16a, b, c, d (onderstreep de passé composé)
17b, c, d (maak 6 zinnen met woorden uit de kolommen), e, f
18a (lees de tekst en onderstreep de vragen)
18b Schrijf een mail waarin je antwoord geeft op de vragen.
Klaar? Dan ga je de voca van A en B herhalen!