G1 Im Restaurant

Im Restaurant
Du lernst wie man in einem Restaurant etwas bestellen kann.
Du lernst was eine Konditorei ist.
Kaiserschmarrn aus Österreich
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Im Restaurant
Du lernst wie man in einem Restaurant etwas bestellen kann.
Du lernst was eine Konditorei ist.
Kaiserschmarrn aus Österreich

Slide 1 - Tekstslide

Welche Speisen und Getränke
siehst du in dem Gespräch?
Schrijf de Duitse woorden onder elkaar.

Slide 2 - Open vraag

Wat betekent de laaste vraag die de kelner
stelt in het gesprek?

Slide 3 - Open vraag

Denk je dat de kelner een grote fooi krijgt?
Leg je antwoord uit.

Slide 4 - Open vraag

Kellner: Guten Abend, haben Sie _____________?
Gast: Ja, einen Tisch für zwei auf den Namen Müller.
Kellner: Bitte folgen Sie mir, ich bringe Sie zu Ihrem _____________.
Gast: Vielen Dank.
Kellner: _____________ ich Ihnen schon Getränke bringen?
Gast: Die _____________ bitte zuerst.
Kellner: Sehr gern.
reserviert
Tisch
Darf 
Speisekarte

Slide 5 - Sleepvraag

Gast: Wir bestellen eine Flasche Weißwein und einen Liter Wasser bitte.
Kellner: Zum Essen haben Sie schon ____________?
Gast: Ja, wir bekommen als Vorspeise zwei Mal die Suppe. Ist das _____________________?
Kellner: Ja, Gemüsesuppe mit Karotten.
Gast: ____________.
Sehr gut
gewählt 
Gemüsesuppe

Slide 6 - Sleepvraag

Und anschließend als Hauptspeise nehmen wir ein Mal die Nudeln, ein Mal, eine Pizza und einen ____________.
Kellner: Sehr gern. Möchten Sie Kartoffelsalat _____________ grünen Salat?
Gast: Gern grünen Salat.
Kellner: Ist alles in Ordnung?
Gast: Die Suppe ist köstlich, _________ leider ___________.
Kellner: Entschuldigen Sie vielmals, ich bringe Ihnen sofort eine neue.

Salat
aber 
oder
kalt

Slide 7 - Sleepvraag

Ja, [einen Tisch] für zwei auf den Namen Müller.
A
een tafel
B
een rekening

Slide 8 - Quizvraag

Zum Essen haben Sie [schon gewählt]?
A
al gegeten
B
al gekozen

Slide 9 - Quizvraag

Sehr gern. Möchten Sie Kartoffelsalat [oder] grünen Salat?
A
en
B
of

Slide 10 - Quizvraag

Selbstverständlich. Kommt [sofort].
A
straks
B
meteen

Slide 11 - Quizvraag

Die Suppe ist köstlich, aber [leider] kalt.
A
helaas
B
ook

Slide 12 - Quizvraag

Hiermit schneidest du Brot.

Hieraus trinkst du Wasser.

Hierauf liegt dein Essen.

Hiermit stichst du in deinem Essen.

Hiermit isst du Suppe.

Hiermit wischt du nach dem Essen den Mund.



ein Messer
ein Glas
ein Teller
eine Gabel
ein Löffel
eine Serviette

Slide 13 - Sleepvraag

im Restaurant
Spreek de zin eerst in gedachten uit en controleer dan of het juist was.
Herhaal dit, totdat je alle zinnen uit je hoofd kent!!!!!!
Ik heb niet gereserveerd
Is deze tafel vrij?
De menukaart aub.
Wilt u al iets te drinken bestellen?
Ik ben allergisch voor noten.
Als voorgerecht neem ik...
Heeft u ook vegetarische gerechten?
Sorry. Dat heb ik niet besteld.
Het smaakt erg goed.
Mogen we de menukaart nog een keer zien?
Ik neem de salade.
Ik heb geen lepel.
Ik heb geen mes.
Ik heb geen vork.
De rekening aub.
Kan ik contant betalen?
Je wilt fooi geven.
Tot ziens

Slide 14 - Sleepvraag

Nimm dein Buch auf Seite 79
Versucht zu zweit die Sätze ins Niederländische zu übersetzen.


Slide 15 - Tekstslide

Rollenspiel
Nimmt zu zweit die Sprechkarten
auf Seite 80-81 im Buch.
Ein Schüler ist Kellner, der andere
ist Gast.

Slide 16 - Tekstslide

Landeskunde: Mahlzeit!
In landen als Nederland en België was de hoofdmaaltijd vaak rond het middaguur; het vaak lichamelijk zware agrarische werk in vroeger tijden vereiste een goede, gezonde en volledige maaltijd. Ook in landen zoals Duitsland is het tegenwoordig nog gebruikelijk om de warme hoofdmaaltijd als middagmaal te nuttigen (das Mittagessen). Dit met de achterliggende gedachte, dat men de energie 's middags voor het werken nodig heeft. 's Avonds wordt dan meestal voor een broodmaaltijd gekozen (das Abendbrot).
Op veel Duitse scholen eten leerlingen hun Mittagsessen in de Kantine (die Mensa). 
Je hebt vaak een keuze uit verschillende warme maaltijden soms uit verschillende keukens.
Het aanbod en de kwaliteit verschilt sterk per school en Bundesland.



Slide 17 - Tekstslide

Das Essen in der Schulkantine
Vertaal met behulp van de tekst:
1) Hoe heeft het gesmaakt?
2) Er is ook een saladebuffet
3) Maar de lasagne is lekker
4) Ik houd bijna overal van.
Schrijf de zinnen onder elkaar zonder cijfer ervoor.

Slide 18 - Open vraag

Das Essen in der Schulkantine

Schrijf de naam op van de leerling die niks lekker vind
uit de schoolkantine.


Slide 19 - Open vraag

Kulturkunde: Kaffee und Kuchen
In Engeland vieren ze om 17.00 uur theetijd, in Italië en Frankrijk nemen ze 's avonds een aperitief voor een kleine pauze, en wij Duitsers? Het liefst ontmoeten wij elkaar in de middag voor koffie en gebak. In oma's tijd sprak men nog van koffiefeestjes of koffiekransje. Tegenwoordig heet het simpelweg ‘ontmoeten voor koffie’. Een kopje vers gezette koffie en een stuk lekker gebak betekenen een korte ontspanning uit het stressvolle leven van alledag. Samen genieten van koffie en gebak is een welkome gelegenheid om samen te zijn met familie en vrienden en nieuws uit te wisselen. Of het nu thuis is, in een chique café, bij uw favoriete koffiebrander of in een patisserie: in Duitsland is er op elke hoek een mogelijkheid om de Duitse koffietraditie te cultiveren.

Slide 20 - Tekstslide

In der Konditorei
Eine Konditorei ist ein Handwerksbetrieb, in dem Fein- oder Süßgebäck hergestellt und meist auch im angeschlossenen Laden verkauft werden. Viele Konditoreien sind mit einem Café kombiniert. Wichtige Produkte einer Konditorei sind Torten, Kuchen, Pralinés, Petit Fours, Speiseeis und Pâtisserie.  Konditoreiwaren gelten bis heute oftmals als Luxusprodukte.

Slide 21 - Tekstslide

Du hast zwei Texte gelesen über die Kaffeekultur in Deutschland.

Eine deutsche Freundin fragt dich: wollen wir uns auf einen Kaffee treffen?
Wat gaan jullie dan doen?
Hoe laat ontmoeten jullie elkaar ongeveer?
Hoe noem je een Duits 'taartencafé'?
Wat kun je daar zoal eten?

Slide 22 - Open vraag

In der Konditorei (Gespräch)
Schüler A
Schüler B
Heeft u al besteld?
Nee nog niet.
Bestel iets te drinken en een typisch Duitse taart.
Met of zonder slagroom?
Met!
Eet smakelijk!
Dank u.
Heeft het u gesmaakt?
Ja het was heerlijk.
Wilt u nog een stuk?
Nee dank u.
Vraag de rekening.
Noem het bedrag.
Vraag of je kunt pinnen en betaal.

Slide 23 - Tekstslide

Welke uitspraak komt overeen met alinea 1?
A
Koken krijgt veel aandacht in de media.
B
Veel tv-koks schrijven ook voor de krant.
C
Voor steeds meer mensen is koken een hobby.

Slide 24 - Quizvraag

In alinea 2 wordt er gesproken over “Nimm drei”.
Wat is belangrijk bij “Nimm drei”?
Dat gerechten:
A
Betaalbaar zijn.
B
Erg voedzaam zijn.
C
Vlug op tafel staan.

Slide 25 - Quizvraag

Welke uitspraak sluit het beste aan bij alinea 3?
A
“Ik nodig soms mensen uit voor het eten, maar ze zeggen steeds af.”
B
“Ik heb het te druk, ik kom bijna niet aan koken toe.”
C
“Ik wil lekker eten, maar het mag niet te veel kosten.”

Slide 26 - Quizvraag

Wat maakt alinea 4 duidelijk?
A
Kant-en-klaar-producten worden steeds populairder.
B
Makkelijke maaltijden zijn vaak vies, ongezond en duur.
C
Voor echt verse ingrediënten moet je op de markt zijn.

Slide 27 - Quizvraag

Rollenspiel
Schüler A
Schüler B
Hoe gaat het?
Goed! En met jou?
Ook goed. We hebben elkaar (al) zo lang niet gezien.
Heb je zin om met mij uit eten te gaan?
Ja, wanneer.
Stel een dag en een tijd voor.
Dan kan ik helaas niet. Stel een andere dag voor.
Ja, dan kan ik. Waar ontmoeten we elkaar?
Voor het restaurant?
Afgesproken. Tot dan.
Doei.
In het restaurant
Hallo. Heeft u gereserveerd?
Ja, onder de naam [eigen achternaam]

Slide 28 - Tekstslide

Rollenspiel
Schüler A
Schüler B
Volgt u mij. Hier is een tafel.
Dank u.
Wilt u iets drinken?
Ja een [drankje] en vraag om de menukaart.
Komt direct. Alstublieft.
Wat kunt u aanbevelen?
Noem een gerecht.
Dat neem ik.
Alstublieft. Eet smakelijk.
Sorry, ik heb geen mes.
Het spijt me. Ik breng een mes.
Dank u.
Is alles naar wens?
Ja, mag ik de rekening?
Wilt u contant of met pin betalen.
Pinnen alstublieft

Slide 29 - Tekstslide

Rollenspiel
Schüler A
Schüler B
Dat is dan €15,50
Maakt u maar €17,00 van.
Dankuwel.
Tot ziens.

Slide 30 - Tekstslide