Grammaire chapitre 3 + herhaling

Wat is ook alweer het juiste rijtje van être?
1 / 19
volgende
Slide 1: Open vraag
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Wat is ook alweer het juiste rijtje van être?

Slide 1 - Open vraag

Wat is ook alweer het juiste rijtje van faire?

Slide 2 - Open vraag

Wat is ook alweer het juiste rijtje van avoir?

Slide 3 - Open vraag

Wat is ook alweer het juiste rijtje van aller?

Slide 4 - Open vraag

Wat zijn aanwijzende voornaamwoorden in het Frans?
A
mon/ma/mes
B
le/la/les
C
ce/cet/cette/ces
D
un/une/des

Slide 5 - Quizvraag

Aanwijzend v.n.w.
Ce, cette, cet, ces = die, dit, dat, deze




- Cet homme / cet article                -  Ce livre 
- Ces livres                                              -  Cette musique 



Slide 6 - Tekstslide

Je veux acheter ... robe.
A
ce
B
cet
C
cette
D
ces

Slide 7 - Quizvraag

Il veut essayer ... jean.
A
ce
B
cet
C
cette
D
ces

Slide 8 - Quizvraag

J'ai acheté ... livres.
A
ce
B
cet
C
cette
D
ces

Slide 9 - Quizvraag

Sleep de juiste vorm van het werkwoord pouvoir naar de onderwerpen
je
tu
il / elle / on
nous
vous
ils / elles
peux
peux
peut
pouvons
pouvez
peuvent

Slide 10 - Sleepvraag

   vouloir
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je/j'
                        veux
                    voulez
                        veut
                        veux
                  veulent
                 voulons

Slide 11 - Sleepvraag

Maak een goede zin met de volgende gegevens:
ik - willen - winkelen
A
Je veux fais du shopping.
B
Je peux fais du shopping.
C
Je veux faire du shopping.
D
Je peux faire du shopping.

Slide 12 - Quizvraag

Maak een goede zin met de volgende gegevens:
wij - kunnen - sporten
A
Nous pouvons faisons du sport.
B
Nous voulons faisons du sport.
C
Nous pouvons faire du sport.
D
Nous voulons faire du sport.

Slide 13 - Quizvraag

Maak een goede zin met de volgende gegevens:
Sophie en Marc - mogen - tv kijken
A
Sophie et Marc peuvent regarder la télé.
B
Sophie et Marc peut regarder la télé.
C
Sophie et Marc veulent regarder la télé.
D
Sophie et Marc veut regarder la télé.

Slide 14 - Quizvraag

Maak een goede zin met de volgende gegevens:
Hij - wil - geen - huiswerk maken
A
Il veut ne faire pas des devoirs.
B
Il ne veut pas faire des devoirs.
C
Il peut ne faire pas des devoirs.
D
Il ne peut pas faire des devoirs.

Slide 15 - Quizvraag

Maak een goede zin met de volgende gegevens:
Jij - mogen - eten

Slide 16 - Open vraag

Maak een goede zin met de volgende gegevens:
Jullie - willen - winkelen

Slide 17 - Open vraag

Maak een goede zin met de volgende gegevens:
Ik - mogen - niet - gamen

Slide 18 - Open vraag

Ik begrijp de grammatica van chapitre 3 en kan deze toepassen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll