In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Examentraining Aardrijkskunde VMBO - TL
Weer & Klimaat
Slide 1 - Tekstslide
Wat is het verschil tussen Weer en Klimaat?
Slide 2 - Open vraag
Weerselementen:
1. Temperatuur
2. Neerslag
3. Wind (richting & snelheid)
Luchtdruk
Slide 3 - Tekstslide
Luchtdruk
H: Zon + droog
L: wolken + nat
Slide 4 - Tekstslide
Windrichting
Wet van Buys Ballot
- Wind waait van H - L
- NH: afwijking wind naar RECHTS
Wind in rug!
Slide 5 - Tekstslide
Uit welke richting kwam de wind in Nederland?
A
oosten
B
zuiden
C
westen
D
noorden
Slide 6 - Quizvraag
Hoe noemen we deze wind en welk gevolg voor de temperatuur heeft deze in de winter voor NL?
A
aanlandige wind - hoge temperatuur
B
aanlandige wind - lage temperatuur
C
aflandige wind - hoge temperatuur
D
aflandige wind - lage temperatuur
Slide 7 - Quizvraag
Neerslag
het regent
lucht koelt af
lucht stijgt op
vochtige lucht
waterdamp condenseert
wolken gevormd
Slide 8 - Sleepvraag
Neerslag
Stijgingsneerslag
Stuwingsneerslag
Frontale neerslag
Overeenkomst:
Opstijgende lucht
Slide 9 - Tekstslide
player.ntr.nl
Slide 10 - Link
Klimaatfactoren:
1. Breedteligging
2. Hoogteligging
3. Invloed zee
4. Windrichting
5. Soort aardoppervlak
Slide 11 - Tekstslide
Breedteligging
dichtbij evenaar = lage breedte
dichtbij polen = hoge breedte
ook in zomer
ook in winter
Slide 12 - Tekstslide
Breedteligging: Leg met behulp van de breedteligging uit waardoor het in Spanje gemiddeld warmer is dan in Nederland.
Slide 13 - Open vraag
player.ntr.nl
Slide 14 - Link
Windrichting: Beargumenteer of Nederland op 8 april 2018 een aanlandige of een aflandige wind had.
Tip, begin je zin met: In Nederland was een ... wind omdat ...
Slide 15 - Open vraag
Invloed zee: Maak de juiste combinaties
A
A-1, B-2, C-3
B
A-2, B-1, C-3
C
A-3, B-2, C-1
D
A-3, B-1, C-2
Slide 16 - Quizvraag
Soorten klimaten
Slide 17 - Woordweb
Soorten klimaten
zeeklimaten
landklimaten
koude klimaten
tropische klimaten
droge klimaten
Kunnen aanwijzen op kaart, beschrijven en verklaren
Slide 18 - Tekstslide
Landbouw
Nuttige neerslag = neerslag - verdamping
Klimaatverandering
hogere temperatuur
meer / minder / intensievere neerslag
waterbalans
Slide 19 - Tekstslide
Landbouw
Aanpassing klimaatverandering
irrigatie
minder water gebruiken
dalen grondwater
andere gewassen
korter douchen etc
ander soort toerisme
duurzaam gebruik
Slide 20 - Tekstslide
Uitspraak A: in gebieden waar de hoeveelheid nuttige neerslag klein is, komt vaker extensieve veeteelt voor dan in gebieden waar de hoeveelheid nuttige neerslag groter is.
Uitspraak B: door droogte en reliëf hebben Spaanse akkerbouwers gemiddeld meer last van bodemerosie dan Nederlandse akkerbouwers.
Geef aan of de uitspraak juist of onjuist is. Sleep de woorden juist of onjuist op de juiste zin
Juist
Juist
Onjuist
Onjuist
Slide 21 - Sleepvraag
Welke afbeelding hoort bij welke klimaatgrafiek? Sleep de afbeelding op de juistje grafiek
Slide 22 - Sleepvraag
Noem de twee gevolgen van klimaatverandering die voor de inwoners van Florida meer gevaar opleveren dan voor de inwoners van Kentucky.
Slide 23 - Open vraag
Meestal neemt de windsnelheid boven land af, omdat obstakels de wind afremmen. Bij orkanen is er nog een oorzaak waardoor de windsnelheid afneemt boven land.