H3 - 3.1 Electriciteit

3: Elektriciteit
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

3: Elektriciteit

Slide 1 - Tekstslide

3: Elektriciteit

Waarom gaan de haren van dit meisje recht 
overeind staan?

Slide 2 - Tekstslide

3: Elektriciteit
3.1    Elektriciteit en lading
3.2   Geleidbaarheid en weerstand
3.3   Parallel en serie
3.4   Energie en vermogen
3.5   Elektromagnetisme

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Je leert hoe lading elektrische verschijnselen veroorzaakt.
- begrijpen hoe geladen deeltjes ontstaan
- begrijpen wanneer en hoe stroom loopt
- weten wat stroom is
- weten wat spanning is
 

Slide 4 - Tekstslide

Elektrische lading
 is een natuurkundige grootheid die aangeeft op welke manier een deeltje wordt beïnvloed door elektrische en magnetische velden.

Slide 5 - Tekstslide

Lading
Elektrische verschijnselen -> ladingen die krachten uitoefenen

Lading -> positief of negatief
gelijksoortige ladingen stoten elkaar af

Atoom:
- elektrisch neutraal
- geladen worden

Slide 6 - Tekstslide

Elektrische stroom
Bewegende lading:
- wollen trui
- bliksem  

Gesloten stroomkring

Slide 7 - Tekstslide

Elektrische stroom
Geleider -> metaal
Isolator 

geleidingselektronen

Slide 8 - Tekstslide

Stroomsterkte
Stroomsterkte: I  in A of mA (Ampère)
              - Aantal elektronen per seconde

Stroom:        van + naar -
Elektronen: van - naar +

Slide 9 - Tekstslide

Spanning
Spanning: U  in V (Volt)
              - ladingsverschil van electronen
Stroombron


Slide 10 - Tekstslide

Gelijksoortige lading trek elkaar aan.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Waarom gaan de haren
van dit meisje omhoog
staan?
A
de haren hebben tegenovergestelde lading en stoten elkaar af
B
de haren hebben dezelfde lading en stoten elkaar af
C
De haren zijn magnetisch geworden

Slide 12 - Quizvraag

Een negatief geladen atoom ontstaat doordat een proton los schiet.
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Welke van de onderstaande onderdelen is NIET noodzakelijk om stroom te laten lopen
A
stroombron
B
gesloten stroomkring
C
lamp
D
stroomdraad

Slide 14 - Quizvraag

De eenheid van stroomsterkte is?
A
I
B
A
C
U
D
V

Slide 15 - Quizvraag

Vrachtwagens met een bepaalde lading rijden rond in het gesloten circuit.

Welke uitspraak is onjuist?
A
De stroomsterkte is gelijk aan het aantal vrachtwagens dat langs rijdt
B
De spanning is het aantal vrachtwagens dat langsrijdt
C
Spanning is het verschil in lading tussen twee punten
D
De stroomsterkte is op alle punten in deze stroomkring gelijk

Slide 16 - Quizvraag

Leerdoelen
Je leert hoe lading elektrische verschijnselen veroorzaakt.
- begrijpen hoe geladen deeltjes ontstaan
- begrijpen wanneer en hoe stroom loopt
- weten wat stroomsterkte is
- weten wat spanning is
 

Maak opdrachten §3.1 vraag 1, 5, 8 en 14 en 6 punten aan overige vragen. (N vragen tellen voor 2, M vragen tellen voor 0,5).

Slide 17 - Tekstslide