Hv 1 periode 2

Hv 1 periode 2
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 25 min

Onderdelen in deze les

Hv 1 periode 2

Slide 1 - Tekstslide

bepaalde lidwoorden
der: mannelijk
die: vrouwelijk
das: onzijdig
die: meervoud

Slide 2 - Tekstslide

onbepaalde lidwoorden
(k)ein: mannelijk
(k)eine: vrouwelijk
(k)ein: onzijdig
keine: meervoud

kein(e): geen

Slide 3 - Tekstslide

Beispiel
M: der Mann : ein Mann
V: die Frau : eine Frau
O: das Kind : ein Kind
MV: die Kinder : keine Kinder

Let op: Meervoud is altijd meer dan één -> altijd keine

Slide 4 - Tekstslide

De/het: der/die/das 
Een: ein/eine

Slide 5 - Tekstslide

Das ist ______ Hund (m)
A
ein
B
eine

Slide 6 - Quizvraag

Das sind ______ Freunde (mv)
A
ein
B
eine
C
kein
D
keine

Slide 7 - Quizvraag

Das ist ______ Buch (o)
A
ein
B
eine

Slide 8 - Quizvraag

Tennis spielen ist _______ Hobby(o)
A
ein
B
eine

Slide 9 - Quizvraag

Ik weet welk lidwoord bij welk geslacht hoort
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 10 - Poll

Slide 11 - Tekstslide

Bezittelijke voornaamwoorden
euer: mannelijk/onzijdig
eure: vrouwelijk/meervoud

Ihr(e): beleefdheidsvorm = u
ihr(e): haar of hun

Slide 12 - Tekstslide

Bij welk(e) geslacht(en) komt er een -e achter het bezittelijk vnw?
A
mannelijk en onzijdig
B
meervoud
C
vrouwelijk en meervoud
D
vrouwelijk en onzijdig

Slide 13 - Quizvraag

Das ist (mijn) Bruder (m)

Slide 14 - Open vraag

(haar) Vater wohnt in Breda

Slide 15 - Open vraag

(jullie) Eltern (mv) sind sehr nett

Slide 16 - Open vraag

Wie alt ist (uw) Kind (o)?

Slide 17 - Open vraag

(onze) Lehrerin (v) ist zu spΓ€t

Slide 18 - Open vraag

(mein) Lieblingsfach (o) ist Deutsch

Slide 19 - Open vraag

Ik ken de bezittelijke voornaamwoorden in het Duits
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 20 - Poll

Vertaal: eerlijk

Slide 21 - Open vraag

Vertaal: grappig

Slide 22 - Open vraag

Vertaal: gek

Slide 23 - Open vraag

Vertaal: Mijn vriendin is ook klein

Slide 24 - Open vraag

Vertaal: Ik draag een bril

Slide 25 - Open vraag

Vertaal: Hij is in september geboren

Slide 26 - Open vraag