5.5

5.5 Houding en beweging
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

5.5 Houding en beweging

Slide 1 - Tekstslide

Even herhalen 

Slide 2 - Tekstslide

Schedelbeenderen, bovenkaak en de onderkaak noemen we samen:
A
schedel
B
ledematen
C
bekken
D
romp

Slide 3 - Quizvraag

Waaruit bestaan schouders?
A
schouderbladeren en heupbeenderen
B
schouderbladeren en sleutelbeenderen

Slide 4 - Quizvraag

Benoem de functies van het skelet

Slide 5 - Open vraag

Wat is dit? En wat zijn de kenmerken hiervan?

Slide 6 - Open vraag

Wat gebeurt er met je botten als je ouder wordt?

Slide 7 - Open vraag

Wat zijn de vier beenverbindingen?

Slide 8 - Open vraag

Welk deel van een gewricht zorgt ervoor dat het soepel beweegt?
A
gewrichtskogel
B
gewichtskom
C
gewrichtssmeer
D
gewrichtskapsel

Slide 9 - Quizvraag

Welke type gewichten ken je?

Slide 10 - Open vraag

Leerdoelen
5.5.1 Je kunt aangeven wat een goede lichaamshouding is en hoe je hiermee rugklachten kunt voorkomen.
5.5.2 Je kunt uitleggen dat lichaamsbeweging goed is voor je gezondheid.

Slide 11 - Tekstslide

Lichaamshouding
- De lichaamshouding is de manier waarop je bijvoorbeeld zit of staat. 
- De spieren in je lichaam zorgen voor je lichaamshouding. 
- Door een slechte lichaamshouding kun je rugpijn krijgen.

Slide 12 - Tekstslide

Wervelkolom
- De wervelkolom bestaat uit wervels. - Tussen de wervels liggen schijfjes kraakbeen. 
- Deze schijfjes kraakbeen heten tussenwervelschijven
- Door de tussenwervelschijven kan de wervelkolom een beetje bewegen.



Slide 13 - Tekstslide

Wervelkolom 
- De vorm van de wervelkolom lijkt op twee letters S boven elkaar. Je zegt daarom dat de wervelkolom een dubbele-S-vorm heeft.
- De rugspieren zorgen ervoor dat de wervelkolom de dubbele-S-vorm blijft houden. De rugspieren zitten aan de wervels vast 

Slide 14 - Tekstslide

Schokken opvangen 
- De wervelkolom is veerkrachtig. (dubbele-S-vorm en  tussenwervelschijven) .

- Hierdoor kan de wervelkolom goed schokken opvangen. .

Slide 15 - Tekstslide

Lichaamshouding
- Door een slechte houding kan de wervelkolom scheef gaan staan. Tussenwervenschijven kunnen dan beschadigen (vering). 
- Bij een scheve houding moeten sommige spieren harder werken. Die spieren kunnen dan overbelast raken. 
- De kans op rugklachten kun je verminderen met een goede lichaamshouding.


Slide 16 - Tekstslide

wervels en tussenwervelschijven 
Rughernia

Slide 17 - Tekstslide

Gebruik beeldscherm
- Als je rechtop staat of zit, kunnen je wervels niet scheef komen te staan.
- Door kromgebogen naar je scherm te kijken, worden de tussenwervelschijven aan één kant te veel samengedrukt.
- Hierdoor kan je rug vergroeien en kun je een bochel krijgen

Slide 18 - Tekstslide

Een goede houding

Slide 19 - Tekstslide

Tillen moet je op een goede manier doen. Je wervelkolom moet zo veel mogelijk de dubbele-S-vorm houden.

Slide 20 - Tekstslide

10 regels om goed te tillen
1 Buk en til niet onnodig.
2 Gebruik hulpmiddelen.
3 Til niet te veel ineens.
4 Zorg ervoor dat er niets in de weg staat als je gaat lopen.
5 Sta steeds recht voor de last.
6 Til nooit met gedraaide rug.
7 Til met twee handen en houd de last zo dicht mogelijk bij je lichaam.
8 Buig niet verder voorover dan nodig en gebruik ook je beenspieren.
9 Til niet met gestrekte armen en niet hoger dan schouderhoogte.
10 Luister naar je lichaam: neem signalen serieus. Je voelt zelf het best wat je rug wel en niet kan hebben.

Slide 21 - Tekstslide

Beweging
Als je regelmatig sport of beweegt, blijf je fitter en gezonder:
• Je hebt minder kans om ziekten zoals diabetes te krijgen.
• Je krijgt een goede conditie. Je lichaam wordt fit en je krijgt een goed uithoudingsvermogen.
• Je spieren worden sterker. Ongetrainde spieren raken eerder overbelast dan getrainde spieren.
• Met sterke rug- en buikspieren heb je minder snel last van rugpijn.
• Je ontspant je meer door lichaamsbeweging. Als je lichamelijk fit bent, kun je geestelijk veel aan.

Slide 22 - Tekstslide

Maken 
blz. 36
opdr. 1 t/m 6

Slide 23 - Tekstslide