werkwoordspelling pto3 v2 oefenen

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Nodig: laptop

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Rondje werkwoorden oefenen 



Hoofdstuk 27 (dus voor PTO-3)

Slide 6 - Tekstslide

Hij (geloven, tt) mij niet.
timer
0:30
A
gelooft
B
geloofd
C
geloofdt

Slide 7 - Quizvraag

Wat (vinden, tt) je van mijn nieuwe schoenen?
timer
0:30
A
vind
B
vindt
C
vint

Slide 8 - Quizvraag

De jongens (ontmoeten, tt) elkaar op het voetbalveldje.
timer
0:30
A
ontmoete
B
ontmoeten
C
ontmoette
D
ontmoetten

Slide 9 - Quizvraag

Als ik de takken (vasthouden, tt), dan kan jij ze bij elkaar binden.
timer
0:30
A
vasthoudt
B
vasthoud

Slide 10 - Quizvraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De nieuwe spits kon niet aan de (wekken) verwachtingen voldoen.
timer
0:30

Slide 11 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De (ontslaan) medewerker zoekt nu een nieuwe baan.
timer
0:30

Slide 12 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De rechtbank besloot beide verdachten tegelijk te (berechten)
timer
0:30

Slide 13 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Pak nu onmiddellijk je boek en (houden) je mond.
timer
0:30

Slide 14 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De burgers van het (beschieten) dorp vluchtten de bergen in.
timer
0:30

Slide 15 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Gisteren (luiden, vt) de voorspelling nog regen en storm, maar nu schijnt de zon
timer
0:30

Slide 16 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Hardop (denken) liep Frits door het park.
timer
0:30

Slide 17 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Thea en Bas waren zo laat vertrokken, zodat ze (vrezen, vt) te laat te komen.
timer
0:30

Slide 18 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De dorpelingen liepen in stilte langs hun (verwoesten) huizen.
timer
0:30

Slide 19 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De fotograaf (vergroten, vt) vorige week de foto.
timer
0:30

Slide 20 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Het (verbazen, tt) me steeds weer dat er altijd wat moois bloeit in hun tuin.
timer
0:30

Slide 21 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Dat er ook 's winters iets in de tuin bloeit, heeft me altijd (verbazen).
timer
0:30

Slide 22 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Hoewel we de tekst goed geleerd hadden, (vergissen, vt) we ons vaak.
timer
0:30

Slide 23 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De jachtopziener (bespieden, tt) een roedel herten.
timer
0:30

Slide 24 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

(raden) je zus nu wel het juiste antwoord?
timer
0:30

Slide 25 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Ik antwoord graag op al jouw vragen. Antwoord is?

timer
0:30

Slide 26 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Het vliegtuig is op tijd geland. Geland is?

timer
0:30

Slide 27 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs

De politie verbrandde de gevonden drugs. Verbrandde is?

timer
0:30

Slide 28 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Het meisje liep zingend door de straat. Zingend is?

timer
0:30

Slide 29 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

De gewonde man moest met spoed naar het ziekenhuis. Gewonde is?
timer
0:30

Slide 30 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Hij heeft mij ingelicht over de lastige zaak. Ingelicht is?
timer
0:30

Slide 31 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Hij vermoedde helemaal niks. Vermoedde is?
timer
0:30

Slide 32 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

De boer oogst het graan in augustus. Oogst is?
timer
0:30

Slide 33 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Hij heeft die tekst goed samengevat. Samengevat is?
timer
0:30

Slide 34 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

De verklede meisjes zagen eruit als clowns.Verklede is?
timer
0:30

Slide 35 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Ruim nu onmiddellijk je kamer op! Ruim is?
timer
0:30

Slide 36 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?
Zwemmend in het meer genoot hij van het mooie weer. Zwemmend is?
timer
0:30

Slide 37 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

de (verven) deur
timer
0:30

Slide 38 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

het (verzetten) werk
timer
0:30

Slide 39 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

de (haten) minister
timer
0:30

Slide 40 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

de (verbreden) boulevard
timer
0:30

Slide 41 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

de (bespreken) toets
timer
0:30

Slide 42 - Open vraag

pvtt (persoonsvorm tegenwoordige tijd) of vd (voltooid deelwoord)?

De relschopper belooft dat hij zijn gedrag verbetert.
verbetert is?

timer
0:30
A
pvtt
B
vd

Slide 43 - Quizvraag

pvtt (persoonsvorm tegenwoordige tijd) of vd (voltooid deelwoord)?

Zij vinden dat ze wel een snoepje hebben verdiend.
Verdiend is?
timer
0:30
A
pvtt
B
vd

Slide 44 - Quizvraag

pvtt of vd?

Wie weet wat er vanavond gebeurd is?
gebeurd?
timer
0:30
A
pvtt
B
vd

Slide 45 - Quizvraag

pvtt of vd?

Monica beweert dat ze snel verbrandt in de zon.
verbrandt?
timer
0:30
A
pvtt
B
vd

Slide 46 - Quizvraag

Ik vond deze lessonup
timer
0:30
A
makkelijk
B
redelijk
C
lastig
D
moeilijk

Slide 47 - Quizvraag