Landdegradatie

Mens en Landschap 



Domein Aarde
V5
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Mens en Landschap 



Domein Aarde
V5

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Je weet de kenmerken, oorzaken en gevolgen van versnelde bodemerosie, verwoestijning en verzilting als vormen van landdegradatie.
Je begrijpt dat de gevoeligheid voor landdegradatie verschilt tussen landschapszones.
Je begrijpt dat duurzaam landgebruik vormen van landdegradatie kan voorkomen of stoppen.
Je kunt de invloed van de mens op natuur en milieu in de verschillende landschapszones beschrijven en verklaren.

Slide 2 - Tekstslide

Geofactoren

Slide 3 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen een landschapszone en een klimaat?
A
een landschapszone is een gebied met geofactoren, klimaat gaat over de atmosfeer
B
een landschapszone is een soort klimaat
C
een landschapszone is aaneengesloten, een klimaat niet
D
een landschapszone heeft een bepaalde temperatuur en neerslag

Slide 4 - Quizvraag

Leg uit wat we bedoelen met:
'het landschap is een dynamisch systeem'

Slide 5 - Open vraag

Geef een voorbeeld van hoe een verandering in een geofactor leidt tot veranderingen in andere geofactoren

Slide 6 - Open vraag

Welke geofactor is voor het Nederlandse landschap erg belangrijk?



A
Klimaat
B
Lucht
C
Plant
D
Water

Slide 7 - Quizvraag

Er wordt wel eens gezegd dat klimaatverandering zorgt voor het verschuiven van landschapszones. Leg uit waarom het niet zo simpel is als in deze bewering.

Slide 8 - Open vraag

Landdegradatie

Slide 9 - Tekstslide

Landdegradatie =
landbouwgrond is niet meer geschikt voor het verbouwen van gewassen

Slide 10 - Tekstslide

Landdegradatie
Achteruitgang van de kwaliteit van het landschap. 

Dit kan ontstaan door overbeweiding, waardoor uiteindelijk verwoestijning kan ontstaan. 

Slide 11 - Tekstslide

Oorzaak?
natuur of mens

Slide 12 - Tekstslide

en de mens?
  • overbemesting
  • ontbossing
  • overbeweiding
  • onzorgvuldige akkerbouw

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Bodemerosie = 
door de mens of de natuur veroorzaakt wegspoelen of wegwaaien van het bovenste deel van de grond
  • Bovenste deel grond = bodem  >> hierin zitten veel voedingsstoffen

Slide 15 - Tekstslide

Bodemerosie
Door het weghalen van de plantengroei kan het water meer eroderen in het landschap. 
Dit zien we veel terug in gebieden waar veel regen valt. 
(Af, Aw, BS, Cw)

Slide 16 - Tekstslide

Oorzaken bodemerosie:
1. ontbossing
2. overbeweiding
3 onzorgvuldige akkerbouw

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Duurzaam landgebruik
(terassen)
Druppel irrigatie

Slide 19 - Tekstslide

Invloed van de mens
Er wordt meer geproduceert in de landbouw dan dat er vraag naar is. 

Waarom is er nog altijd ruimte nodig dan?

Slide 20 - Tekstslide

Meer zand
Verwoestijning zien we terug in aride en semi-aride gebieden. 

In deze gebieden is de flora en fauna aangepast aan de droogte. 

Hier moet de mens rekening mee houden, anders --> verwoestijning. 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Bevolkingsdruk
3 gevolgen: 
- Meer vee nodig --> overbeweiding. 
- Minder tijd voor de akkers om braak te liggen. 
- Gebruik van hout zorgt voor bodemerosie. 

Slide 23 - Tekstslide

Bodemerosie door water

Slide 24 - Tekstslide

Ontbossing
  • voor houtwinning of aanleggen bouwland
  • bodem ligt onbeschermd
  • bij zware regenval of storm 
spoelen of waaien bodemdeeltjes weg

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Verzilting
Zouter worden van de bodem 
(waardoor landbouw steeds moeilijker wordt)

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Hoe werkt verzilting?
  • Water komt op de bodem en zakt er in weg
  • Zouten lossen op in het bodem- en grondwater
  • Door capillaire werking komt grondwater weer omhoog
  • Het water verdampt
  • Zout blijft achter op de bodem en vormt daar een laagje

Slide 29 - Tekstslide

Door irrigatie kan verzilting optreden

> meer water op de bodem
> soms stopt toevoer water
> dan komt water weer omhoog

Slide 30 - Tekstslide

Soorten irrigatie

Slide 31 - Tekstslide

Bij druppelirrigatie gebruik je het
meeste/minste (1) water
en is de kans op verzilting
het kleinst/grootst (2)
A
meeste, kleinst
B
meeste, grootst
C
minste, kleinst
D
minste, grootst

Slide 32 - Quizvraag

Leg met behulp van het begrip hoge luchtdruk uit hoe het kan dat op 30 graden NB en ZB vaak aride gebieden voorkomen.

Slide 33 - Open vraag

Verklaar hoe het kan dat de mens ervoor kan zorgen dat een akker verzilt.

Slide 34 - Open vraag

Verklaar hoe het kan dat er meer verwoestijning zal ontstaat wanneer de bevolkingsdruk toeneemt.

Slide 35 - Open vraag

Kwetsbare landschapzones

Slide 36 - Tekstslide

Kwetsbaar vooral bij:
  • lange droge periodes
  • veel reliëf
  • groot neerslagoverschot

Slide 37 - Tekstslide

Welke landschapszones zijn dus vooral kwetsbaar voor landdegradatie?
A
subtropische zone
B
tropische zone
C
aride zone
D
gematigde zone

Slide 38 - Quizvraag

Welke omschrijving hoort bij dit begrip: Landdegradatie
A
wegspoelen of wegwaaien van bodemdeeltjes doordat de mens de vegetatie verstoord heeft.
B
door de mens veroorzaakte schade aan een natuurlijk systeem.
C
Kwaliteitsvermindering van de grond
D
proces van landdegradatie in relatief droge gebieden

Slide 39 - Quizvraag

Wat is landdegradatie?
A
Het onbruikbaar worden van land.
B
De kwaliteitsvermindering van land.
C
Het uitbreiden van de woestijn.
D
Slechte landbouw.

Slide 40 - Quizvraag

Benoem het gevolg van duurzaam landgebruik:

Slide 41 - Open vraag

Overbeweiding
  • meer dieren op de grond dan waarvoor voedsel is
  • structureel kale plekken op de grond
  • ook wortels sterven af
  • >> bodemerosie

Slide 42 - Tekstslide

In welk werelddeel zal overbeweiding een groot probleem zijn?
A
Europa
B
Noord-Amerika
C
Afrika
D
Oceanië

Slide 43 - Quizvraag