cross

Quiz 1 - Leesvaardigheid

Herzlich Willkommen!
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herzlich Willkommen!

Slide 1 - Tekstslide

Aufgabe 
  1. Lies die 3 Texte und beantworte die Fragen. Lees de 3 teksten en beantwoord de vragen. 
  2. Schwierig? Lies die Erklärung zu den Texten. Moeilijk? Gebruik de uitleg bij de teksten. 

Slide 2 - Tekstslide

Lernziele dieses Quiz
Am Ende dieses Quiz ...
  • ... kannst du 3 kurze, deutsche Texte verstehen. 
  • ... weißt du, ob du beim Lesen extra Hilfe brauchst.  

Slide 3 - Tekstslide

1 - Erst Hilfe gegen Stress
Je gaat een korte tekst lezen. Daarbij horen de volgende 4 beweringen. Zijn deze juist of onjuist? Tip: Let op de woorden minder - geen - meer.

  1. Als je vaker kleinere hoeveelheden eet, heb je minder last van stress.
  2. Als je genoeg kruidenthee drinkt, heb je geen last van stress. 
  3. Als je lichamelijke activiteit laag is, heb je meer kans op stress.
  4. Als je veel aandacht aan je uiterlijk besteedt, heb je minder last van stress. 

Slide 4 - Tekstslide

1 - Erste Hilfe
Uitleg tekst
Bij grote stress kunnen mensen woedend (wütend) worden of gaan huilen (weinen). Daar is energie voor nodig. De volgende tips worden gegeven:  
  1. meerdere kleine maaltijden stellen gerust (beruhigen)
  2. genoeg water en kruidenthee (Kräutertee) drinken
  3. genoeg slaap (6-7 Stunden)
  4. voldoende beweging (Bewegung)
  5. goed humeur (gute Laune)
  6. korte time-outs (Auszeit)

Slide 5 - Tekstslide

Als je vaker kleinere hoeveelheden eet, heb je minder last van stress.
Tekst
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Als je genoeg kruidenthee drinkt, heb je geen last van stress.
Tekst
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Als je lichamelijke activiteit laag is, heb je meer kans op stress.
Tekst
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Als je veel aandacht aan je uiterlijk besteedt, heb je minder last van stress.
Tekst
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quizvraag

2 - Bilderrahmen
Je gaat een korte tekst lezen. Daarbij hoort een open vraag, namelijk: 

Wat maakt deze digitale fotolijst zo uniek?

Deze vraag moet je in het Nederlands beantwoorden. 
Tip: ga op zoek naar signaalwoorden. In deze tekst kun je daar het antwoord vinden. 

Slide 10 - Tekstslide

2 - Bilderrahmen
Uitleg tekst
De tekst gaat over een digitaal fotolijstje (Bilderrahmen). De vraag die hierbij hoort, is wat het fotolijstje zo uniek (uniek = een / speciaal) maakt. 
In de tekst staat "Es ist das erste Gerät (apparaat), dass Bilder nicht nur anzeigen, sondern auch von Papier einlesen kann."  
Nicht nur .... sondern auch = signaalwoord = niet alleen ... maar ook ... -> Bij het signaalwoord staat in deze tekst het antwoord

Slide 11 - Tekstslide

Wat maakt deze fotolijst uniek? Beantwoord de vraag in het Nederlands.
Tekst

Slide 12 - Open vraag

3 - Grand Challenge
Je gaat een korte tekst lezen. Daarbij horen 4 vragen. De eerste vraag is ene meerkeuzevraag. 

Was ist das Besondere an der "Grand Challenge"?

a. Das Rennen wird sowohl vom Staat als von der Auto-Industrie gesponsert.
b. Der Wettbewerb dauert viel länger als andere Autorennen.
c. Die Strecke ist während des Rennens live im Internet zu sehen. 
d. Die Wagen sind selbständig ohne Fahrer unterwegs.  
Tip!
In de antwoordmogelijkheden zijn kernwoorden onderstreept. Ga in de tekst op zoek naar dezelfde/soortgelijke woorden. 

Slide 13 - Tekstslide

3 - Grand Challenge
Uitleg tekst
In alinea 1 wordt uitgelegd wat de 'Grand Challenge' is: een bekende autowedstrijd in Amerika. Auto's moeten in 10 uur een afstand van 280 kilometer overbruggen. Dit moeten ze führerlos (zonder bestuurder doen).
Het is een moeilijke uitdaging (Herausforderung).
Ook wordt verteld wie de wedstrijd bedacht (erfunden) heeft en waarom (um) deze wedstrijd georganiseerd is.

Slide 14 - Tekstslide

Was ist das Besondere an der „Grand Challenge“? (Absatz 1)
Tekst
A
Das Rennen wird sowohl vom Staat als von der Auto-Industrie gesponsert.
B
Der Wettbewerb dauert viel länger als andere Autorennen.
C
Die Strecke ist während des Rennens live im Internet zu sehen.
D
Die Wagen sind selbständig ohne Fahrer unterwegs.

Slide 15 - Quizvraag

3 - Grand Challenge
De tweede vraag bij deze tekst is een open vraag. Je moet in het Duits antwoorden!

Met welk doel wordt de "Grand Challenge" georganiseerd? Schrijf de eerste twee woorden op van de zin waaruit dit doel blijkt.

Tip!
Kijk goed waar de zin begint! Een zin begint altijd met een hoofdletter en eindigt met een punt.

Slide 16 - Tekstslide

3 - Grand Challenge
Uitleg tekst
In alinea 1 wordt uitgelegd wat de 'Grand Challenge' is: een bekende autowedstrijd in Amerika. Auto's moeten in 10 uur een afstand van 280 kilometer overbruggen. Dit moeten ze führerlos (zonder bestuurder doen).
Het is een moeilijke uitdaging (Herausforderung).
Ook wordt verteld wie de wedstrijd bedacht (erfunden) heeft en waarom (um) deze wedstrijd georganiseerd is.

Slide 17 - Tekstslide

Met welk doel wordt de “Grand Challenge” georganiseerd? (alinea 1) Schrijf de eerste twee woorden op van de zin waaruit dat doel blijkt.
Tekst

Slide 18 - Open vraag

3 - Grand Challenge
De derde vraag bij deze tekst is een meerkeuzevraag. Er wordt gevraagd hoe alinea (Absatz) 2 aansluit bij alinea (Absatz) 1. 
Wie schließt der 2. Absatz an den 1. Absatz an? Der 2. Absatz ...

  1. behandelt die Vor- und Nachteile des im 1. Absatzes genannten Rennens.
  2. gibt nähere allgemeine Informationen zum im 1. Absatz genannten Rennens.
  3. listet die Teilnahmebedingungen des im 1. Absatz genannten Rennens auf.

Tip!
Onderstreep kernwoorden in de antwoordmogelijkheden. Kijk wat het beste bij de inhoud van de alinea past. 

Slide 19 - Tekstslide

3 - Grand Challenge
Wie schließt der 
2. Absatz an 
den 1. Absatz an?

Hoe sluit de 2 alinea bij
de 1e alinea aan?
Uitleg tekst
De laatste zin van alinea 1 gaat over de prijs voor de winnaar. De eerste zin van alinea 2 gaat over de plaats waar de wedstrijd jaarlijks plaatsvindt (findet ... statt = stattfinden).

Slide 20 - Tekstslide

Wie schließt der 2. Absatz an den 1. Absatz an? Der 2. Absatz ...
Tekst
A
behandelt die Vor- und Nachteile des im 1. Absatz genannten Rennens.
B
gibt nähere allgemeine Informationen zum im 1. Absatz genannten Rennen.
C
listet die Teilnahmebedingungen des im 1. Absatz genannten Rennens auf.

Slide 21 - Quizvraag

3 - Grand Challenge
De vierde vraag bij deze tekst is een meerkeuzevraag. Gevraagd wordt naar de inhoud van alinea 2. 

Was geht aus dem 2. Absatz hervor?

  1. An der "Grand Challenge" nehmen nur Wissenschaftler teil.
  2. Der Bau eines "Grand Challenge"-Autos kostet meistens viel Zeit
  3. Die "Grand Challende" hat viele Spielregeln
  4. Die Strecke der "Grand Challenge" ist jedes Mal die gleiche.

Tip!
Onderstreep kernwoorden in de antwoordmogelijkheden. Kijk wat het beste bij de inhoud van de alinea past. 

Slide 22 - Tekstslide

3 - Grand Challenge
Uitleg tekst
Alinea 2 vertelt hoe de wedstrijd eruit ziet en dat er hindernissen zijn. Deelnemers knutselen (basteln) vaak jaren aan hun auto. Ze krijgen ondersteuning van bekende bedrijven (Unternehmen).

Slide 23 - Tekstslide

Was geht aus dem 2. Absatz hervor?
Tekst
A
An der „Grand Challenge“ nehmen nur Wissenschaftler teil.
B
Der Bau eines „Grand Challenge“-Autos kostet meistens viel Zeit.
C
Die „Grand Challenge“ hat viele Spielregeln.
D
Die Strecke der „Grand Challenge“ ist jedes Mal die gleiche.

Slide 24 - Quizvraag

Wortschatz dieses Quiz
De onderstaande woorden ben je in de teksten tegengekomen. Je ziet ze hier met de betekenis erbij.  

Slide 25 - Tekstslide

Lernziele dieses Quiz
Am Ende dieses Quiz ...
  • ... kannst du 3 kurze, deutsche Texte verstehen. 
  • ... weißt du, ob du beim Lesen extra Hilfe brauchst.  

Slide 26 - Tekstslide

Ik kan 3 korte, Duitse teksten begrijpen
A
Zeker! Laat die lange teksten maar komen!
B
Ja, maar het kost wel wat meer tijd.
C
Mwah....ik vind het nog best moeilijk.
D
Nee, ik vind het heel moeilijk en ik wil graag extra hulp.

Slide 27 - Quizvraag

Wat vind je moeilijk aan het lezen van Duitse teksten?

Slide 28 - Open vraag

Welke (kleine) vervolgstap ga je nu voor Duits zetten?

Slide 29 - Open vraag