Hoofdstuk 3: Democratie (1)

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 5

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
  • Inloggen in LessonUp met de code
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Voorkennis activeren 
  • Leerdoel van de les 
  • Zo werkt een democratie
  • Theorie: leesvaardigheid
  • Samen: alinea lezen en vragen beantwoorden
  • Alleen:  alinea lezen en vragen beantwoorden
  • # Exit ticket: woordenboek

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VOORKENNIS

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie is NIET de baas van Nederland?

A. De koning
B. De ministers
C. De staatssecretarissen

Slide 5 - Tekstslide

De koning
Maak af:

De regering bestaat uit de __________ en de __________.

Slide 6 - Tekstslide

koning + ministers
We weten nu wie er in de regering zitten.

Maar wie heeft uiteindelijk invloed op wat er in Nederland gebeurt?

A. Alleen de koning
B. Alleen de ministers
C. De inwoners van Nederland
D. Alleen de politie

Slide 7 - Tekstslide

Maar hoe dan?

Er wonen miljoenen mensen in Nederland.

We kunnen toch niet allemaal tegelijk zeggen wat er moet gebeuren?

Hoe kan jouw mening dan toch meetellen?
           Leerdoelen
Leesvaardigheid:
  • Ik kan de belangrijkste informatie uit een alinea halen.

Inhoudelijk:
  • Ik kan uitleggen wat democratie betekent.
  • Ik kan uitleggen waarom Nederland een volksvertegenwoordiging heeft.
  • Ik kan uitleggen wat het parlement doet en wie er in het parlement zitten.

Slide 8 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Inleiding
Nederland is een democratie.

Maar wat betekent dat eigenlijk?

Kijk naar de video.

Kijkvraag:
Wie heeft de macht in een democratie?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zin af:

In een democratie heeft __________ de macht.

Slide 11 - Tekstslide

Maar hoe kan dat?

In Nederland wonen miljoenen mensen.

We kunnen niet allemaal tegelijk overleggen en beslissen.

Hoe kan het volk dan toch invloed hebben?

Daar gaan we vandaag achter komen.
       Leesvaardigheid: wat is belangrijk?
» Een tekst bestaat uit alinea’s.
» Een alinea gaat over één onderwerp.
» Als je een alinea leest, vraag je jezelf af:
    Waar gaat deze alinea over?
    Wat is het belangrijkste dat er staat?

Je hoeft dus niet alles te onthouden. Je zoekt wat het belangrijkste is.
Taalhulp
<div><ul><li>Deze alinea gaat over __________.</li><li>Het belangrijkste is dat __________.</li></ul></div>

Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Ik doe het voor
We zoeken de belangrijkste informatie.

Lees mee met de alinea over volksvertegenwoordiging.

  1. Eerst vraag ik mezelf af: waar gaat deze alinea over?

  2. Nu wil ik weten wat het belangrijkste is dat de tekst hierover vertelt.
    Ik hoef dus niet alles te onthouden.

  3. Moeilijke woorden: 
Ik zie het woord <b>volksvertegenwoordiging</b>. Daar gaat deze alinea over.
<ul><li>volk = de inwoners van Nederland</li><li>vertegenwoordigen = namens andere mensen spreken en beslissen</li><li>volksvertegenwoordiging = mensen die namens het volk spreken en beslissen</li></ul>

Slide 13 - Tekstslide

Deze alinea gaat over:
volksvertegenwoordiging

Het belangrijkste is:
Niet alle inwoners kunnen samen overleggen. Daarom kiezen we mensen die het volk vertegenwoordigen.
Waarom heeft Nederland een volksvertegenwoordiging?

A. Omdat de koning dat wil.
B. Omdat niet alle inwoners samen kunnen overleggen en beslissen.
C. Omdat ministers geen beslissingen mogen nemen.

Slide 14 - Tekstslide

Maar hoe kan dat?

In Nederland wonen miljoenen mensen.

We kunnen niet allemaal tegelijk overleggen en beslissen.

Hoe kan het volk dan toch invloed hebben?

Daar gaan we vandaag achter komen.
Aan de slag
Maak vraag 1 t/m 4.

Gebruik bij iedere vraag wat je net hebt geleerd:

Lees de vraag.
  • Waar gaat de vraag over?
  • Zoek het goede deel van de tekst.
  • Wat is daar de belangrijkste informatie?
  • Schrijf je antwoord op.
timer
10:00

Slide 15 - Tekstslide

Maar hoe kan dat?

In Nederland wonen miljoenen mensen.

We kunnen niet allemaal tegelijk overleggen en beslissen.

Hoe kan het volk dan toch invloed hebben?

Daar gaan we vandaag achter komen.
Parlement
Lees de alinea over het parlement goed.

Tijdens het lezen denk je aan:
  • Waar gaat deze alinea over?
  • Wat is de belangrijkste informatie?

Maak vraag 6 t/m 8
timer
15:00

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EXIT TICKET

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag met je woordenboek
Je gaat verder met je eigen woordenboek maken.

» Eerst schrijf je het woord op, daarna zoek je de betekenis van het
   woord op.
» Je kunt hiervoor een online woordenboek of chat GPT gebruiken.
» De betekenis van het woord schrijf je in je eigen woorden op.
» Ook schrijf je een goede zin met het woord.
<ul><li>volk&nbsp;</li><li>vertegenwoordigen&nbsp;</li><li>volksvertegenwoordiging</li></ul>

Slide 18 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies