Les 18 taal PABO, 19 maart 2026

Les 18 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsHBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 18 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie

Slide 1 - Tekstslide

Inchecken; Hoe voel je je nu?

Slide 2 - Tekstslide

Hoe voel je je?

Blij, enthousiast of..
Normaal, rustig of...
Moe, nerveus, verdrietig of...

Slide 3 - Open vraag

De vorige les.
Taal 2.
Lesdoel(en) | Lesson objective(s):
  • Ik leer over het waarom en hoe betreft taalbeschouwing (o.a. taalbeschouwingsstrategieën).
  • Ik leer wat werkwoordspelling moeilijk maakt.
  • Ik kan uitleggen welke drie didactieken er zijn voor de werkwoordspelling en ik kunt deze toepassen.
  • Ik kan fouten in de werkwoordspelling analyseren in categorieën.

Slide 4 - Tekstslide

Vraag uit een eerdere les | Taalbeschouwing; Leg uit wat taalbeschouwing inhoudt.

Noem minimaal drie aspecten van taalbeschouwing en geef per aspect een voorbeeld van hoe een leerkracht dit in de klas kan toepassen.

Slide 5 - Open vraag

Welke van onderstaande situaties past het best bij de conceptualiserende functie van taal?

A. Een leerling leert de spelling van moeilijke woorden.
B. Een leerling leert dat ‘rennen’ en ‘lopen’ synoniemen zijn.
C. Een leerling begrijpt door taal beter wat een ‘familie’ is.
D. Een leerling oefent met het alfabet.

Slide 6 - Open vraag

Welke volgorde hoort bij een deductieve aanpak?

A. Oefenen – regel uitleggen – voorbeeld geven – nakijken
B. Regel uitleggen – voorbeeld geven – oefenen – nakijken
C. Voorbeeld geven – oefenen – regel uitleggen – nakijken
D. Oefenen – voorbeeld geven – regel uitleggen – nakijken

Slide 7 - Open vraag

Welke denkactiviteit/strategie past het best bij de volgende zin?

“Er zijn veel bedreigde diersoorten, zoals de reuzenpanda.”

Slide 8 - Open vraag

Wat kenmerkt de analogiedidactiek?

Slide 9 - Open vraag

Een leerling schrijft de volgende zin: “Gisteren loopte ik naar school.” Analyseer de fout die de leerling maakt. Beschrijf stap voor stap:

1. Wat er fout gaat.
2. Welke denkstappen de leerling niet goed uitvoert.
3. Hoe je deze leerling zou helpen om tot het juiste antwoord te komen.

Slide 10 - Open vraag

Instructie.
Taal 2.
Lesdoel(en):
  1. Leer ik uitleggen waarom er urgentie is om het leesonderwijs in Nederland anders in te richten.
  2. Leer ik toelichten welke factoren bijdragen aan tekstbegrip.
  3. Leer ik teksten modelleren door hardop je denkstappen te zetten.
  4. Kan ik onderbouwd vertellen wat ik in de klas kan doen aan effectief leesonderwijs.

Deze les bevat theorie vanuit bijeenkomst 6.



Slide 11 - Tekstslide

Instructie.
Urgentie; leesonderwijs.
Het is urgent om het leesonderwijs anders in te gaan richten in Nederland.
De scores van het PISA-onderzoek in 2022 onderbouwen en bevestigen dit.

De oorzaak is complex. Er zijn meerdere zaken die meespelen:
- Vluchtigheid en drukte van huidige maatschappij – concentratie bij leerlingen is laag.
- Toename gebruik technologie.
- Verkaveling taalonderwijs (onderverdeeld in domeinen en worden los aangeboden).
- Te weinig kennis om teksten te begrijpen.
- Te weinig (voor)leestijd.
- Lerarentekort.




Slide 12 - Tekstslide

Instructie.
Voorwaarden tekstbegrip.
Tekstbegrip; de voorwaarden:
  • Gemotiveerd zijn om teksten te lezen​.
  • Begrijpend luisteren​.
  • Voldoende vlot kunnen lezen​.
  • Beschikken over voldoende woordenschat​.
  • Beschikken over voldoende kennis van de wereld​.
  • Een (beperkt) aantal leesstrategieën beheersen en flexibel kunnen toepassen.




Slide 13 - Tekstslide

Instructie.
Factoren.
Factoren die bijdragen aan tekstbegrip:
  • Moeilijkheidsgraad van de tekst; zone van de naaste ontwikkeling, aansluiten bij wat ze al weten, maar ook uitdaging bieden met nieuwe informatie.
  • Tekstsoort ​
  • Leeservaring​
  • Leesmotivatie​
  • Concentratie​
  • Voorkennis ​






Slide 14 - Tekstslide

Instructie.
Aanbevelingen beter leesonderwijs.
Aanbevelingen voor beter leesonderwijs in Nederland:
  1. Kerndoelen aanscherpen (zie volgende slide).
  2. Van ‘leren om te lezen’ naar ‘lezen om te leren’: rijk, thematisch kenniscurriculum.
  3. Vakken in samenhang.
  4. Taaldomeinen in samenhang geen apart vak ‘begrijpend lezen’.
  5. Stoppen met oefensoftware bij taalonderwijs.
  6. Rijke boekencollectie op school met titels die aansluiten bij alle vakken.

Slide 15 - Tekstslide

Instructie.
Kerndoelen aanscherpen.
Het aanscherpen van de kerndoelen. Hieronder (concept)kerndoelen:
  1. Wettelijke uitgangspunten om ervoor te zorgen dat elke leerling een lezer wordt en blijft.
  2. Leraar maakt vertaalslag naar didactiek, activiteiten en toetsing.
  3. Nieuwe kerndoelen concreter geformuleerd.
  4. Aanbodsdoelen (gericht op school).
  5. Beheersings- en ervaringsdoelen (gericht op leerling).
  6. Nieuw: doorgaande leerlijn po-vo.
  7. Nieuw: literatuur als apart domein.

Neem slide 21 en 22 van bijeenkomst 6 door in de PowerPoint presentatie.

Slide 16 - Tekstslide

Instructie.
Het recept voor beter leesonderwijs.
Ingrediënten:
  • Decodeervaardigheid (technisch lezen)
  • Achtergrondkennis
  • Woordenschat
  • Grammaticale kennis
  • Strategische competentie
  • Metacognitieve kennis
  • Tekststructuur
  • Motivatie

Slide 17 - Tekstslide

Instructie.
Het recept voor beter leesonderwijs.
Bereidingswijze:
  • Zet in op kennisontwikkeling
  • Zorg voor een rijk aanbod
  • Wees een rolmodel
  • Laat leerlingen actief lezen
  • Creëer samenhang
  • Integreer taaldomeinen i.p.v. taalvaardigheden apart aanbieden
  • Taal bij alle vakken en alle vakken bij taal
  • Houd leesingrediënten in beeld

Slide 18 - Tekstslide

Instructie.
Rijke tekststructuuronderwijs.
Wat is een rijke tekststructuur?

  1. Alle factoren die bijdragen aan tekstbegrip komen aan bod. 
  2. Het liefst binnen een thema verschillende soorten teksten aanbieden, waardoor ze een steeds bredere woordenschat krijgen, per tekst meer voorkennis hebben en dus ook moeilijkere teksten en structuren aankunnen.
  3. Integreer daarbij meerdere taaldomeinen, zoals begrijpend lezen of luisteren met schrijven.

Slide 19 - Tekstslide

 Instructie.
Modelen.
Wat is modelen: ik fase, wij fase, jullie fase (zie slide 25, 26, 27 van bijeenkomst 6).
  1. Aan de hand van uiteenlopende voorbeeldteksten het denkproces hardop formuleren
  2. Nut van modelen: abstracte strategieën worden concreet en toepasbaar.
  3. Afhankelijk van de tekstsoort, -structuur, enz. je strategie bepalen.

Modeling is een krachtige techniek in het leesonderwijs die leerlingen helpt om leesstrategieën effectief te leren en toe te passen. Door het demonstreren van hoe je denkt en handelt tijdens het lezen, kunnen leerlingen een duidelijk voorbeeld krijgen van hoe ze hun eigen leesvaardigheden kunnen verbeteren. Modeling biedt een concrete en toegankelijke manier om leerlingen te begeleiden naar succesvolle leesstrategieën en betere leesresultaten.


Slide 20 - Tekstslide

Zelfstandige verwerking.
Kennis testen.
Lesdoel(en):
  1. Leer ik uitleggen waarom er urgentie is om het leesonderwijs in Nederland anders in te richten.
  2. Leer ik toelichten welke factoren bijdragen aan tekstbegrip.
  3. Leer ik teksten modelleren door hardop je denkstappen te zetten.
  4. Kan ik onderbouwd vertellen wat ik in de klas kan doen aan effectief leesonderwijs.

Slide 21 - Tekstslide

Welke combinatie van factoren verklaart het best waarom het leesonderwijs in Nederland moet worden aangepast?

A. Meer huiswerk, grotere klassen en strengere toetsen.
B. Toename technologiegebruik, minder leestijd en gebrek aan achtergrondkennis.
C. Meer aandacht voor rekenen en minder voor taal.
D. Betere methodes en meer toetsen.

Slide 22 - Open vraag

Welke van onderstaande combinaties bevat alleen juiste voorwaarden voor goed tekstbegrip?

A. Motivatie, vlot kunnen lezen, woordenschat, wereldkennis.
B. Alleen technisch goed kunnen lezen en snel werken.
C. Veel toetsen maken en teksten overschrijven.
D. Alleen kennis van grammatica en spelling.

Slide 23 - Open vraag

Welke situatie sluit het best aan bij een factor die tekstbegrip bevordert?

A. Een leerling leest een tekst die ver boven zijn niveau ligt.
B. Een leerling leest een tekst die precies aansluit bij wat hij al weet, zonder nieuwe informatie.
C. Een leerling leest een tekst die aansluit bij zijn voorkennis en ook nieuwe, uitdagende informatie bevat.
D. Een leerling leest alleen korte zinnen zonder context.

Slide 24 - Open vraag

Welke van onderstaande veranderingen past het best bij effectief leesonderwijs volgens de aanbevelingen?

A. Begrijpend lezen als apart vak intensiveren met extra oefensoftware.
B. Taaldomeinen los van elkaar aanbieden om overzicht te houden.
C. Werken met een rijk, thematisch curriculum waarin lezen wordt geïntegreerd met andere vakken.
D. Minder aandacht besteden aan boeken en meer aan digitale oefeningen.

Slide 25 - Open vraag

Welke combinatie past het best bij effectief leesonderwijs volgens het ‘recept’?

A. Alleen focussen op technisch lezen en veel oefensoftware gebruiken.
B. Werken aan decodeervaardigheid, woordenschat en achtergrondkennis binnen samenhangend onderwijs.
C. Begrijpend lezen apart aanbieden en weinig aandacht besteden aan andere vakken.
D. Alleen inzetten op motivatie zonder aandacht voor kennisontwikkeling.

Slide 26 - Open vraag

Welke situatie is het beste voorbeeld van werken met een rijke tekststructuur?

A. Leerlingen lezen elke week losse, korte teksten zonder samenhang.
B. Leerlingen werken binnen een thema met verschillende tekstsoorten en combineren lezen met schrijven.
C. Leerlingen maken alleen invuloefeningen bij teksten.
D. Leerlingen lezen alleen verhaaltjes zonder verdere verwerking.

Slide 27 - Open vraag

Wat zijn belangrijke redenen om modelen (modeling) in het leesonderwijs toe te passen? Kies de beste antwoorden.

A. Leerlingen zien hoe een leerkracht een tekst leest en leren tegelijkertijd abstracte strategieën concreet toe te passen.
B. Leerlingen hoeven niet zelfstandig te oefenen, omdat de leerkracht het werk al voordoet.
C. Modelen helpt leerlingen strategieën te begrijpen en ze stap voor stap zelfstandig toe te passen, afgestemd op tekstsoort en structuur.
D. Modelen vervangt de noodzaak om andere leesstrategieën te leren.

Slide 28 - Open vraag

De volgende les.
Wat ga je leren?
De volgende les:
  • Leer je zinvolle technieken om tot begrip te komen.
  • Leer je zinvolle en zinloze manieren om tekstbegrip te meten.
  • Leer je hoe de samenhang van vaardigheden effect heeft op tekstbegrip.
  • Leer je wat 'diep lezen' is.
  • Leer je een les ontwerpen aan de hand van de methode Focus op begrip.

Belangrijk: Ik stuur je, na elke les, de LessonUples naar je toe. Herhalen is belangrijk.



Slide 29 - Tekstslide