed, weefselvloeistof of lymfe worden verwijderd.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Via zweetklieren: water en zouten

Slide 9 - Tekstslide

Uitscheiden van:
  • CO2
  • Water

Slide 10 - Tekstslide

Bilirubine
via gal

Slide 11 - Tekstslide

De juiste volgorde van het urinewegstelsel is...
A
Nieren - Blaas - Urineleider
B
Nieren - Urineleider - Blaas
C
Urineleider - Nieren - Blaas
D
Urineleider - Blaas - Nieren

Slide 12 - Quizvraag

Het urinestelsel
1: urinewegstelsel
2: nieren
3: nierpoort
4: urineleiders
5: blaas
6: plasbuis
7: bijnieren
8: nier ader en slagader
9: onderste holle ader
10: grote lichaamsslagader
12:lever
13: dikke darm
14: bekken

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

De nieren 3 delen en functies
Nierschors: verwijdert afvalstoffen, 
overtollig water, overtollige zouten en
schadelijke stoffen--> zuiveren bloed.
niermerg: wint water en belangrijke 
stoffen terug
nierbekken: verzamelt de urine
NIEREN REINIGEN HET BLOED!!

Slide 15 - Tekstslide

Urineleiders
De 'weg' tussen de nieren en de blaas.

buisje
twee urineleiders
 transport 

Slide 16 - Tekstslide

Urinebuis
Loopt van de blaas naar de plaats waar de urine het lichaam verlaat.

De urinebuis bij een man is langer en ligt een klier omheen, dit is de prostaat.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Urine
Bestaat uit: 

- Afvalstoffen ( Uream, creatinine, urinezuur)
- Water
- Zouten
- Schadelijke stoffen

Slide 19 - Tekstslide

Filteren

Nieren filteren per dag 200 liter vocht

99% komt weer terug in de bloedsomloop

Bij vocht te kort heb je donkere urine

Bij veel drinken is je urine licht van kleur



Slide 20 - Tekstslide

Urinelozing

Ander woord voor urinelozing is mictie.

Mictie gebeurt ongeveer 3 tot 6 keer per etmaal.


Als de blaas ongeveer 250 ml urine bevat rekt blaas uit --> zenuw sein ruggemerg --> hersenen-->  reflex aandrang plassen


* aanspannen uitwendige sluitspier  --> plassen 

Bij een blaasvulling van 500 ml moet je plassen! --> anders te vol 

Slide 21 - Tekstslide

Verwijderen van urine uit het lichaam
- van het nierbekken gaat de
urine via de urineleider naar
de blaas
- in de blaas wordt de urine 
tijdelijk opgeslagen
- via de urinebuis verlaat de
urine het lichaam

Blaas spant aan tijdens plassen --> urineleiders worden dichtgedrukt
zodat: de urine niet terugstroomt naar de nieren.

Slide 22 - Tekstslide

welke urinewegstelsel complicatie ken je al

Slide 23 - Open vraag

welke urinewegstelsel complicatie ken je al? 
Urineweginfectie 
Incontinentie  
Nierweg infectie 
Nierstenen 
Overactieve blaas 
Nierbek ontsteking  
Urineretentie  
Prostaatvergroting 


Slide 24 - Tekstslide

QUIZ!

Slide 25 - Tekstslide

Bevinden de nieren zich onder of boven het middenrif ?
A
onder
B
boven

Slide 26 - Quizvraag

schuimende urine kan duiden op
A
teveel bier gedronken hebben
B
nierstenen
C
diabetes
D
mogelijke ontsteking

Slide 27 - Quizvraag

Wanneer iemands nieren niet goed werken, dan moet deze persoon worden
A
gedottert
B
gedialiseerd
C
gereanimeerd
D
gesteriliseerd

Slide 28 - Quizvraag

2 lage onderdelen van het urinestelsel zijn ?
A
Blaas en urinebuis
B
Urineleiders en urinebuis
C
Nieren en blaas
D
Blaas en urineleiders

Slide 29 - Quizvraag

Hoe vaak op een dag passeert je bloed je nieren?
A
100x
B
150x
C
200x
D
250x

Slide 30 - Quizvraag

Met 1 nier kan je leven
A
Ja
B
Nee
C
Uiterlijk een half jaar

Slide 31 - Quizvraag

Je moet minimaal 1 x per dag ontlasting hebben
A
Ja
B
Nee

Slide 32 - Quizvraag

Einde
Vragen?

Slide 33 - Tekstslide

casus
Casus
Mevrouw Verhagen is 73 jaar. Mevrouw heeft altijd in Ede gewoond, maar toen ze haar man ontmoeten zijn ze naar Harderwijk verhuisd. Mevrouw heeft 3 kinderen waar ze veel mee onderneemt. Haar kinderen gaan ook mee voor controles in het ziekenhuis. Mevrouw kreeg 2 jaar terug pijn bij het plassen, rugpijn en mevrouw was erg zwak en vermoeid. Later kwam er ook bloed mee in de urine. Uit de blaasbiopsie bleek mevrouw blaaskanker te hebben en deze niet meer te behandelen was. De blaas van mevrouw is toen verwijderd en heeft mevrouw een urinestoma gekregen. Mevrouw haar urinestoma word elke middag verzorgt, doordat de huid rondom de stoma rood is.

Slide 34 - Tekstslide

vragen casus 
-probleem 
-oorzaken 
-actie 
- wat zijn verpleegkundige functie in deze casus 
- welke disciplines komen er bij kijken 
-wat is relatie tot zorgvrager en verpleegkundige 

Slide 35 - Tekstslide