Diabetes totaal (bloedsuiker en insuline)

Diabetes Mellitus

1 / 35
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerpleging en verzorgingBeroepsopleiding

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 180 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Diabetes Mellitus

Open de les vanuit de praktijk van Helpende Plus: je ziet cliënten, meet bloedsuiker, signaleert afwijkingen en weet wanneer je hulp inschakelt.

Leerdoelen

  • Ik kan de basis van diabetes uitleggen

  • Ik weet wat een normale bloedsuiker is

  • Ik kan de bloedsuiker controleren

  • Ik kan passend handelen bij een hypo of hyperglycemie

  • Ik kan insuline toedienen volgens de richtlijnen (5J's, rouleren)

  • Ik kan juist handelen met behulp van een bijspuitschema

  • Ik weet wanneer ik hulp in moet schakelen

  • Ik vertel wat ik moet rapporteren bij de zorg voor mensen met diabetes

Deze slide heeft geen instructies

Welke drie dingen komen in je op als je diabetes hoort?

Gebruik dit als voorkennis-activatie. Verwachte woorden: bloedsuiker, insuline, prikken, meten, hypo, hyper, voeding, zorgplan, veiligheid.

Leg glucose uit als brandstof voor het lichaam. Houd de uitleg eenvoudig en praktisch, passend bij mbo niveau 2.

Type 1 en type 2

Leefstijl, wat heeft dat te maken met diabetes?



Welk type diabetes zullen jullie het meeste tegenkomen?






Noem kort dat Helpende Plus vooral moet herkennen welke zorg iemand nodig heeft, niet het volledige medische verschil uitdiepen.

Maak de samenvatting compleet

Diabetes is een stofwisselingsziekte waarbij het lichaam glucose in het bloed niet goed regelt. Bij type 1 maakt het lichaam geen insuline. Bij type 2 werkt insuline minder goed of is er te weinig. Daardoor kan de bloedsuiker te hoog of te laag worden.

stofwisselingsziekte
geen insuline
minder goed
bloedsuiker
huidziekte
extra insuline
sneller
bloeddruk
hormoon
veel beter

Alle begrippen komen letterlijk of bijna letterlijk terug uit slides 2-5.

Wat doet insuline in het lichaam?

A

Maakt bloed aan

B

Verlaagt koorts

C

Brengt glucose naar cellen

D

Meet de bloedsuiker

Toetst de basis uit de slides over diabetes, type 1/2 en waarom bloedsuiker belangrijk is.

Wat heeft dit met diabetes te maken?

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een normale bloedsuiker?

Deze slide heeft geen instructies

Jouw rol als Helpende Plus

  • Observeren: wat zie jij?

  • Werken volgens protocol en afspraken in het zorgplan

  • Bloedsuiker meten en uitslag doorgeven of rapporteren

  • Insuline toedienen als dit binnen jouw bevoegdheid valt

  • Klachten van hypo of hyperglycemie herkennen

  • Op tijd een collega, verpleegkundige of arts inschakelen

Benadruk bekwaam en bevoegd handelen. De precieze afspraken verschillen per organisatie en cliëntsituatie.

Observeren en niet alleen de bloedsuiker..

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Signalen van een hypo

  • Trillen of zweten

  • Honger

  • Duizelig of slap

  • Verward of prikkelbaar

  • In ernstige gevallen suf of bewusteloos

Benadruk dat gedrag kan veranderen. Studenten moeten niet alleen naar het getal kijken, maar ook naar de persoon.

Handelen bij een hypo

Hypo herkennen → bloedsuiker meten als dat kan → snelwerkende suikers geven als iemand wakker is en veilig kan slikken → doorgeven aan collega verzorgende of verpleegkundige -> na 10 minuten langzaam werkende koolhydraten geven--> opnieuw beoordelen volgens protocol, meestal binnen 1,5 uur weer bloedsuiker controle→ rapporteren en hulp inschakelen als nodig

Noem voorbeelden van snelwerkende suikers, zoals druivensuiker of zoete drank, alleen als dit past bij het lokale protocol.

Wanneer direct hulp bij een hypo?

  • Bij bewusteloosheid

  • Bij slikproblemen of verslikgevaar

  • Als iemand niet wil eten of drinken

  • Als je twijfelt over wat je moet doen

  • Zorg dat er direct een collega komt!

Maak expliciet dat een bewusteloze cliënt niets mag eten of drinken. Dan is direct hulp halen of alarm slaan nodig.

Wat is een hyperglycemie?

  • Een hyperglycemie is een te hoge bloedsuiker

  • Dit ontstaat vaak minder plotseling dan een hypo

  • Klachten kunnen eerst mild lijken, maar kan zeer gevaarlijk zijn!

  • Belangrijk om op tijd te signaleren

Gebruik ook de kortere term hyper als studenten die in de praktijk horen.

Signalen van een hyperglycemie

  • Veel dorst

  • Veel plassen

  • Moe of slaperig

  • Misselijk

  • Wazig zien of ziek gevoel

Leg uit dat klachten soms geleidelijk ontstaan en daardoor makkelijker gemist worden dan bij een hypo.

Handelen bij hyperglycemie

  • Meet of controleer de bloedsuiker volgens afspraak

  • Observeer klachten en toestand van de cliënt

  • Meld afwijkende waarde volgens protocol

  • Laat verdere beoordeling over aan bevoegde collega of arts

  • Rapporteer wat je hebt gezien en gedaan

Benadruk dat Helpende Plus vooral signaleert, meet en doorgeeft. Zelfstandig medische beslissingen nemen hoort daar meestal niet bij.

Wanneer direct hulp bij hyperglycemie?

  • Bij sufheid of snelle achteruitgang

  • Bij braken of ernstige misselijkheid

  • Bij benauwdheid of verwardheid

  • Bij zeer hoge waarde volgens protocol

  • Bij twijfel: altijd overleggen of alarm slaan

Koppel dit aan veiligheid: liever te vroeg overleggen dan te laat, zeker als de cliënt zieker oogt dan normaal.

Bloedsuiker meten

  • Meten geeft inzicht in de actuele bloedsuiker

  • Je meet op afgesproken momenten

  • De uitslag bepaalt vaak de vervolgstap

  • Werk altijd hygiënisch en volgens protocol

Maak duidelijk dat de meetfrequentie per cliënt verschilt: bijvoorbeeld nuchter, voor de maaltijd of bij klachten.

Benodigdheden bij meten

  • Bloedglucosemeter

  • Teststrip

  • Prikpen met lancet

  • Handschoenen volgens afspraak

  • Gaasje of tissue

  • Rapportagemiddel of dossier

Noem dat materialen gecontroleerd moeten zijn en dat de meter gebruiksklaar moet zijn volgens de instructie van de organisatie.

Stappen bij meten

Handhygiëne, liefst handen wassen met zeep → materiaal klaarleggen → teststrip plaatsen → prikken volgens protocol → bloeddruppel meten → uitslag aflezen → veilig opruimen → rapporteren.


Wat als de uitslag heel afwijkend is?...


Wanneer is de uitslag afwijkend?

Bespreek rustig dat de exacte volgorde van handelingen afhankelijk kan zijn van het type meter. Laat in de praktijkles het lokale protocol leidend zijn.

Na de meting

  • Vergelijk de uitslag met de afgesproken streefwaarde

  • Kijk altijd ook naar hoe iemand zich voelt

  • Rapporteer de uitslag duidelijk

  • Meld afwijkende waarden volgens afspraak

  • Neem actie bij signalen van hypo of hyperglycemie

Benadruk dat één cijfer nooit los staat van observatie en afspraken in het zorgplan.

Wat doe je als iemand een hypo heeft?

Deze slide heeft geen instructies

Insuline toedienen

  • Wat doet insuline?

  • Insulinepen op de kamer (appartement) of medicatiekast (woongroepen). Voorraad in koelkast.

  • 5 J's, maar ook bloedsuiker controle bij afwijkende waarden

Noem dat er verschillende soorten insuline bestaan, maar houd de focus op veilig toedienen binnen de rol van Helpende Plus.

Injecteren van insuline, aandachtspunten

Spuit minimaal 2,5 cm bij de navel vandaan.

Wissel injectieplaatsen af met een rotatieschema

Kortwerkende insuline (bijv. actrapid) in de buik

Voor injecteren eh wegspuiten

Na injecteren 10 sec. naald in de huid laten

Meer dan 50 EH spuiten?> overleg of je moet splitsen-->
Niet spuiten in rode plekken op de huid, putjes of kuiltjes
of juist dikke, harde bulten.


Leg uit dat dubbel controleren belangrijk is, zeker bij deze risicovolle medicatie.

Let op de namen van insuline (bijv. Novorapid en novomix, lijkt op elkaar, maar is verschillend!)

Stappen bij injecteren

Bespreek dat de praktische uitvoering, zoals huidplooi of wachttijd, volgens het aangeleerde protocol en materiaal gebeurt.

Maak de tekst over veilig injecteren af

Voor het injecteren controleer je de naam van de cliënt. Daarna controleer je medicijn, dosis en tijdstip. Voor het toedienen van insuline heb je weleen dubbele controle nodig. Als een cliënt dit nog kan mag hij dit doen. Anders kies je een bevoegde collega die dit kan doen. Je kiest een goede injectieplaats en wisselt die steeds af, bijvoorbeeld door een rotatieschema. Bij een kortwerkende insuline kies je altijd de buik. Na het toedienen teken je de insuline af in Medimo.

naam
dosis
wel
bevoegde
injectieplaats
rotatieschema
buik
kleur
smaak
temperatuur
bloeddruk
wacht
geen
aardige
benen

Sluit aan op slides 11-13: veilig werken, stappen en injectieplaatsen.

Wat past het best bij een hypo?

A

Veel dorst

B

Trillen en zweten

C

Veel plassen

D

Wazig zien

De afleiders horen bij een hyper of zijn minder specifiek. Correct antwoord komt uit de signalen van hypo.

Wat rapporteer je?

  • Gemeten bloedsuiker

  • Tijdstip van meten of toedienen

  • Klachten en observaties

  • Welke actie je hebt gedaan

  • Aan wie je het hebt doorgegeven

Benadruk objectief rapporteren: noteer wat je ziet en meet, zonder eigen interpretaties die niet onderbouwd zijn.

Wanneer vraag je direct hulp bij een hyper?

A

Bij veel trek

B

Bij sufheid

C

Bij lichte dorst

D

Bij rustig gedrag

Sufheid staat expliciet bij directe hulp; de andere opties zijn niet direct alarmsignalen.

Wanneer trek jij aan de bel bij diabeteszorg?

Bespreek professionele grens: hulp vragen bij snelle achteruitgang, ernstige afwijking van zorgplan/protocol, twijfel, bewustzijnsverandering, slikproblemen, zeer hoge waarde of als de cliënt zieker oogt dan normaal.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Reflectievraag zonder goed of fout. Laat studenten concreet noemen wat is blijven hangen, bijvoorbeeld hypo, hyper, meten, insuline of hulp inschakelen.

Welk deel vond jij vandaag het lastigst?

Reflectievraag. Stimuleer eerlijke antwoorden over meten, injecteren, signalen herkennen of bepalen wanneer hulp nodig is.

Deze slide heeft geen instructies