Lesbegin/voorkennis: Lernova 2.4

Vul het ontbrekende woord in!
Er zijn heel wat clichés ... katten en honden.
1 / 17
volgende
Slide 1: Open vraag
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Vul het ontbrekende woord in!
Er zijn heel wat clichés ... katten en honden.

Slide 1 - Open vraag

Vul het ontbrekende woord in!
Een hond kan niet ... de mens,

Slide 2 - Open vraag

Vul het ontbrekende woord in!
terwijl een kat zich niets aantrekt ... zijn baasje.

Slide 3 - Open vraag

Vul het ontbrekende woord in!
Toch zijn die clichés niet helemaal juist, blijkt ... nieuw onderzoek.

Slide 4 - Open vraag

Hoe noem je de woorden die je zojuist invulde?

Slide 5 - Open vraag

Wat doet een voorzetsel in een zin?
A
Het beschrijft een handeling.
B
Het verbindt woorden en toont hun onderlinge relatie.
C
Het geeft aan wat iemand doet.
D
Het maakt een zin langer.

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Video

Hoe zit dat nu?
Verschil: voorzetsel - vast voorzetsel

Slide 8 - Tekstslide

Hoe zit dat nu?
Verschil: 
-Ik wacht op straat

-Ik wacht op de bus.

Slide 9 - Tekstslide

Hoeveel voorzetsels tel je in deze zin?

In de zomer wandel ik elke dag met mijn hond op de heide.
A
één
B
twee
C
drie
D
vier

Slide 10 - Quizvraag

Noteer het voorzetsel uit deze zin:

Vanuit de ruimte gezien is de aarde prachtig.

Slide 11 - Open vraag

Is het voorzetsel in de zin vast of niet?

Vanuit de ruimte gezien is de aarde prachtig.
A
voorzetsel
B
vast voorzetsel

Slide 12 - Quizvraag

Noteer het voorzetsel uit deze zin:

Anas twijfelt altijd aan jouw woorden.

Slide 13 - Open vraag

Is het voorzetsel in de zin vast of niet?

Anas twijfelt altijd aan jouw woorden.
A
voorzetsel
B
vast voorzetsel

Slide 14 - Quizvraag

Sleep de juiste voorzetsels bij de werkwoorden.
Wachten
Bang zijn
Blij zijn
op
van
met

Slide 15 - Sleepvraag

Plaats
Tijd
oorzaak/ reden
Sleep de voorzetsels naar de juiste categorie.
Op, in onder
voor, na sinds
Dankzij, zonder

Slide 16 - Sleepvraag

Welke zin bevat een vaste combinatie met een voorzetsel?
A
Ik loop.
B
Ik wacht op de bus.
C
Ik heb een cadeau voor jou.

Slide 17 - Quizvraag