Jazz als kunstvorm

Les 4: Jazz als kunstvorm
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 4: Jazz als kunstvorm

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

D
Planning 
Vandaag: Jazz
1-11: Pop en toets bespreken

7-11: Drama (theater/film) & Dans
8-11: Herhaling alle lesstof Massa

14 & 15 nov: Facultatief les
20 november: toets "Massa"


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jazz
Jazz ontstond in New Orleans in de jaren 30. Het waren vooral de Afro-Amerikanen die jazz maakten. Jazz ontstond uit een combinatie van meerdere muziekstijlen die al bestonden; de ragtime uit de cafés, blues en gospels uit de kerk . 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JAZZ STIJLEN 
OUDE STIJL - 1910 - 1940
NEW ORLEANS JAZZ
 CHICAGO JAZZ
 BOOGIE WOOGIE
  SWING JAZZ
DIXIELAND
Nieuwe stijl na 1940
BEBOB
COOL JAZZ
FREE JAZZ
FUSION JAZZ

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SWING 
vanaf ca. 1920
Swing Jazz: erg dansbaar

Bigbands: ca 20 muzikanten

Stuwend ritme


Slide 5 - Tekstslide

INFO:
Swing is een jazz stijl die ontstond rond 1930 (swingmuziek, swing jazz). De naam kwam van de nadruk op de off-beat (eNE - tweeE - drieE - VierE = swingritme) wat beïnvloed werd door de ragtime.

Swingbands (bigbands: zie verderop) hadden meestal solisten die improviseerden op de melodie over het arrangement (dat wat aangeeft welke instrumenten er aan de beurt zijn). De dansbare swingstijl van bigbands en bandleiders zoals Benny Goodman was de meest voorkomende muziekvorm van Amerikaanse populaire muziek van 1935 tot 1946, ook wel bekend als het swingtijdperk.

Door de groei van de radio-omroep en de grammofoonplaten-industrie vanaf de jaren 1920 kregen enkele van de meer populaire dansbands landelijke bekendheid.

Na de Tweede Wereldoorlog begon swing in populariteit af te nemen en nieuwere jazzstijlen als jump blues en bebop wonnen aan populariteit.

BIGBANDS
Een bigband is een soort muzikaal ensemble van jazzmuziek dat meestal bestaat uit tien of meer muzikanten met vier secties (groepen instrumenten): saxofoons , trompetten , trombones en een ritmesectie (gitaar, piano, contrabas en drums). De eerste bigbands in de Verenigde Staten hadden nog een andere bezetting (samenstelling van instrumenten), bijvoorbeeld met een banjo erbij, een klarinet en een tuba.

Bezetting Bigband: 
4 trompetten, 
4 trombones, 
4 saxen 
1 klarinet, 
Piano, 
Bas, 
Gitaar 
Drums. 

Vaak met zang. 

MUZIEKALE KENMERKEN:

  • gebruik van een swingritme
  • tempo vaak medium of up-tempo, met accent op de tweede en vierde tel van een vierkwartsmaat
  • instrumentale solo's worden het muzikale brandpunt en vervangen de zang (die pas door Louis Armstrong weer populair is gemaakt)
  • een stevige ritmesectie, meestal met contrabas en drums

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

BEBOP!
No more swing!
Swing-jazz is ontzettend populair, maar wordt uiteindelijk te groot om fatsoenlijk voort te bestaan. Daarnaast is er vanuit de zwarte gemeenschap behoefte om hun cultuur en de jazz te herdefiniëren. Door gedurfde experimenten ontstaat zo het genre Bebop.
Lange geïmproviseerde solo's
Geïnspireerd op bekende swingnummers
Hoger tempo* en compelere akkoordenwisselingen
Waar het tempo hoger lijkt, is de muziek eigenlijk langzamer geworden. Doordat er ruimte gecreëert wordt in de muziek, kunnen snelle en complexe solo's tussendoor worden gespeeld. 
Status verandert van massaal naar niche
Door de complexiteit wordt deze jazz minder geschikt voor een massaal publiek. Al snel krijgt Bebop de status van 'kunstmuziek'. 
Andere bezetting
De bezetting van Bebop is een stuk compacter dan de swingbands. De bezetting bestaat vaak uit piano, contrabas en drums. 
BEBOP!

Slide 7 - Tekstslide

Genres that grow too big eventually will fall. This was no different with Swing. Not only became it difficult to maintain such large, expensive orchestras, but more and more white people were copying the music. Though Jazz had always been less racially restricted than Blues, a number of black Jazz musicians felt a need to redefine black Jazz culture with a new, radical genre: Bebop. Their dissatisfaction is reflected in Bebop’s trademarks: frantic, chaotic and aggressive.
Bebop (or simply “Bop”) is one of the most revolutionary types of Jazz (and music). Why? Because it makes the music faster by making it slower. How? By stretching (thus slowing down) the tempo, a lot of silent gaps opened up between the beats. This free space could be filled in freely (improvised) with drum rolls, rhythmic breaks and superfast, harmonic melodies, usually in vibrato. Musicians also regularly imitate trumpet solos with their voice, leading to a new, fast singing technique called “scatting”. The word “bebop” itself comes from scatting, as it is as an often used onomatopoeia. The difference between Jazz from the past was so huge, that people eventually coined the term “Modern Jazz”, which later also included other experimental genres such as Hard Bop and Free Jazz.
Many wannabe Bebop musicians went downhill because they wrongly believed that heroin, which was very cheap during the forties, was an inherent part of Jazz culture. Their personal but also social problems (racism) illustrate the dark side of Bebop. This was no happy music, but the psychotic screams of struggling musicians, who didn’t care whether you loved or hated their music.
Around 1982, Bebop experiences a strong revival known as Neobop (or sometimes called Neo-Con (= conservative) Jazz). A lot of young Jazz scholars were not interested in the new possibilities of Fusion, and chose to concentrate on the old school (with influences from Free and Modal Jazz): straight, acoustic Jazz but rich and vibrant. A type of Jazz where they could show off their technical skills that would otherwise have been masked by the eclecticism of Fusion.
  • Minder commercieel
  • Kleinere bezetting
  • Luistermuziek 
  • Jazzclubs 
  • Gericht op virtuositeit
Bebop vs  Swing

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bebop


Dizzie Gillespie
Charlie Parker
  • Hoog Tempo
  • Complexe melodieën
  • Complexe akkoordprogressies
  • Veel improvisatie


  • Technisch Hoogstaand
  • Hard (Volume)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Luisteropdracht:
Vergelijk de Swingjazz met Bebop
Tempo
TEMPO: DE SNELHEID WAARMEE MUZIEK WORDT GESPEELD. BIJVOORBEELD IN DANCE: 120 BPM.
ADAGIO (traag) ALLEGRO (snel) 
Hoog tempo zorgt voor energie en spanning, laag tempo zorgt voor rust
Dynamiek
Afwisseling van harde en zachte klanken. De wisselingen geven contrast. Als er grote contrasten zijn, spreek je van veel dynamiek.
Crescendo: toenemende klanksterkte
Decrescendo: afnemende klanksterkte
Harmonie
Een samenklank van akkoorden.
Volgen de muzikanten dezelfde melodie ?
Consonant: Het klinkt vertrouwd en 'harmonieus'.
Dissonant: Schril en expressief (atonaal)

Slide 10 - Tekstslide

Genres that grow too big eventually will fall. This was no different with Swing. Not only became it difficult to maintain such large, expensive orchestras, but more and more white people were copying the music. Though Jazz had always been less racially restricted than Blues, a number of black Jazz musicians felt a need to redefine black Jazz culture with a new, radical genre: Bebop. Their dissatisfaction is reflected in Bebop’s trademarks: frantic, chaotic and aggressive.
Bebop (or simply “Bop”) is one of the most revolutionary types of Jazz (and music). Why? Because it makes the music faster by making it slower. How? By stretching (thus slowing down) the tempo, a lot of silent gaps opened up between the beats. This free space could be filled in freely (improvised) with drum rolls, rhythmic breaks and superfast, harmonic melodies, usually in vibrato. Musicians also regularly imitate trumpet solos with their voice, leading to a new, fast singing technique called “scatting”. The word “bebop” itself comes from scatting, as it is as an often used onomatopoeia. The difference between Jazz from the past was so huge, that people eventually coined the term “Modern Jazz”, which later also included other experimental genres such as Hard Bop and Free Jazz.
Many wannabe Bebop musicians went downhill because they wrongly believed that heroin, which was very cheap during the forties, was an inherent part of Jazz culture. Their personal but also social problems (racism) illustrate the dark side of Bebop. This was no happy music, but the psychotic screams of struggling musicians, who didn’t care whether you loved or hated their music.
Around 1982, Bebop experiences a strong revival known as Neobop (or sometimes called Neo-Con (= conservative) Jazz). A lot of young Jazz scholars were not interested in the new possibilities of Fusion, and chose to concentrate on the old school (with influences from Free and Modal Jazz): straight, acoustic Jazz but rich and vibrant. A type of Jazz where they could show off their technical skills that would otherwise have been masked by the eclecticism of Fusion.

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

RITME, HARMONIE, DYNAMIEK

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

RITME, HARMONIE, DYNAMIEK

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

COOL JAZZ
Iets langzamer en 'cooler' mag wel
Na de Bebop ontstaat een rustigere en meer 'laid-back' vorm van jazz: de cool jazz.
Langzamer dan bebop
Eenvoudigere akkoorden
Ondanks de eenvoudigheid van de akkoorden en de solo's, zijn ze technisch zeer hoogstaand.
COOL JAZZ

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cool jazz
Bebop = uptempo
jaren '50 - tegenhanger: cool jazz
helder en relaxed
Miles Davis (1926-1991) - Kind of Blue
zonder repeteren

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken
ondynamisch, 
emotiearm legatospel, 
een lineair geheel zonder harde accenten  het ontbreken van vibrato. Vaak worden in de cooljazz de stemmen contrapuntisch gebruikt en er worden polytonale tot atonale wendingen gebruikt.

Slide 18 - Tekstslide

legatsospel: tussen de noten valt geen stilte
FREE JAZZ
Complete bevrijding
Ornette Coleman breekt door zijn album Free Jazz (1960) volledig met harmonieën en vaste akkoordopvolgingen. Het is een collectieve improvisatie van muzikanten waarin volledige vrijheid geldt. 
In welke vormgevingsaspecten van de muziek hoor je terug dat Coleman streeft naar volledige vrijheid in de Jazz?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Free Jazz (Avant Garde Jazz)


John Coltrane
Ornette Coleman
  • Vrije Ritmes
  • Ontoegankelijk
  • Modaal (geen tonaliteit)
  • Vrije improvisatie
  • Geen vaste bezetting
  • Niet westerse invloeden



Slide 21 - Tekstslide

Zonder harmonische structuren, zonder voorgegeven vormen ontsnappen ze toch aan de volstrekte chaos. Ze blijven beheerst door regels en orde. Coleman erkende dat Jackson Pollock als schilder hetzelfde had nagestreefd. 
Abstract expressionisme- Jackson Pollock
Schilderen van binnenuit
Hij wilde volkomen opgaan in het schilderij, in de dynamiek van het schilderproces. 
Automatisme vervangt controle. 
Toeval en improvisatie overwinnen beheerste regelmaat.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkblad Bebop maken
Somtoday: Jazz van Bebop tot Musical
Werk in stilte aan het werkblad
Gebruik je oortjes/koptelefoon voor de filmpje

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Popmuziek De Grote 3 - 
(jaren 80)
Madonna
Michael Jackson
Prince

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

MTV
Music television
Doelgroep jongeren 
Reclames voor films verpakt in een video clip

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken videoclip
Videoclips zijn bij uitstek een product van massacultuur en onmisbaar in de popmuziek als promotiemiddel van liedjes en artiesten.
Later werden het hele verhalen en geregisseerd door een filmregisseur.
Door MTV en Youtube werden videoclips belangrijk voor de verspreiding vd muziek.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een voorbeeld van analyseren:
Michael Jackson maakte gebruik van meerdere kunstvormen in zijn clips. Noem er 3.

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies




Om een idee te krijgen van hoe een toetsvraag bij Kunst Algemeen eruit kan zien gaan we nu samen een voorbeeld vraag maken. Deze vraag komt uit het examen van 2010. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Examenvraag over Michael Jackson
Voor de videoclip Thriller heeft Michael Jackson een filmregisseur gevraagd
Dit heeft gevolgen voor de vorm en inhoud van de videoclip. 
 



Vraag: Noem drie kenmerken van een bioscoopfilm die in de videoclip te herkennen zijn. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies


VRAAG: Noem drie kenmerken van een bioscoopfilm die in de videoclip te herkennen zijn.

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Juiste antwoorden: 
3 van de volgende antwoorden: 
− Er is een plot met een opbouw en een uitwerking in scènes.
− Er wordt tekst gesproken / er komen dialogen in voor.
− De scènes wekken de suggestie dat de videoclip op veel verschillende locaties is opgenomen.
− Er wordt gebruik gemaakt van speciale effecten/special effects
(rookmachines, grime).
− De titel verschijnt aan het begin van de clip. & aftiteling

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies