Maandag Laatste les voor de toets

Wat gaan we doen?
- Herhalen werkwoorden + mijn/jouw/zijn/haar etc.
- in/op/naast/achter etc.

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat gaan we doen?
- Herhalen werkwoorden + mijn/jouw/zijn/haar etc.
- in/op/naast/achter etc.

Slide 1 - Tekstslide

Mijn vader ......... een fiets (hebben)

Slide 2 - Open vraag

Mijn vader heeft een fiets, het is .... fiets.
A
mijn
B
zijn
C
haar
D
jullie

Slide 3 - Quizvraag

Zij ..... een trui (hebben)

Slide 4 - Open vraag

Zij heeft een trui. Het is .... trui.
A
mijn
B
zijn
C
jullie
D
haar

Slide 5 - Quizvraag

Ik ..... een auto.

Slide 6 - Open vraag

Ik heb een auto. Het is .... auto.
A
mijn
B
jouw
C
zijn
D
haar

Slide 7 - Quizvraag

Wij .... een huis.

Slide 8 - Open vraag

Wij hebben een huis. Het is ... huis.
A
mijn
B
zijn
C
ons
D
jullie

Slide 9 - Quizvraag

Jullie .... een ijsje. (hebben)

Slide 10 - Open vraag

Jullie hebben een ijsje. Het is ... ijsje.
A
jouw
B
jullie
C
ons
D
zijn

Slide 11 - Quizvraag

Zij .... een huis. (hebben) meervoud

Slide 12 - Open vraag

Zij hebben een huis. Het is ... huis.
A
mijn
B
zijn
C
hun
D
jullie

Slide 13 - Quizvraag

Jij hebt een trui. Het is ... trui.
A
mijn
B
jou
C
jouw
D
jullie

Slide 14 - Quizvraag

Werkwoorden
Maak samen het werkwoord dat in de zin past.
Welke letters heb je nodig?

Slide 15 - Tekstslide

Jij .... een trui. (hebben)

Slide 16 - Open vraag

Jij .... een toets. (maken)

Slide 17 - Tekstslide

Ik ...... een nieuwe jas. (hebben)

Slide 18 - Tekstslide

Jullie ...... naar de bus. (lopen)

Slide 19 - Tekstslide

Zij ..... tot 10. (tellen)

Slide 20 - Tekstslide

Hij .... Mohammed. (heten)

Slide 21 - Tekstslide

Ik .... naar school. (gaan)

Slide 22 - Tekstslide

Ik zet mijn tas ..... de tafel.
A
uit
B
op
C
met

Slide 23 - Quizvraag

Ik doe mijn jas ....
A
uit
B
met
C
op

Slide 24 - Quizvraag

Ik woon ..... mijn buurvrouw.
A
op
B
in
C
naast

Slide 25 - Quizvraag

Ik praat .... jou.
A
voor
B
tegen
C
met

Slide 26 - Quizvraag

Ga je .... mij mee?
A
met
B
op
C
onder

Slide 27 - Quizvraag

Werkblad maken

Slide 28 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
- Domino
- Schrijven
- Praten

Slide 29 - Tekstslide

Waarom?
We leren praten over familie.

We leren vraagwoorden.

We wijzen naar een persoon met 'hij' of 'zij'.

Slide 30 - Tekstslide

Domino
1. Maak een groep met 3 leerlingen.
2. Lees alle kaartjes.
3. Leg de kaartjes naast elkaar.

Slide 31 - Tekstslide

Voorbeeld

Slide 32 - Tekstslide

Schrijven
Maak de zin af.
Mijn broer heet .......

Ik heb 3 ..........

Slide 33 - Tekstslide

Praten over familie

Slide 34 - Tekstslide