§2.5 De Nederlandse bevolking

§2.5 De Nederlandse bevolking
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

§2.5 De Nederlandse bevolking

Slide 1 - Tekstslide

Planning
- Herhaling §2.4
- Leerdoelen
- Uitleg
- Video
- Opdrachten maken

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een cultuurgebied?

Slide 3 - Open vraag

Bij welk cultuurgebied hoort de foto?
Afrikaans
Westers
Hindoeïstisch
Islamitisch
Boeddhistisch

Slide 4 - Sleepvraag

Bij welk cultuurgebied hoort Nederland?
A
Christelijk cultuurgebied
B
Islamitisch cultuurgebied
C
Europees Cultuurgebied
D
Westers Cultuurgebied

Slide 5 - Quizvraag

In welk cultuurgebied is deze foto genomen?
A
Chinees cultuurgebied
B
Afrikaans cultuurgebied
C
Islamitisch cultuurgebied
D
Westers cultuurgebied

Slide 6 - Quizvraag

Bij welk cultuurgebied horen 'slavische talen'?
A
Westers cultuurgebied
B
Afrikaans cultuurgebied
C
Islamitisch cultuurgebied
D
Orthodox cultuurgebied

Slide 7 - Quizvraag

Tot welk cultuurgebied hoort het noorden van Afrika?

A
cultuurgebied Zwart-Afrika
B
cultuurgebied Europa
C
cultuurgebied islamitische wereld
D
cultuurgebied Midden-Oosten

Slide 8 - Quizvraag

Over welk cultuurgebied gaat het volgende stukje tekst?
A
hindoeïstische cultuurgebied
B
orthodoxe cultuurgebied
C
Afrikaanse cultuurgebied
D
westerse cultuurgebied

Slide 9 - Quizvraag

Leerdoelen
- Je weet waar in Nederland de meeste mensen wonen en waar de bevolking groeit en afneemt.

- Je begrijpt hoe en waarom de leeftijdsopbouw in Nederland verandert.

- Je kunt kaarten en grafieken over de bevolking in Nederland lezen. 

Slide 10 - Tekstslide

De levensverwachting in 1900 was nog geen 50 jaar. Waarom werden mensen in 1900 minder oud dan tegenwoordig?
Hygiëne was minder: de tonnenman kwam wekelijks langs, er was geen riolering en handen wassen was geen gewoonte.

Groei in Nederland

Slide 11 - Tekstslide

Overschot
Wanneer het geboortecijfer hoger is dan het sterftecijfer spreek je van een:
Geboorteoverschot


Waardoor nam het geboortecijfer in Nederland toe vanaf 1900?
  • aanleg riolering
  • toename medische kennis
  • optimisme (na Tweede Wereldoorlog, Baby Boomers)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Na 1960 daalt het geboortecijfer, door voorbehoedsmiddelen:
minder jongeren
meer ouderen
Migratie speelt ook een rol > 
negatief migratiesaldo na de Tweede Wereldoorlog.
Vanaf 1970 > positief migratiesaldo in Nederland.

Slide 15 - Tekstslide

Spreiding in Nederland
Wat zijn de verschillen in de
bevolkingsdichtheid?


Binnen Nederland zijn grote
regionale verschillen

Dunbevolkt
Dichtbevolkt

Slide 16 - Tekstslide

Dunbevolkt
Dichtbevolkt
In de Randstad is veel werk te vinden.  Vooral jonge mensen trekken naar steden, dit zorgt voor verjonging van de stedelijke bevolking. 

Verhuizen naar een andere gemeente heet; binnenlandse migratie


Slide 17 - Tekstslide

Verandering in de leeftijdsopbouw
Piramidevorm: veel kinderen, weinig ouderen.
Bijna 50%  ouder dan 40 jaar 
20% is ouder dan 65 jaar, dat heet
vergrijzing.

Vanaf 2040 verwacht men in Nederland een
sterfteoverschot.

Slide 18 - Tekstslide

Vergrijzing = het percentage ouderen in de bevolking neemt toe.

Slide 19 - Tekstslide

Welke verband is er zichtbaar op beide kaarten?
  • Ontgroening: Jonge mensen trekken weg -> minder geboortes
Krimpgebied
Aantal inwoners neemt af
Nederland krimpgebieden

Slide 20 - Tekstslide

Verandering in de leeftijdsopbouw
Vooral op platteland trekken de jonge mensen naar de grote steden > ontgroening.

Wat is het gevolg van deze binnenlandse migratie?
Voorzieningen gaan sluiten en verdwijnen. 

Vergrijzijng

Slide 21 - Tekstslide

0

Slide 22 - Video

Slide 23 - Link