cross

D1BTh7 B4 Bevruchting uitleg

D1BTh8 B4
Bevruchting
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

D1BTh8 B4
Bevruchting
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Ziek of afwezig of herhaling uitleg?
Kijk 
het uitleg-filmpje
 5 minuten

In de titel van het filmpje staat: Basisstof 3  -  Bevruchting.
Ons boek: Basisstof 4  -  Bevruchting.
Kijk het filmpje over bevruchting!

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Ziek of afwezig of herhaling uitleg?
Kijk eventueel
het uitleg-filmpje
6  minuten

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

vrouwelijke geslachtsorgaan
Afbeeldingsresultaat voor vruchtbeginsel
Herhaling

Slide 7 - Tekstslide

 Bevruchting
Voor bevruchting is eerst bestuiving nodig. 
Er is een stuifmeelkorrel van dezelfde plantensoort op de stempel gekomen. 

Uit elke stuifmeelkorrel groeit een stuifmeelbuis (pollenbuis) met kern door de stijl naar het vruchtbeginsel. 
Hier zie je één stuifmeelbuis.

In het vruchtbeginsel kan de bevruchting plaatsvinden.

Bestuiving: Stuifmeelkorrel komt op de stempel (een deel van de stamper). Het is een stuifmeelkorrel van eenzelfde plantensoort.
1
Kern bevindt zich in de top van de stuifmeelbuis
2
Stuifmeelbuis met kern op weg naar één zaadbeginsel
Zaadbeginsels liggen in het vruchtbeginsel
3
In elk zaadbeginsel bevindt zich een eicel.
De stuifmeelbuis met kern is bijna aangekomen bij één zaadbeginsel.  
Na bestuiving kunnen er meerdere stuifmeelbuizen richting het vruchtbeginsel groeien.
4
Leren

Slide 8 - Tekstslide

Bevruchting
De buis gaat door de stijl naar een zaadbeginsel. Als de buis daar aankomt knapt de top open zodat de kern van de stuifmeelkorrel de eicel kan binnendringen. 

Bevruchting:
De kern van de mannelijke geslachtscel smelt samen met de kern van de vrouwelijke geslachtscel. Er is een eicel die bevrucht is.
De bevruchte eicel noem je een zygote.
Opening in de zaadhuid met vlakbij de eicel (vrouwelijke geslachtscel) met daarin een kern. De top van de stuifmeelbuis knapt open. De kern van de stuifmeelkorrel dringt de eicel binnen en smelt samen met de eicel. Dat is bevruchting. Er is nu een bevruchte eicel ontstaan. Deze noem je een zygote.
1
Pollenbuis met de kern van de stuifmeelkorrel (mannelijke geslachtscel) groeit door de stijl naar een zaadbeginsel met daarin een eicel (vrouwelijke geslachtscel).
1
Bevruchting: 
De kern van de stuifmeelkorrel smelt samen 
met de kern van de eicel

Slide 9 - Tekstslide

Het vruchtbeginsel
is een onderdeel van
A
De helmknop
B
De stamper
C
De stempel
D
De helmdraad

Slide 10 - Quizvraag

Zaadbeginsel
In het zaadbeginsel bevindt zich de eicel (vrouwelijke geslachtscel). 
De eicel ligt vlakbij de opening in de zaadhuid. 

Na de bevruchting groeit het zaadbeginsel uit tot een zaad 
en de bevruchte eicel tot een kiem.
Opening in de zaadhuid met vlakbij de eicel (vrouwelijke geslachtscel) met daarin een kern.
1
De zaadhuid zit om het zaad en bestaat uit een paar vliesjes
2
Het binnenste deel van het zaadbeginsel: 1 of 2 zaadlobben. 
De zaadlobben bevatten zetmeel, dat is reservevoedsel voor het jonge plantje. Het wordt gebruikt door de kiem tijdens het kiemen.

3
Steeltje van het zaadbeginsel, het zit vast aan het vruchtbeginsel.

4
Eicel met kern, vlakbij de opening
5
Het vruchtbeginsel groeit uit tot de vrucht 
(met daarin het zaad).
1 en 5:
Eicel met kern, ligt vlakbij de opening in de zaadhuid.

Slide 11 - Tekstslide

Het zaadbeginsel groeit uit tot
A
het vruchtbeginsel
B
het vruchtvlees
C
zaad
D
een bevruchte eicel

Slide 12 - Quizvraag

dit is een
Een boon, een zaad.
Uit het zaadbeginsel is dit zaad ontstaan.
1
'donker puntje'
Het poortje
Hierdoor kan het zaad water (vocht) opnemen. 
2
2 zaadlobben. Een zaad kan ook 1 zaadlob bevatten.
Bevatten zetmeel, het reservevoedsel.
Bij de kieming van het zaad, groeit de kiem uit tot een kiemplantje.
Het zetmeel levert daarvoor de energie.
3
buitenste laag
Zaadhuid
Beschermt het binnenste deel van het zaad
4
Navel
Hier zat de boon vast in de peulvrucht
5
Zaadlob met de kiem
6
De kiem
Deze ontstaat uit de bevruchte eicel en groeit uit tot het kiemplantje
7
BOON: Leer de onderdelen en de functies.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Nr. 3
Dit zijn de
A
zaadhuiden
B
navels
C
bonen
D
zaadlobben

Slide 15 - Quizvraag

Van bevruchte eicel tot kiemplantje
In het zaadbeginsel ligt de bevruchte eicel (eicel samengesmolten met kern stuifmeelkorrel). 
Direct na de bevruchting beginnen de eicel en het zaadbeginsel te groeien.

Uit het zaadbeginsel ontstaat een zaad.
Uit de bevruchte eicel ontstaat een kiem

Een zaad is bedekt met een zaadhuid en bevat één of twee zaadlobben.
De zaadlobben bevatten zetmeel als reservevoedsel.
Ze leveren energie aan de kiem voor het kiemen. 

Kieming - kiemen betekent dat de kiem uitgroeit tot een kiemplantje. 

Slide 16 - Tekstslide

Meerdere stuifmeelbuizen
Er kunnen meerdere stuifmeelbuizen door de stijl groeien.

Die gaan naar verschillende zaadbeginsels

Als een eicel bevrucht is, kan een zaad ontstaan. 


Als een eicel niet wordt bevrucht, groeit 
DAT zaadbeginsel niet uit tot zaad

Slide 17 - Tekstslide

Hoe vaak is
de appel bevrucht?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Video


In het vruchtbeginsel zitten
A
stuifmeelkorrels
B
stempels
C
zaadbeginsels
D
helmhokjes

Slide 20 - Quizvraag



Wat is waar?


A
a) stijl c) zaadbeginsel
B
b) stempel kleine afbeelding is een zaadcel
C
c) stijl kleine afbeelding is een eicel
D
a) stempel kleine afbeelding is een zaadbeginsel met eicel

Slide 21 - Quizvraag

Bestuiving en Bevruchting

Je kunt uitleggen wat de volgende begrippen met elkaar te maken hebben:

meeldraad, helmdraad, helmknop, helmhok, stuifmeelkorrels, bestuiving, pollenbuis, mannelijke geslachtscellen, kern, stamper, stempel, stijl, vruchtbeginsel, zaadbeginsel, eicel, zaadhuid, zaad, kern, bevruchting, zygote, delen van cellen.

Slide 22 - Tekstslide

Benoemen
dit is het ....
vruchtbeginsel
1
dit is de ....
stijl
2
dit is de ....
stempel
3
dit zijn de ....
Kroonbladeren
4
dit is de ....
bloemsteel met daarboven de bloembodem
5
Na de bestuiving gaat door nr. 2
de pollenbuis met de kern van de stuifmeelkorrel
In nr. 1 ....
zitten de zaadbeginsels met daarin de eicellen
Het zaad ontwikkelt zich
Nadat de eicel en de kern van de stuifmeelkorrel zijn samengesmolten.
in het zaadbeginsel

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video