week 14

Read Turtles All the Way Down (book or pdf)
Put away your phone
Put your bag on the floor 
timer
10:00
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Read Turtles All the Way Down (book or pdf)
Put away your phone
Put your bag on the floor 
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

periode 4

PTA 1A: informal writing (2x SE, 2x overgang)

PTA 1B: Build up 31-40 (1x SE, 1x overgang)


Slide 2 - Tekstslide

informal writing

Slide 3 - Woordweb

Writing an informal letter/email may sound like a game without rules, but it’s not. When you write to a friend, a family member, a colleague or an acquaintance, it doesn’t mean there are no conventions or do’s and don’ts. The only thing is that there are fewer than in a formal letter/email. 

Slide 4 - Tekstslide

E-mail
Langere berichten
Duidelijke structuur
Formeel en informeel
Geen sms-taal
Niet altijd een reactie
Je denkt meer na over inhoud
Komt goed over
Bedrijven en organisaties/ vrienden
IM
Korte berichtjes
Meteen zeggen wat je wilt
Informeel
Afkortingen en sms-taal
Vaak een reactie
Vaak even snel reageren
Kan slordig overkomen
Vrienden en familie

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

What to keep in mind during writing:
  • language

  • spelling

  • grammar

  • punctuation

Slide 7 - Tekstslide

Spelling
Spelling is extremely important in a letter/email. Other people will get a bad impression of you when your writing is full of errors. So use a spelling control (UK) when you write on a pc or a dictionary when you write on paper. 

Slide 8 - Tekstslide

Grammar
Likewise, grammar mistakes will distract the receiver from enjoying your letter. Use the correct word order and tense.

Slide 9 - Tekstslide

punctuation
Punctuation is another thing to notice (and use). Although some people talk without ever stopping, a comma is generally used wherever you would normally take a breath. In other words, in longer sentences there should always be a comma. A question needs a question mark (?) and when you make something specific you use a colon (:). We arrived at our destination: London Paddington station. 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Let's find the mistake together

Slide 12 - Tekstslide

Verbeter de fout van het vorige plaatje.
A
if you're good
B
if youre good
C
when your good
D
there is no mistake

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Hoe hoor je het woord wat bedoeld wordt eigenlijk te schrijven?

Slide 15 - Open vraag

Slide 16 - Tekstslide

Waar moet de komma?
A
na so
B
na much
C
na calling
D
na me

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Wat betekent het woordje "then" in deze post?
A
dan
B
daarom
C
daarna
D
daar

Slide 19 - Quizvraag

Let's discuss this together

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Hoe hoor je het woord wat bedoeld wordt eigenlijk te schrijven?
A
happiness
B
happines
C
hapiness
D
happieness

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

Wat betekent sewer?
A
zaaier
B
riool
C
naaier
D
naaister

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Wat betekent "their"?
A
zij zijn
B
van hen (bezittelijk)
C
daarom
D
daar

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Waar op te letten?
  • Begin altijd met een begroeting (aanhef)
  • Gebruik geen "Hey!" tenzij je de persoon echt heel goed kent of dezelfde functie hebt. Formeel = formeel, informeel = informeel. 
  • Let op de tijd (geen "goodmorning" schrijven naar America als het daar avond is...). Wanneer leest de ontvanger jouw mail? Misschien wel de volgende dag...

Slide 29 - Tekstslide

  • Na de aanhef komt een komma.
  • Schrijf iemands (achter)naam goed... Controleer dit altijd.
  • Begin met de reden waarom je iemand een mail stuurt.
  • Keep It Short and Simple (KISS). Bij huiswerk en op school kun je oefenen en krijg je feedback. In de praktijk en op de toets wordt je beoordeeld. Neem geen risico, hou het simpel.

Slide 30 - Tekstslide

Naar mijn mening
A
After my opinion
B
In my opinion
C
To my opinion
D
At my opinion

Slide 31 - Quizvraag

Je komt uit Nederland
A
You are from the Netherlands
B
You are Dutch

Slide 32 - Quizvraag

Wat zet je aan het eind van een e-mail als je een vriend schrijft?
A
Best
B
with friendly greetings
C
Kind regards
D
Regards

Slide 33 - Quizvraag

If someone agrees to help you, you should start the letter by thanking them
A
True
B
False

Slide 34 - Quizvraag

You should put all the information in a single paragraph
A
True
B
False

Slide 35 - Quizvraag

Saying 'Feed the cats' is more polite than 'Please could you feed the cats?'
A
True
B
False

Slide 36 - Quizvraag

You can explain the reason why you're asking the reader to do these things
A
True
B
False

Slide 37 - Quizvraag

Write your own instruction email!
1. schrijf een email aan een klasgenoot
2. vertel hoe blij je bent dat je klasgenoot een week op je huis kan passen wanneer jij en je familie weg zijn
3. geef precieze instructies: wat moet je klasgenoot allemaal doen?
4. wat moet hij/zij vooral niet doen?
5. wat is belangrijk om niet te vergeten? Schrijf alles op.

Slide 38 - Tekstslide