,

Massacultuur -H1: INLEIDING

MASSACULTUUR
Inleiding
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
Kunst AlgemeenMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

MASSACULTUUR
Inleiding

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Uitleg ontwikkelingen 2e helft 20e eeuw
  • start doornemen ontwikkelingen beeldende kunst


DOEL:
Een beeld krijgen van de ontwikkelingen in de tweede helft van de 20e eeuw en kennis maken met de stromingen abstract expressionisme, pop-art en postmodernisme

Slide 2 - Tekstslide

Verzorgingsstaat
Marshall plan
Hedonisme
Consumptie-maatschappij
Definitie
cartoon
Match de juiste definitie en cartoon bij de begrippen)
Een samenleving waar vrije tijd overwegend wordt gebruikt om goederen of diensten te verwerven, om daarover na te denken en om te pronken met aangeschafte goederen.
Een filosofische leer en een bepaalde levenshouding die in beide gevallen de opvatting heeft dat genot (in algemene zin) het het hoogste levensdoel is.
Een omvangrijk hulpplan voor de wederopbouw van Europa, dat op initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking trad.
een sociaal systeem waarin de staat primaire verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van zijn burgers, zoals in kwesties van gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid.

Slide 4 - Sleepvraag

BEELDENDE KUNST

Slide 5 - Tekstslide


algemene kenmerken:

• abstract 
• expressionistisch: 
- heftig kleurgebruik
- grote contrasten 
- grove penseelstreken 
• vanuit het gevoel 
• grote formaten




kunstenaars:
Willem de Kooning 
Marc Tobey 
Franz Kline 
Robert Motherwell 
Jackson Pollock 
Barnett Newman 
Marc Rothko
Abstract expressionisme
http://kunst-postmodernisme.blogspot.com/p/neo-expressionisme.htmlhttp://kunst-postmodernisme.blogspot.com/p/neo-expressionisme.html

Slide 6 - Tekstslide

post modernisme
doorontwikkeling van uitgangspunten modernisme

Slide 7 - Tekstslide

Pop Art
algemene kenmerken:
  • Figuratief
  • Speels 
  • gebruik van de symbolen van de Westerse consumptiecultuur. Ironie en humor.
  • Gebruik van commerciële materialen en voorwerpen, producten uit het leven van alledag.
  • De beeldende middelen worden gebruikt als bij reclame, film, televisie, affiches en strips. 
  • Vervreemding door vergroting of herhaling, of door gebruik van ongebruikelijke materialen. 
  • Een collage-achtig uiterlijk, zowel in twee- als driedimensionale beelden.
  • Geen persoonlijk handschrift van de kunstenaar. Soms laat hij werk zelfs door anderen uitvoeren. De kunstenaar gebruikt vaak 'ready mades': kant-en-klare, bestaande voorwerpen.
  • De identiteit van de kunstenaar, zijn imago, wordt soms zorgvuldig opgebouwd.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Tekstslide

  • Eclectisch/stijlcitaten
  • Humoristisch/ironisch
  • individueel, origineel
  • Verhalende verwijzingen
  • Ornamenteel
  • Discipline overschrijdend
Post modernisme

Slide 11 - Tekstslide

HUISWERK
  • Maak werkblad H1
  • Maak 1 blok uit lambo H1
  • Lees H2 (en begin eventueel aan dat werkblad)



DOEL:
1. Kun je drie grote ontwikkelingen in de tweede helft 20e eeuw noemen?
2. Kun je een voorbeeld van abstract expressionisme geven?
3. Wat is een grote inspiratiebron voor pop-art en postmodernisme?

Slide 12 - Tekstslide

TERUGKIJKEN
Mocht je de les gemist hebben kijk het volgende filmpje terug

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video