wk 10 les 1 Herhalingsles spelling werkwoorden

10 minuten lezen

Op tafel:
laptop
 
WELKOM
 
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

10 minuten lezen

Op tafel:
laptop
 
WELKOM
 

Slide 1 - Tekstslide

SO Spelling werkwoorden
10 maart
Wat moet je weten en kunnen?
In Teams vind je informatie!
o.a. Bestanden mapje Spelling werkwoorden weekplanner

Slide 2 - Tekstslide

Voorbereiding op maandag
Maak de weektaak / weektaken af.
Bestudeer de theorie. Oefen extra.

Heb je nog vragen?
Schrijf je vraag thuis op in je schrift!

Slide 3 - Tekstslide

Schrijf leesbaar!
Maak met elke (ww) vorm een zin.
Maak bewust een schrijffout in die (ww) vorm.
Persoonsvorm tegenwoordige tijd 

Persoonsvorm verleden tijd 

Voltooid deelwoord 

Onvoltooid deelwoord 

Bijvoeglijk naamwoord van VD

Bijvoeglijk naamwoord van OD 


PVTT

PVVT

VD

OD

BN VD

BN OD

Slide 4 - Tekstslide

Welke schrijfwijze is juist?
Leg het uit!
De ... aardappeltjes smaakten goed!
A
verbrande
B
verbrandde

Slide 5 - Quizvraag

Welke schrijfwijze is juist?
Leg het uit!

De ... aardappels kocht ik bij de groenteman.
A
gepotte
B
gepote
C
gepootte

Slide 6 - Quizvraag

De (werkwoords)vormen
Persoonsvorm tegenwoordige tijd 

Persoonsvorm verleden tijd 

Infinitief (hele werkwoord)

Voltooid deelwoord 

Onvoltooid deelwoord 

VD als bijvoeglijk naamwoord 
OD als bijvoeglijk naamwoord


PVTT

PVVT

INF

VD

OD

VDBN
ODBN

Slide 7 - Tekstslide

Met welke ww vorm
ga je extra oefenen?
naam - ...
naam - X

Slide 8 - Woordweb

Dank je wel !
Tot maandag!

Slide 9 - Tekstslide

Voltooid deelwoord (VD)

Begint vaak met BE-, GE-, VER- of ONT-.

Eindigt op:   -EN, -D, -T


Twijfel je tussen -d of -t,  gebruik dan weer  't ex-kofschip

Ik heb een Big Mac genomen, want die was afgeprijsd.          

Mijn Big Mac was verbrand. Het vlees leek gekookt.           


Hulpmiddel
Maak het woord langer om te horen of je een -t of - d schrijft!

Slide 10 - Tekstslide

Soms ben je nog niet klaar met IETS doen.
Het is ONvoltooid.

>'Lopend' moet ik naar huis.
>'Fluitend' kom ik binnen.
Het onvoltooid deelwoord (OD)

Slide 11 - Tekstslide

Kermen van de pijn.
Kermen is het hele ww                   =  (infinitief). 
-d- erbij: kermend

Slide 12 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord

Staat vóór een zelfstandig naamwoord.

Komt van een werkwoord (een VD of een OD)

Schrijf je zo kort mogelijk, dus zoals het VD of OD, met soms een extra -E erachter.


Ik eet mijn zojuist gekochte Big Mac.

                                   BN van VD

Slide 13 - Tekstslide

De infinitief (inf)

Is het hele werkwoord; lopen, maken, eten, bewegen etc.


Verandert niet bij veranderen van tijd  (het is tenslotte geen pv!)

Vóór een infinitief kan je meestal IK KAN zetten.


Ik heb zin om een Big Mac te eten.        (IK KAN eten).

Slide 14 - Tekstslide

Vind 
de fout.
Leg uit

Slide 15 - Tekstslide

Sjaan (verhuizen) morgen.
Job is gisteren (verhuizen).
A
Sjaan verhuisT morgen. Job is verhuisT.
B
Sjaan verhuisD morgen. Job is verhuisD.
C
Sjaan verhuisT morgen. Job is verhuisD.

Slide 16 - Quizvraag

Welke spelregel hoort bij het onvoltooid deelwoord?

A
is de infinitief met '-d(e)'
B
is de stam met '-d'
C
soms '-d' en soms niet

Slide 17 - Quizvraag

(Mopperen) en (huilen) kwam de voetballer de kleedkamer in.
A
Mopperent en huilend
B
Mopperend en huilent
C
Mopperend en huilend

Slide 18 - Quizvraag

De bezorgde broodjes zijn afgeleverd.
A
bezorgde = pvvt afgeleverd = vd
B
bezorgde = bn afgeleverd = vd
C
bezorgde = bn afgeleverd = pvvt
D
bezorgde = pvvt afgeleverd = od

Slide 19 - Quizvraag

Spelling van het voltooid deelwoord (en pvvt)
Voorbeelden

hele ww= Fietsen
Stam      = Fiets
-> gefietsT

hele ww= Geloven
stam      = Gelov
-> GeloofD

Slide 20 - Tekstslide

Aan de slag!
* Maak H4 voltooid en onvoltooid deelwoord p. 282 en 283
* Werk rustig.
* Fluisteren met je buur mag.
Klaar? 
Ga verder met 
leerroute hf 4 en 5.
timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Evaluatie 

De volgende vragen gaan over de leerdoelen van de afgelopen twee weken.

Probeer de juist antwoorden te geven.

Slide 22 - Tekstslide

kleven (vt)
Nog altijd […] de kauwgom aan mijn schoen.

Slide 23 - Open vraag

Faxen (vt)
De meeste bedrijven [...] niet meer met hun klanten.

Slide 24 - Open vraag

Waarom zijn jullie aan het WANDELEN?
A
vd
B
od
C
inf
D
pvtt

Slide 25 - Quizvraag

De buurman (barsten) in lachen uit toen hij mij zag.
A
barste
B
barstte
C
barsten
D
barstten

Slide 26 - Quizvraag

Sterk of zwak?

BIJTEN
A
sterk
B
zwak

Slide 27 - Quizvraag

Sterk of zwak?
verhuizen
A
sterk
B
zwak

Slide 28 - Quizvraag

Wij verhui....... (vt) vroeger met regelmaat.

Slide 29 - Open vraag

Beantwoord... jij deze vraag ook nog even?

Slide 30 - Open vraag

Huiswerk
Dinsdag 29-09 SO spelling
Woensdag 
Woensdag 30-09: alternatief programma


Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Persoonsvorm verleden tijd

Slide 33 - Tekstslide