2F: Werkblad inleveren

Pak je leesboek en ga lekker lezen!
timer
10:00
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Pak je leesboek en ga lekker lezen!
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Welkom 2F!

Slide 2 - Tekstslide

Deze les...
- Herhaling woordsoorten: lw, zn, bn, ww, vz
- Oefening woordsoorten
- Schema bespreken
- Zelfstandig 'trainen'

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling grammatica woordsoorten
Pak pen en papier,
want je gaat flink aan de slag!

Aan het eind van de les moet je een foto van je werk uploaden.

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling grammatica woordsoorten
Noteer de volgende woordsoorten/afkortingen onder elkaar.
Sla ten minste twee regels over tussen de verschillende woordsoorten!
- werkwoord (ww)
- lidwoord (lw)
- zelfstandig naamwoord (zn)
- bijvoeglijk naamwoord (bn)
- voorzetsel (vz)

Slide 5 - Tekstslide

Herhaling grammatica woordsoorten
Noteer achter de woordsoorten hoe je ze kunt herkennen.
Weet je het niet? Pak je boek erbij of roep hulp in van Google!
- werkwoord (ww)
- lidwoord (lw)
- zelfstandig naamwoord (zn)
- bijvoeglijk naamwoord (bn)
- voorzetsel (vz)
timer
3:00

Slide 6 - Tekstslide

Herhaling grammatica woordsoorten
Controleer je antwoorden en vul ze zo nodig aan:
- werkwoord (ww)
     > geeft aan wat iets/iemand doet of overkomt
     > persoonsvorm, voltooid deelwoord, hele werkwoord
- lidwoord (lw)
     > de, het (bepaald lidwoord)
     > een (onbepaald lidwoord)

Slide 7 - Tekstslide

Herhaling grammatica woordsoorten
Controleer je antwoorden en vul ze zo nodig aan:
- zelfstandig naamwoord (zn)
     > mensen, dieren, planten, dingen (medipladi)
     > kan een lidwoord voor staan
     > kan een bijvoeglijk naamwoord voor staan
     > kan (meestal) in het meervoud staan
     > kan (meestal) een verkleinwoord van gemaakt worden
     > ook namen zijn zn!


Slide 8 - Tekstslide

Herhaling grammatica woordsoorten
Controleer je antwoorden en vul ze zo nodig aan:
- bijvoeglijk naamwoord (bn)
     > zegt iets over een zelfstandig naamwoord
     > kan zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord staan
- voorzetsel (vz)
     > korte woordjes: om, achter, naast, bij, tussen, tijdens, langs, voor, ...
     > geven een plaats/richting aan
     > 'kastwoorden' of 'feestjewoorden'
    

Slide 9 - Tekstslide

Kende je deze vijf woordsoorten nog?
A
Ja, ik wist alles nog
B
Het meeste wist ik nog
C
Ik herkende de meeste dingen tijdens het nakijken
D
Nee, ik vond het echt heel moeilijk

Slide 10 - Quizvraag

Noteer ww, lw, zn, bn en vz
Schrijf het woord op en noteer de juiste woordsoort er achter. Kun je een woord niet benoemen? Ze dan een x.

1. De behendige jongen klom op de hoge boekenkast.
2. Mevrouw Bouma bewaart de rode druiven in een plastic verpakking.
3. De rivier de IJssel stroomt tussen Kampen en IJsselmuiden.
4. Wanneer krijgen we de cijfers van de toets?

Slide 11 - Tekstslide

1. De = lw
    behendige = bn
    jongen = zn
    klom = ww
    op = vz
    de = lw
    hoge = bn
    boekenkast = zn
2. Mevrouw = zn
    Bouma = zn
    bewaart = ww
    de = lw
    rode = bn
    druiven = zn
    in = vz
    een = lw
    plastic = bn
    verpakking = zn

Slide 12 - Tekstslide

3. De = lw
     rivier zn
    de = lw
    IJssel = zn
    stroomt = ww
    tussen = vz 
    Kampen = zn
    en = x (voegwoord)
    IJsselmuiden = zn
4. Wanneer = x (bijwoord)
     krijgen = ww
     we = x (pers. vnw)
     de = lw
     cijfers = zn
     van = vz
     de = lw
     toets = zn

Slide 13 - Tekstslide

Hoe ging de vorige opdracht?
A
Goed, ik had (bijna) alles goed
B
Voldoende, ik had het meeste goed
C
Matig, ik had toch wel veel fouten
D
Nog niet goed, ik heb hulp nodig

Slide 14 - Quizvraag

Inleveren
Maak foto's van je gemaakte werk. Upload de foto in de volgende slide!

Slide 15 - Tekstslide


Slide 16 - Open vraag

Kahoot Woordsoorten
Log in met je eigen naam


Lesdoel:
Controleren of je 
ww, lw, zn, bn en vz kent

Slide 17 - Tekstslide

Aan de slag!
2th-boek: H2 - 'Trainen' Taalverzorging Woordsoorten 

Slide 18 - Tekstslide