Hoofdstuk 8: afronding

Hoofdstuk 8 elektromotor en dynamo
Afronding hoofdstuk 8
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 8 elektromotor en dynamo
Afronding hoofdstuk 8

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we deze les doen?
Vragen over het huiswerk beantwoorden

Herhalen 8.4

werken aan huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Vragen over huiswerk?
61 t/m 67
68 t/m 71

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling 8.4

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Maken in de les:
82, 83, 84
Ben je klaar? Dan ga je verder met je huiswerk: 76, 77, 78, 81

Slide 15 - Tekstslide

Opgave 82
A. Tussen 2,0 s en t = 4,0 s
B. Nee, want de flux daalt constant tussen t = 2,0 s en t = 4,0 s dus blijft de afgeleide constant
C. Kijk naar figuur 87 van het boek: als de magneet van situatie B naar C draait, daalt de flux zoals in de de grafiek is aangegeven. Als de magneet vervolgens vanuit situatie C nog verder zou draaien, dan zou in de verticale stand de flux nul zijn en daarna toenemend negatief worden. Zodra de noordpool helemaal links zit zal de richting van de inductiestroom omkeren. 
D. Het aantal windingen wordt 1,5 keer zo klein, dus ook de inductiespanning wordt 1,5 keer zo klein.De stroomsterkte wordt dan ook 1,5 keer zo klein: I = 0,25/1,5 = 1, 7 A

Slide 16 - Tekstslide

Opgave 83
A. Zie de figuur hiernaast.
B. Als de winding niet geheel in het magneetveld zit, vindt er een fluxverandering plaats in de spoel en ontstaat er een inductiespanning over de spoel. Er is dus een inductiespanning als de winding het magneetveld in beweegt en als de winding het magneetveld weer uit beweegt. 

Slide 17 - Tekstslide

Opgave 83
C. zie de figuur hiernaast
D. Als er een inductiespanning over de spoel aanwezig is en de spoel bevindt zich gedeeltelijk in het magnetisch veld, loopt er ook een inductiestroom in de spoel. Als de winding het magneetveld in gaat ontstaat in de winding een tegengesteld gerichte magnetische flux en is de richting van de inductiestroom rechtsom. Als de winding het magneetveld uit gaat ontstaat in de winding een gelijk gerichte magnetische flux en is de richting van de inductiestroom linksom. 

Slide 18 - Tekstslide

83 E
83 F

Slide 19 - Tekstslide

Opgave 83
G. De spoel beweegt naar rechts dus de lorentzkracht werk de beweging van de spoel tegen. 

Slide 20 - Tekstslide

Opgave 84
A. Zie de figuur hiernaast
B.            is maximaal rond stand B en D, dan is de inductiespanning dus het grootst. 
C.             is nul rond stand A en C, dan is de inductiespanning dus ook nul
dt(dϕ)
dt(dϕ)

Slide 21 - Tekstslide

Opgave 84

Slide 22 - Tekstslide

Huiswerk
76, 77, 78, 81

Slide 23 - Tekstslide