2.1 Geslachtsorganen

2.1 Geslachtsorganen
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

2.1 Geslachtsorganen

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
Korte herhaling thema 1
Theorie 
Korte quiz
Zelfstandig werken
Vooruitblik les 2

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les 
kun jij de primaire en secundaire geslachtskenmerken benoemen bij mensen.
kun jij benoemen wat er in de pubertijd (adolescentie) veranderd aan het lichaam van jongens en meisjes.
weet jij uit welke onderdelen het mannelijk geslachtsorgaan bestaat en wat de functies zijn.
weet jij uit welke onderdelen het vrouwelijke geslachtsorgaan bestaat en wat de functies zijn. 

Slide 3 - Tekstslide

Een mens heeft in een normale celkern.....chromosomen.
A
23
B
46
C
50
D
55

Slide 4 - Quizvraag

De celkern van geslachtscellen van een mens hebben ......... chromosomen.
A
23
B
46
C
50
D
55

Slide 5 - Quizvraag

In afbeelding 8 zie je een tekening van een jonge plantencel..


A: Waaraan kun je zien dat dit een jonge plantencel is?

Slide 6 - Open vraag

Door welk proces worden de chromosomen van een delende cel zichtbaar?
A
Spiraliseren
B
Plasmagroei
C
Kopiëren

Slide 7 - Quizvraag

Door welk proces worden de dochtercellen net zo groot als de moedercel?
A
Spiraliseren
B
Plasmagroei
C
Kopiëren

Slide 8 - Quizvraag

Door welk proces bevatten twee DNA-ketens precies dezelfde erfelijke informatie?
A
Spiraliseren
B
Plasmagroei
C
Kopiëren

Slide 9 - Quizvraag

Na een gewone celdeling bevat elke dochtercel ......................... Meerdere antwoorden mogelijk.
A
Andere erfelijke informatie.
B
Dezelfde erfelijke informatie als de moeder cel.
C
Meer chromosomen dan de moedercel.
D
Evenveel chromosomen als de moeder cel.

Slide 10 - Quizvraag

Hoeveel chromosomen komen voor in een eicel?

Slide 11 - Open vraag

Hoeveel chromosomen komen voor in een zaadcel?

Slide 12 - Open vraag

Hoeveel chromosomen komen voor in een bevruchte eicel?

Slide 13 - Open vraag

Wat is het doel van de reductiedeling?

Slide 14 - Open vraag

Welke geslachtscel kan zichzelf voortbewegen?

Slide 15 - Open vraag

Een zaadcel is ontstaan door welke deling?

Slide 16 - Open vraag

Met welke twee letters geef je de geslachtschromosomen van een jongen aan?

Slide 17 - Open vraag

Primaire geslachtskenmerken
Primaire geslachtskenmerken zijn vanaf de geboorte aanwezig. 
Jongen: Penis en balzak.
Meisje: vulva (de schaamlippen, clitoris en opening vagina)

Slide 18 - Tekstslide

Secundaire geslachtskenmerken
Secundaire geslachtskenmerken ontstaan onder invloed van hormonen in de pubertijd. 

Jongen:
  • Gespierde bouw
  • Baardgroei
  • Schaamhaar en lichaamshaar
  • Penis en balzak wordt groter

Meisje:
  • Rondere vorm
  • Bredere heupen
  • Borsten
  • Schaamhaar en lichaamshaar

Slide 19 - Tekstslide

Uitwendige geslachtsorganen vrouw
Uitwendige geslachtskenmerken vrouw:
  • vulva (vagina)
  • Clitoris (is gevoelig voor prikkels)
  • Clitoriseikel (extreem gevoelig)
  • Clitorishoed (huidplooi om de clitoriseikel)
  • Binnenste vulvalippen (gladde huidplooien en maken slijm)
  • Buitenste vulvalippen (behaarde huidplooien)

Slide 20 - Tekstslide

Het grootste deel van de clitoris ligt in het lichaam. In het lichaam bestaat de clitoris voornamelijk uit zwellichamen, deze zwellen op bij seksuele prikkeling.

Slide 21 - Tekstslide

Inwendige geslachtsorganen vrouw
Inwendige geslachtsorganen vrouw:
  • Eierstokken (deze heeft de vrouw al bij de geboorte met onrijpe eicellen).
  • Eicellen (vrouwelijk geslachtscellen).
  • Eileiders vervoeren de eitjes.
  • Baarmoeder (hierin groeit de baby als de vrouw zwanger is).

Slide 22 - Tekstslide

Maagdenvlies
  • Het maagdenvlies is een stukje weefsel. 
  • Niet alle meisjes hebben bij de geboorte een maagdenvlies.

Slide 23 - Tekstslide

Uitwendige geslachtsorganen man
Uitwendige geslachtskenmerken man:
  • Penis
  • Voorhuid met daaronder de eikel.
  • Balzak (hangt achter de penis).
  • In de balzak liggen de teelballen.

Slide 24 - Tekstslide

Bij seksuele opwinding vullen de zwellichamen zich met bloed, hierdoor wordt de penis hard (stijf).

Slide 25 - Tekstslide

Inwendig geslachtsorganen man
In inwendige geslachtsorganen van een man:
  • In de balzak zitten de twee teelballen.
  • Teelballen maken zaadcellen (geslachtscellen man).
  • Bijbal ligt op de teelbal (Hierin worden zaadcellen tijdelijk opgeslagen)
  • De zaadleiders vervoeren de zaadcellen.
  • Het zaadblaasje (fructose) en de prostaat (prostaatvocht zink) voegen vocht bij het zaad en dan hebben we sperma.

Slide 26 - Tekstslide

De weg die het zaadcellen afleggen door het mannelijke geslachtsorgaan
  1. Teelballen 
  2. Bijballen 
  3. Zaadleider
  4. Prostaat + zaadblaasje
  5. Urinebuis




Slide 27 - Tekstslide

Wat zijn de zichtbare primaire geslachtskenmerken van een man?

Slide 28 - Open vraag

De vulva is het zichtbare primaire geslachtskenmerk van de vrouw. Uit welke delen bestaat de vulva?

Slide 29 - Open vraag

Wordt je met de primaire geslachtskenmerken geboren?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Wat is het maagdenvlies?

Slide 31 - Open vraag

Met welk deel van de geslachtsorganen van de man kun je de clitoriseikel vergelijken?
A
Balzak
B
Voorhuid
C
Eikel
D
Penis

Slide 32 - Quizvraag

behaarde huidplooien
A
Binnenste vulvalippen
B
Buitenste vulvalippen
C
Clitoris
D
Clitorishoed

Slide 33 - Quizvraag

huidplooien die slijm maken
A
Binnenste vulvalippen
B
Buitenste vulvalippen
C
Clitoris
D
Clitorishoed

Slide 34 - Quizvraag

ligt om de clitoriseikel.
A
Binnenste vulvalippen
B
Buitenste vulvalippen
C
Clitoris
D
Clitorishoed

Slide 35 - Quizvraag

Zet de namen bij de genummerde delen. Zwellichaam moet twee keer gebruikt worden.

Slide 36 - Open vraag

Wat is de functie van de zwellichamen van de penis?

Slide 37 - Open vraag

liggen op de teelballen
A
Bijbal
B
Teelbal
C
Zaadblaasje
D
Postraat

Slide 38 - Quizvraag

Maken zaadcellen
A
Bijbal
B
Teelbal
C
Zaadblaasje
D
Eierstok

Slide 39 - Quizvraag

Vervoeren zaadcellen
A
Bijbal
B
Teelbal
C
Eileider
D
Zaadleiders

Slide 40 - Quizvraag

zaadleider komt hierin uit
A
Bijbal
B
Teelbal
C
Urinebuis
D
Zaadleiders

Slide 41 - Quizvraag

penis
bijbal
teelbal
balzak
eikel
Prostaat
Zaadblaasje
Urineblaas

Slide 42 - Sleepvraag


De pijl wijst naar de:
A
Zaadleiders
B
Eicel
C
Eileiders
D
Eierstokken

Slide 43 - Quizvraag

Met welk nummer is de vagina aangegeven?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 44 - Quizvraag

Welke weg leggenzaadcellen af door het mannelijke geslachtsorgaan?
A
Teelballen - zaadleider - bijballen- urineleider - prostaat - penis
B
Bijballen- teelballen - eileider - prostaat - urinebuis
C
Teelballen - bijballen - urineleider - prostaat - penis
D
Teelballen - bijballen - zaadleider - prostaat - urinebuis

Slide 45 - Quizvraag

Zet bij elk nummer de naam van het deel.

Slide 46 - Open vraag

Zelfstandig werken
Blz. 78 - 87.
Ben je klaar, laat dan je werk zien aan de docent. 
Snap je het niet, steek dan je vinger op.

Slide 47 - Tekstslide

Vooruitblik
Veranderingen in de pubertijd.

Slide 48 - Tekstslide