Grammatica les 5 - Instructie week 23

Wat gaan we vandaag doen?
  • Herhaling: oefenen, oefenen, oefenen!
  • De zeven stappen + uitlegfilmpjes
  • Kleurtjes bij de hand: pv, ow, lv, mw, bwb
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wat gaan we vandaag doen?
  • Herhaling: oefenen, oefenen, oefenen!
  • De zeven stappen + uitlegfilmpjes
  • Kleurtjes bij de hand: pv, ow, lv, mw, bwb

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

STAP 1: PERSOONSVORM
  1. De zin vragend maken
  2. De zin in een andere tijd zetten
  3. Verander de zin van getal (meervoud --> enkelvoud of andersom)

Slide 4 - Tekstslide

STAP 2: werkwoordelijk gezegde
Alle werkwoorden in een zin
PV + alle andere werkwoorden in de zin
Johan heeft een cadeau gekregen

Slide 5 - Tekstslide

STAP 3: ZINSDELEN
  • Een woord of groepje woorden dat bij elkaar hoort

  • Je kunt een zinsdeel in zijn geheel voor de PV zetten

  • De man | geeft | het meisje | een appel

Slide 6 - Tekstslide

STAP 4: ONDERWERP
WIE/WAT + wwg --> Onderwerp (Wie doet het?)

Op Valentijnsdag | schonk | de werkersraad | enkele verbaasde werkers | een prachtige roos

Slide 7 - Tekstslide

STAP 5: LIJDEND VOORWERP
WIE/WAT + wwg + OW --> LV (Wie ondergaat het?)

Op Valentijnsdag | schonk | de werkersraad | enkele verbaasde werkers | een prachtige roos

Slide 8 - Tekstslide

STAP 6: meewerkend voorwerp 
AAN WIE/WAT + wwg + OW + LV (de ontvangende partij)

Op Valentijnsdag | schonk | de werkersraad | enkele verbaasde werkers | een prachtige roos

Slide 9 - Tekstslide

Stap 7: Bijwoordelijke bepaling
De prullenbak van de zinsdelen: alle zinsdelen die overblijven nadat je stap 1 t/m 6 hebt gehad!

Stel jezelf de vragen: waar, wanneer, waarom, hoelang, waarheen, waarvandaan, hoe en waarmee?

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Welke uitspraak best op dit moment het best bij jou?
A
Ik begrijp alles
B
Ik begrijp bijna alles
C
Ik moet meer oefenen
D
Ik heb extra uitleg nodig

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Welke uitspraak past op dit moment het beste bij jou?
A
Ik begrijp alles
B
Ik begrijp bijna alles
C
Ik moet meer oefenen
D
Ik heb extra uitleg nodig

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Welke uitspraak past op dit moment het beste bij jou?
A
Ik begrijp alles
B
Ik begrijp bijna alles
C
Ik moet meer oefenen
D
Ik heb extra uitleg nodig

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

SO Grammatica
  • Maandag 21 juni blok 1
  • Grammatica 2 les 1 t/m 5 + Grammatica 3 les 1 + 2

Slide 23 - Tekstslide

Welke uitspraak past op dit moment het beste bij jou?
A
Ik begrijp alles
B
Ik begrijp bijna alles
C
Ik moet meer oefenen
D
Ik heb extra uitleg nodig

Slide 24 - Quizvraag

Heb je behoefte aan een extra workshop grammatica zinsdelen?
A
Ja
B
Nee

Slide 25 - Quizvraag