Lesson 3. Existentialism: Freedom and Responsibility

Het existentialisme
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Het existentialisme

Slide 1 - Tekstslide

Existentialisme is een filosofische stroming die de nadruk legt op de individuele ervaring, vrijheid en verantwoordelijkheid. Het benadrukt het idee dat het individu vrij is om zijn eigen betekenis en doel in het leven te creëren, ondanks de veronderstelde zinloosheid van het bestaan. Existentialisten geloven dat het individu wordt geconfronteerd met de fundamentele absurditeit en leegte van het bestaan, maar ook met de mogelijkheid om betekenis te vinden door middel van persoonlijke keuzes en acties.
Existentialisten hechten veel waarde aan authenticiteit, het idee dat het individu trouw moet zijn aan zichzelf en zijn eigen waarden, zelfs in een wereld die misschien geen inherente betekenis biedt. Belangrijke thema's in het existentialisme zijn onder meer angst, vrijheid, verantwoordelijkheid, existentiële eenzaamheid en de zoektocht naar authenticiteit. Prominente existentialistische denkers zijn onder meer Jean-Paul Sartre, Friedrich Nietzsche, Søren Kierkegaard, Martin Heidegger en Albert Camus.
Leerdoelen
  • Je bent in staat om uit te leggen wat deze stroming inhoudt.
  • Je kunt aangeven wie de grote namen zijn binnen deze stroming en hoe zij vorm geven aan het existentialisme.
  • Je kunt de onderlinge verschillen herkennen en benoemen.
  • Je bent in staat om duidelijk aan te geven wat je van deze stroming vindt.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 3 - Video

CrashCourse. (2016, 25 april). Existentialism: Crash Course Philosophy #16 [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=YaDvRdLmK9o
02:14

Wat is essentie?
A
Kerneigenschappen die noodzakelijk zijn voor een ding om te zijn wat het is
B
Eigenschappen die ieder ding heeft
C
Kerneigenschappen die niet noodzakelijk zijn voor een ding om te zijn wat het is
D
Eigenschappen die niet noodzakelijk aanwezig zijn om te bestaan

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

02:55

Wat is het verschil tussen essentialisme en existentialisme?
A
Bij het essentialisme gaat het om het doel wat je zelf moet verwezelijkenen bij het existentialisme is er helemaal geen doel
B
Er is geen verschil
C
Bij het essentialisme word je geboren zonder doel. Bij het existentialisme is er wel een doel
D
Bij essentialisme is het doel (van wat je moet zijn) al bepaald voor je geboorte

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

05:01

Waarom is het logisch dat Sartre uitgaat van de absolute vrijheid van de mens?
A
Hij gaat uit van het feit dat God de mens autonoom heeft gemaakt
B
Hij gaat niet uit van een leven na de dood
C
Hij gaat uit van het feit dat God zijn handen van zijn schepping heeft afgetrokken
D
Hij gaat niet uit van het bestaan van een godheid

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Existentialisme

  • Het leven heeft in essentie geen zin, maar de mens heeft wel het vermogen om er zin aan te geven.

De mens zelf moet zin geven aan zijn leven. 
Het leven heeft in essentie geen zin, maar de mens heeft wel het vermogen om er zin aan te geven.
Het existentialisme

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Individuele vrijheid 
  • verantwoordelijkheid 
  • subjectiviteit
Ieder persoon is uniek en verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot. 
Basisprincipes:

Slide 8 - Tekstslide

Existence precedes essence (Bestaan gaat vooraf aan essentie): Een van de kernideeën van het existentialisme is dat individuen niet worden geboren met een vooraf bepaalde essentie of bestemming. In plaats daarvan worden ze geboren als lege 'existenties' en bepalen ze zelf hun 'essentie' door hun keuzes en handelingen in het leven.

Vrijheid en verantwoordelijkheid: Het existentialisme benadrukt de fundamentele vrijheid van individuen om keuzes te maken en hun eigen leven vorm te geven. Deze vrijheid gaat echter gepaard met een zware verantwoordelijkheid voor de consequenties van die keuzes.

Individualiteit en subjectiviteit: Existentialisten benadrukken de unieke subjectieve ervaring van elk individu en het belang van persoonlijke authenticiteit en zelfexpressie.
De dood en het leven: Existentialisten wijzen op de onvermijdelijkheid van de dood als een fundamenteel aspect van het menselijk bestaan. Het besef van onze sterfelijkheid kan dienen als een katalysator voor het vinden van betekenis en het waarderen van het leven in het hier en nu.


In het existentialisme kan de mens .......
A
Geen zin geven aan het bestaan
B
Geen invloed hebben op zijn bestaan
C
Wel zin geven aan het bestaan
D
Niks doen

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kierkegaard 1813-1855
Grondlegger van het existentialisme.
Hij groeide op in een streng Lutherse omgeving en was zeer bekend met de Lutherse theologie en traditie. 
Hij legde de nadruk op persoonlijk geloof en verlossing door genade.
Hij zag hoe de Kerk vaak was verworden tot een sociale instelling, waarbij de ware betekenis van het geloof verloren was gegaan in formaliteiten en rituelen.
 Dit bracht hem soms in conflict met de gevestigde Lutherse Kerk van zijn tijd.
Hij gebruikte de term zelf nooit; deze werd pas in de 20e eeuw populair door Jean-Paul Sartre.

Slide 10 - Tekstslide

Søren Kierkegaard was een invloedrijke Deense filosoof uit de 19e eeuw die wordt beschouwd als een van de grondleggers van het existentialisme. Hij werd geboren op 5 mei 1813 in Kopenhagen en overleed op 11 november 1855. Kierkegaard staat bekend om zijn diepgaande reflecties over de menselijke ervaring, geloof, en de aard van het bestaan.
Zijn werk omvat een breed scala aan onderwerpen, waaronder ethiek, religie, angst, vrijheid, en de zoektocht naar betekenis in het leven. Kierkegaard's filosofie is vaak persoonlijk en existentieel van aard, waarbij hij de nadruk legt op de subjectieve ervaring van het individu en de noodzaak van persoonlijke keuze en verantwoordelijkheid.
Kierkegaard's schrijfstijl is vaak complex en literair, en hij maakte gebruik van pseudoniemen en fictieve dialogen om zijn ideeën over te brengen. Zijn bekendste werken omvatten "Vrees en beven" (1843), waarin hij de relatie tussen geloof en angst onderzoekt, en "De ziekte tot de dood" (1849), waarin hij de aard van wanhoop en de zoektocht naar spirituele vervulling onderzoekt.
Hoewel Kierkegaard tijdens zijn leven niet wijdverbreid werd erkend, hebben zijn ideeën een blijvende invloed gehad op de filosofie, theologie en literatuur. Zijn nadruk op de individuele ervaring en de zoektocht naar authenticiteit blijft relevant voor hedendaagse denkers en heeft bijgedragen aan het vormgeven van het existentialistische denken en de moderne filosofie als geheel.

Kierkegaard had een complexe relatie met de Lutherse Kerk. Hij groeide op in een streng Lutherse omgeving en was zeer bekend met de Lutherse theologie en traditie. Zijn vader was een strenge piëtistische Lutheraan, wat een sterke invloed had op Kierkegaards vroege leven en gedachtegoed.
Hoewel Kierkegaard een diepe waardering had voor bepaalde aspecten van de Lutherse traditie, zoals de nadruk op persoonlijk geloof en verlossing door genade, bekritiseerde hij ook de manier waarop het christendom in zijn tijd was geïnstitutionaliseerd. Hij zag hoe de Kerk vaak was verworden tot een sociale instelling, waarbij de ware betekenis van het geloof verloren was gegaan in formaliteiten en rituelen.
Kierkegaard pleitte voor een terugkeer naar een meer persoonlijke, existentiële vorm van geloof, waarbij individuen hun relatie met God op een diepgaande manier zouden ervaren, los van externe structuren en sociale verwachtingen. Dit bracht hem soms in conflict met de gevestigde Lutherse Kerk van zijn tijd, die hij beschouwde als te werelds en te ver verwijderd van de kern van het christelijk geloof.

Kierkegaard had in zijn testament uitdrukkelijk aangegeven dat hij niet begraven wilde worden door de staatskerk, vanwege zijn zorgen over de institutionele aard ervan.
Hij wilde in plaats daarvan begraven worden door een kleine gemeenschap van gelijkgestemden die zichzelf als volgelingen van zijn filosofie beschouwden. Echter, zijn wens werd genegeerd en zijn lichaam werd begraven op de Assistens Cemetery in Kopenhagen, wat toen de gewoonte was voor prominente Deense burgers.
Het is ironisch dat zijn kritiek op de geïnstitutionaliseerde Kerk werd onderstreept door het feit dat zijn laatste wens niet werd gerespecteerd. Deze gebeurtenis heeft ook bijgedragen aan het beeld van Kierkegaard als een figuur die worstelde met de spanning tussen zijn geloof en de gevestigde religieuze structuren van zijn tijd.
4

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

01:59

Waarom schreef hij:" na dit alles gezien te hebben lachte ik".
A
Hij was het volkomen eens met deze mensen
B
Hij vond dat er belangrijkere dingen waren dan deze pijlers van de samenleving
C
Hij bespotte deze mensen met hun opinies
D
Hij begreep niet waarom mensen zo leefden

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

03:26

Wat is de essentie volgens hem van alle filosofie?
A
Dat je altijd de juiste keuze moet maken in het leven om gelukkig te zijn
B
Dat er veel te kiezen valt in het leven
C
Dat er niks te kiezen valt in het leven
D
Dat het leven enkel bestaat uit onmogelijke keuzes

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

04:36

Waarom kunnen we niet echt gelukkig zijn volgens hem?
A
Er zijn teveel keuzes en we hebben te weinig begrip om de juiste keuze te maken
B
We kunnen niet kiezen omdat er niks te kiezen valt
C
We zijn veel te bang om te kiezen en dus kiezen we maar niet
D
We kunnen niet kiezen omdat er te veel keuzes zijn

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

05:57

Waarin vindt hij (uiteindelijk toch) de zin van het bestaan?
A
In Jezus Christus
B
In zichzelf
C
In genieten van het leven want morgen kan het voorbij zijn
D
In het leven na de dood

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kierkegaard's levensvisie bestaat uit drie stadia:
1. De esthetische mens.
Te veel verplichtingen, te weinig zelfreflectie. Massamens, gericht op zichzelf.
2. De ethische mens.
Verantwoordelijkheid nemen voor persoonlijke keuzes, rekening houden met een ander. De dood erkennen.
3. De religieuze mens.
Persoonlijke relatie met God om de pijn te verzachten. Christus erkennen als God die in de mens Jezus Christus op aarde kwam.

Slide 16 - Tekstslide

Esthetische mens:
De esthetische mens leeft in het moment en streeft naar plezier, genot en zintuiglijke ervaringen. Deze persoon is gericht op het zoeken naar onmiddellijke bevrediging en het vermijden van verveling. Het leven van de esthetische mens wordt gekenmerkt door impulsiviteit, oppervlakkigheid en een gebrek aan verbintenis. Ze vermijden verantwoordelijkheden en streven naar het maximaliseren van hun eigen genot, vaak ten koste van anderen.

Ethische mens:
De ethische mens verschuift de focus van plezier naar morele principes en verantwoordelijkheden. Deze persoon erkent dat het leven meer is dan alleen het najagen van genot en zoekt naar betekenis en waarheid door het volgen van ethische normen en sociale verplichtingen. Ze streven naar een leven van deugdzaamheid, integriteit en betrokkenheid bij anderen. De ethische mens neemt verantwoordelijkheid voor hun acties en leeft volgens een moreel kompas.

Religieuze mens:
De religieuze mens overstijgt de ethische sfeer door een persoonlijke relatie met het transcendente aan te gaan. Voor Kierkegaard betekent religie niet noodzakelijk het volgen van vastgestelde dogma's, maar eerder een diepe, subjectieve betrokkenheid bij het spirituele en het bovennatuurlijke. De religieuze mens ervaart een existentiële verbondenheid met het goddelijke en vindt vervulling en betekenis in deze relatie. Deze fase kan zich manifesteren in verschillende religieuze tradities en spirituele praktijken, maar wordt gekenmerkt door een diepgaand gevoel van overgave aan iets dat groter is dan het individu zelf.

Het is belangrijk op te merken dat Kierkegaard's concept van de levensstadia niet noodzakelijkerwijs een lineaire progressie impliceert; een individu kan heen en weer bewegen tussen deze stadia, en sommigen kunnen zelfs vastzitten in een bepaald stadium zonder ooit voorbij te gaan aan de volgende fase. Elk stadium vertegenwoordigt echter een andere manier van zijn en biedt een raamwerk voor reflectie over de aard van het bestaan en de zoektocht naar vervulling.
Vertrouwen op Gods genade in Jezus Christus!
Zin geven aan het leven: door persoonlijke relatie met God

Slide 17 - Tekstslide

Voor Søren Kierkegaard was zingeving in Christus een centraal thema in zijn filosofie en spiritualiteit. Kierkegaard was diep geworteld in het christelijk geloof en zijn denken was doordrenkt van theologische reflectie en existentiële vragen over geloof, twijfel en persoonlijke relatie met God.
Voor Kierkegaard was zingeving in Christus geen abstract concept, maar eerder een diepgaande, persoonlijke ervaring van overgave aan Gods wil en vertrouwen in Zijn genade. Hij benadrukte de noodzaak van een individuele relatie met God, los van institutionele religie, en legde de nadruk op de innerlijke subjectieve beleving van het geloof.
Kierkegaard beschouwde de fase van de religieuze mens in zijn levensstadia als het hoogtepunt van menselijke zingeving. In deze fase overstijgt de individuele persoon zijn of haar ethische overwegingen en streeft naar een diepe, existentiële relatie met God. Het geloof in Christus wordt voor Kierkegaard een bron van vreugde, troost en betekenis te midden van de worstelingen en het lijden van het menselijk bestaan.
Belangrijk is dat Kierkegaard ook de paradoxen en angsten van het geloof benadrukte, zoals te zien is in zijn werk "Vrees en Beven". Hij erkende dat het geloof niet altijd gemakkelijk of rationeel is, maar eerder een sprong in het diepe van het onbekende vereist, waarbij men vertrouwt op Gods voorzienigheid en genade.
Kortom, voor Kierkegaard was zingeving in Christus diep verweven met de persoonlijke, existentiële reis van het individu, waarbij geloof, twijfel, en overgave allemaal centrale elementen zijn.
Jean-Paul Sartre (1905-1981)

Slide 18 - Tekstslide

Jean-Paul Sartre was een invloedrijke Franse filosoof, schrijver en politiek activist, geboren op 21 juni 1905 in Parijs en overleden op 15 april 1980. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste denkers van de 20e eeuw en als een vooraanstaande figuur in het existentialisme.
Sartre's filosofie legde de nadruk op de vrijheid van het individu, de absurditeit van het menselijk bestaan en de verantwoordelijkheid die voortvloeit uit die vrijheid. Zijn werk omvat een breed scala aan onderwerpen, waaronder existentialisme, fenomenologie, ethiek, politiek en literatuur.
Enkele van zijn bekendste werken zijn onder meer:
"Het Zijn en het Niet" (1943): In dit filosofische werk verkent Sartre de aard van het bestaan en stelt hij dat de mens in wezen vrij is om zijn eigen bestemming te creëren, maar dat deze vrijheid ook angst en verantwoordelijkheid met zich meebrengt.
"De Walging" (1938): Dit is een van Sartre's bekendste romans, waarin hij de ervaring van vervreemding en walging onderzoekt die voortkomt uit de absurditeit van het menselijk bestaan.
"Gesloten Deuren" (1944): Een van Sartre's toneelstukken, waarin hij de ideeën van vrijheid, verantwoordelijkheid en de impact van menselijke relaties onderzoekt.
"Het Existentialisme is een humanisme" (1946): In deze lezing zet Sartre de basisprincipes van het existentialisme uiteen en verdedigt hij het existentialisme als een filosofie die de menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid benadrukt.
Sartre was ook een politiek activist en betrokken bij verschillende maatschappelijke kwesties, waaronder het verzet tegen het nazisme tijdens de Tweede Wereldoorlog en later de strijd voor dekolonisatie. Zijn filosofie en politieke betrokkenheid hebben een blijvende invloed gehad op de moderne filosofie, literatuur en politiek.
  • De mens is volledig verantwoordelijk voor zijn eigen leven . 
  • Er zijn geen absolute waarden.
  • De mens wordt gevormd door de sociale omgeving waarin hij leeft, maar hij heeft wel de mogelijkheid om zijn omgeving te veranderen en zijn eigen lot te bepalen.
Belangrijke thema's

Slide 19 - Tekstslide

Vrijheid: Een van de centrale thema's in het werk van Sartre is vrijheid. Hij benadrukte dat de mens veroordeeld is tot vrijheid, wat betekent dat we altijd vrij zijn om onze eigen keuzes te maken en onze eigen bestemming te bepalen. Deze vrijheid is echter vaak verontrustend en gaat gepaard met een gevoel van angst en verantwoordelijkheid.
Existentialisme: Sartre wordt beschouwd als een van de belangrijkste existentialistische filosofen. Het existentialisme benadrukt de individualiteit, vrijheid en verantwoordelijkheid van het individu in een wereld die inherent zinloos lijkt. Sartre's existentialisme legt de nadruk op het idee dat mensen hun eigen essentie creëren door hun keuzes en handelingen.
Authenticiteit: Een ander belangrijk thema in Sartre's werk is authenticiteit. Hij moedigde individuen aan om authentiek te leven, wat betekent dat ze eerlijk moeten zijn tegenover zichzelf en hun eigen waarden en overtuigingen moeten volgen, zelfs als dit betekent dat ze zich moeten verzetten tegen sociale verwachtingen en conventies.
Angst: Sartre beschouwde angst als een onvermijdelijk onderdeel van het menselijk bestaan, vooral omdat het voortkomt uit de vrijheid en verantwoordelijkheid die inherent zijn aan het menselijk bestaan. Angst ontstaat wanneer we worden geconfronteerd met de oneindige mogelijkheden van onze vrijheid en de onzekerheid van onze keuzes.
Absurditeit: Sartre deelde het existentialistische gevoel van de absurditeit van het menselijk bestaan. Hij geloofde dat het leven inherent zinloos is en dat mensen hun eigen betekenis moeten creëren in een wereld die geen inherente betekenis heeft.

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Leg uit welke elementen in deze tekst kenmerkend zijn voor het existentialisme.

Slide 21 - Open vraag

Antwoord:
  • Afwezigheid van een transcendente god. Het existentialisme (vooral bij Sartre en Camus) vertrekt vanuit het idee dat er geen vooraf gegeven, door God bepaalde zin of moraal is. De mens wordt niet geboren met een vast doel. Dat sluit direct aan bij:
  • “in afwezigheid van een transcendente god”
  • Een absurd en zinloos bestaan. Het idee van het absurde — vooral bij Camus — is fundamenteel existentialistisch: de mens verlangt naar betekenis, maar de wereld geeft daar geen antwoord op.
  • “binnen zijn absurd en zinloos bestaan”
  • Radicale vrijheid van de mens. Volgens Sartre is de mens “veroordeeld tot vrijheid”: hij kan niet anders dan kiezen, ook als hij dat liever niet zou doen.
  • “zijn vrijheid te gebruiken”
  • Zelf verantwoordelijkheid nemen voor waarden en moraal (ethos)
  • In het existentialisme bestaan waarden niet vooraf; de mens schept ze zelf door zijn keuzes en handelen.
  • “om een eigen ethos op te bouwen”
  • Zin als iets dat wordt gecreëerd, niet ontdekt
  • Zin is geen objectieve eigenschap van het bestaan, maar iets wat ontstaat door engagement en verantwoordelijkheid.
  • “zijn bestaan zodoende zin te geven”


Leg uit welke elementen in deze tekst kenmerkend zijn voor het existentialisme.

Slide 22 - Open vraag

Deze uitspraak is existentialistisch omdat zij ervan uitgaat dat de mens geen vaststaande essentie of vooraf gegeven doel heeft. Volgens het existentialisme bestaat de mens eerst en bepaalt hij pas daarna door zijn keuzes en handelen wie hij is. De mens is dus zelf verantwoordelijk voor wat hij van zijn leven maakt. Dit sluit aan bij het idee van vrijheid en verantwoordelijkheid dat centraal staat in het existentialisme.
https://app.briskteaching.com/ws/LRQK4F
Code: LRQK4F

Slide 23 - Tekstslide

Let op: Zelf de link er op een goede manier inzetten


https://app.briskteaching.com/copy/lrqk4f

Instructie voor leerlingen – Brisk Boost-opdracht.

1. Als de video al klassikaal is bekeken:
De video is klassikaal bekeken en besproken. Leerlingen gaan nu zelfstandig in gesprek met de AI-chat via Brisk over de inhoud van de video.

Wat doen de leerlingen:
  • Klik op de link naar de Brisk Boost.
  • Ga in gesprek met de AI-chat over wat je hebt gezien en begrepen.
  • Beantwoord de vragen en denk verder na over het onderwerp.

Doel:
Dieper nadenken over het onderwerp via een persoonlijke digitale dialoog.

2. Als de video nog niet klassikaal is bekeken:

Instructie voor leerlingen – Brisk Boost-opdracht.

Leerlingen bekijken de video zelfstandig via de link en gaan daarna in gesprek met de AI-chat via Brisk.

Wat doen de leerlingen:
  • Klik op de link naar de Brisk Boost.
  • Bekijk de video aandachtig.
  • Voer daarna het gesprek met de AI-chat over de inhoud.
  • Beantwoord de vragen zo volledig mogelijk.
Doel:
Actieve verwerking van het lesmateriaal en stimuleren van eigen denken.

Optioneel – Differentiatie of extra opdracht.

Voor leerlingen die sneller klaar zijn:

Laat hen één vraag uit het AI-gesprek kiezen die zij interessant vonden en daar een reflectie op schrijven van 3 tot 5 zinnen.

Of: laat hen een extra verdiepingsvraag formuleren die ze aan de klas zouden willen stellen.


Leap of Faith
De gok 
Absolute Vrijheid

Slide 24 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Have the learning objectives been achieved?
  • I am able to explain what this movement entails.
  • I can identify the major figures within this movement and explain how they shape existentialism.
  • I can recognize and describe the differences between them.
  • I am able to clearly state my own opinion about this movement.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies