Spelling van vaak gemaakte fouten
Spelling van vaak gemaakte fouten
Lesdoelen
Na deze les kan je …
vaak voorkomende schrijffouten herkennen en verbeteren
onderscheid maken tussen spreektaal en schrijftaal
correcte vormen gebruiken zoals:
mijn/men – zijn/zen – wil/wilt – eens/is
de/het – die/dat – hen/hun
jou/jouw – u/uw
Wat is correct?
Ik heb men boek vergeten.
Ik heb mijn boek vergeten.
Wat is correct?
Hij nam zen jas mee.
Hij nam zijn jas mee.
Wat is correct?
Ik ga is eens kijken.
Ik ga is kijken.
Uitleg
mijn = bezit | men = de mensen
zijn = bezit | zen = rust
eens = af en toe | is = werkwoord zijn
Wat is correct?
Hij wilt later verder studeren.
Hij wil later verder studeren.
Wat is correct?
We wilden graag iemand interviewen.
We wouden graag iemand interviewen.
Wat is correct?
Moest ik rijk zijn, dan…
Mocht ik rijk zijn, dan…
Uitleg
hij wil (geen -t) = onregelmatig werkwoord
wilden = standaardtaal | wouden = spreektaal
mocht = standaardtaal | moesten = spreektaal
Juist of fout
Hij vergist hem.
Juist
Fout
Juist of fout
Ze denkt altijd aan haar eigen.
Juist
Fout
Juist of fout
In zijn boekentas zit niets in.
Juist
Fout
Uitleg
wederkerend: zich
Hij vergist zich, niet hem.
zichzelf
Ze denkt altijd aan zichzelf, niet haar eigen.
opsplitsbare werkwoorden maar 1 keer schrijven
In zijn boekentas zit niets in.
Juist of fout
De gsm die kapot is
De gsm dat kapot is
Juist of fout
De leerlingen die te laat waren
De leerlingen dat te laat waren
Juist of fout
Het meisje die verward was.
Het meisje dat verward was.
Uitleg
bij het lidwoord de → gebruik verwijswoord die
bij het lidwoord het → gebruik verwijswoord dat
bij meervoud → gebruik als verwijswoord altijd die
Vul aan:
Ik gaf ___ het boek.
hen
hun
Vul aan:
De leraar strafte ___.
hen
hun
Vul aan:
De tranen sprongen ___ in de ogen.
hen
hun
Uitleg
hen: na voorzetsel of lijdend voorwerp
aan/voor/om hen
wie/wat + o + wwg = LV
hun: meewerkend voorwerp zonder voorzetsel
aan/voor/bij wie/wat? = MV
Spreektaal versus schrijftaal
SPREEKTAAL
Schrijftaal
Verschieten
Schrikken
Kwijtspelen
Kwijtraken
Uitleg
Spreektaal
tussentaal, soms dialect
hoort niet thuis in schrijfopdrachten
Waarom een keer met -w en een ander keer zonder?
Ik geef jou jouw agenda terug.
Waarom wordt dit ander geschreven?
Beide leerlingen waren te laat.
Beiden moesten nablijven.
Vul in:
Dat is ___ moeilijke toets.
zo'n
zulke
zulk
Vul in:
____ fouten zie ik vaak in taken.
zo'n
zulke
zulk
Vul in:
____ gedrag hoort niet in de klas.
zo'n
zulke
zulk
Uitleg
Zo’n = zo een (enkelvoud)
Zulke = meervoud / de-woorden
Zulk = het-woord / stofnaam
Maak Bookwidgets
Pagina 53