Bedrijfseconomie · G6
Hoofdstuk 26.
Overige kostensoorten
vrijdag 4 september 2026 · lesuur 1 · 45 min
Van Vlimmeren, Bedrijfseconomie in Balans, 9e druk
Bedrijfseconomie · G6
Hoofdstuk 26.
Overige kostensoorten
vrijdag 4 september 2026 · lesuur 1 · 45 min
Van Vlimmeren, Bedrijfseconomie in Balans, 9e druk
Bedrijfseconomie · G6
Hoofdstuk 26.
Overige kostensoorten
vrijdag 4 september 2026 · lesuur 1 · 45 min
Van Vlimmeren, Bedrijfseconomie in Balans, 9e druk
Voorspelbaar gedrag?
Het glas is halfvol, altijd! Bij tegenslagen gaan we zoeken naar een oplossing (Waar is een bron?)
Ik vind het fijn als je:
vrolijk bent, op tijd aanwezig bent, je telefoon in de kluis (of thuis) ligt.
Daarnaast verwacht ik dat je bij je hebt:
theorieboek
werkboek
schrift (exclusief voor bedrijfseconomie)
pen & rekenmachine
werkend en opgeladen device .
Verder spreken we af: dorst? water drinken is ok! geen eten/drinken (flesje water is ok, geen kauwgum).
Elke regel, in het kader van Wim's wil is wet in het klaslokaal, die je met goede reden wil breken, bespreek je VOORAF.
Verder ben ik best redelijk.... vind ik zelf ;-)
Spoorboekje
Zijn we compleet ? Absententie check
Leerdoelen & Spoorboekje
Schrijven = blijven
Voorspelbaargedrag
Duurzame productiemiddelen
Afschrijven met vast percentage aanschafprijs
Personeelskosten
Overige kosten
LessonUp account
Leerdoelen / Spoorboekje
Huiswerk in Magister check
Leerdoelen, schrijven=blijven
Na vandaag kan je
uitleggen wat een duurzaam productiemiddel is, en het verschil tussen de technische en de economische levensduur;
de aanschafprijs bepalen, inclusief de bijkomende kosten;
de afschrijving per periode en de boekwaarde berekenen;
benoemen waaruit de personeelskosten van een onderneming bestaan;
het arbeidsuurtarief en het factuurtarief berekenen, en het verschil ertussen uitleggen;
de kostensoorten van de categoriale kostenindeling noemen.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
Leerdoelen
Na deze les kun je:
uitleggen wat een duurzaam productiemiddel is, en het verschil tussen de technische en de economische levensduur;
de aanschafprijs bepalen, inclusief de bijkomende kosten;
de afschrijving per periode en de boekwaarde berekenen;
benoemen waaruit de personeelskosten van een onderneming bestaan;
het arbeidsuurtarief en het factuurtarief berekenen, en het verschil ertussen uitleggen;
de kostensoorten van de categoriale kostenindeling noemen.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
Schrijven is blijven
Ik verwacht dat je aantekeningen maakt — in je eigen woorden, niet woordelijk overgenomen.
Wat je zelf formuleert onthoud je beter dan wat je overtikt.
Wat je terugleest onthoud je het best: aantekeningen die je nooit meer opslaat, hadden je alleen tijdens de les iets kunnen leren.
Schrijf in elk geval op: de formules, de uitwerkingen, en je eigen fouten.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
26.1 Duurzame productiemiddelen
Productiemiddelen die meer dan één productieproces meegaan.
Aanschafprijs — de prijs zelf plus alle bijkomende kosten: overdracht, installatie, aflevering.
Restwaarde — de geschatte opbrengst aan het eind van de levensduur.
Technische levensduur — hoe lang het middel de prestatie kán leveren.
Economische levensduur — hoe lang het verstandig is het te gebruiken. Hiermee reken je.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
26.2 Afschrijven met een vast percentage
Van de aanschafprijs.
Afschrijving per periode = (A − R) / n
A = aanschafprijs inclusief bijkomende kosten
R = restwaarde
n = economische levensduur in perioden
Boekwaarde = aanschafprijs − cumulatieve afschrijving
De boekwaarde staat op de balans.
De afschrijving staat in de resultatenrekening.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
Rekenvoorbeeld
Installatiebedrijf Van Doorn koopt een machine.
Gegevens
Aanschafprijs machine
Installatiekosten
Restwaarde
Economische levensduur
€ 48.000
€ 2.000
€ 5.000
6 jaar
Uitwerking
A = 48.000 + 2.000 = € 50.000
Afschrijving = (50.000 − 5.000) / 6 = € 7.500 per jaar
Boekwaarde na 4 jaar = 50.000 − 4 × 7.500 = € 20.000
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
Controlevraag
Een cateringbedrijf koopt een bestelbus van € 36.000 en laat er voor € 4.000 een koelinstallatie in bouwen. Na 5 jaar is de bus naar schatting € 6.000 waard.
a Bereken de afschrijving per jaar.
b Bereken de boekwaarde na 3 jaar.
Begin met de aanschafprijs.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
26.4 Personeelskosten
Wat een werknemer kost is meer dan wat hij verdient.
brutolonen en salarissen
+ wettelijke sociale lasten
+ vrijwillige sociale lasten
+ pensioenpremies voor rekening van de onderneming
Het verschil tussen het brutoloon en de personeelskosten is de kern van deze paragraaf.
Sinds het examen van 2027 komt dit ook terug in domein C: je moet de loonkosten per eenheid product kunnen berekenen.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
26.4 Arbeidsuurtarief en factuurtarief
Twee tarieven, twee doelen.
Arbeidsuurtarief — intern tarief.
Alle personeelskosten gedeeld door de productieve uren: de uren die je aan een klant kunt doorberekenen.
Niet elk betaald uur is productief.
Factuurtarief — wat de klant betaalt.
Personeelskosten per productief uur, plus de overige bedrijfskosten, plus een winstopslag.
Soms blijven de materiaalkosten erbuiten: die worden dan apart doorberekend.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
Rekenvoorbeeld
Een monteur bij hetzelfde installatiebedrijf.
Gegevens
Personeelskosten per jaar
Betaalde uren
Productieve uren
Overige bedrijfskosten
Winstopslag
€ 62.400
1.600
1.300
€ 26 per uur
25%
Uitwerking
Arbeidsuurtarief = 62.400 / 1.300 = € 48 per productief uur
Kostprijs per uur = 48 + 26 = € 74
Factuurtarief = 74 × 1,25 = € 92,50
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
Controlevraag
Adviesbureau Brandts heeft vier adviseurs. De personeelskosten zijn samen € 270.000 per jaar. De adviseurs werken samen 6.400 betaalde uren, waarvan 4.800 declarabel. De overige bedrijfskosten zijn € 180.000 per jaar. Het bureau rekent een winstopslag van 20%.
Bereken het factuurtarief per declarabel uur.
Sla de overige bedrijfskosten om over dezelfde uren.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
26.5 Overige kosten
Het sluitstuk van de categoriale kostenindeling.
Interestkosten — investeren in productiemiddelen kost vermogen, en vermogen kost interest.
Kosten van grond — vooral interest over het geïnvesteerde vermogen; soms ook vervuilingskosten.
Kosten van diensten van derden — werk dat je door andere bedrijven laat uitvoeren.
Kosten van belastingen — ozb, motorrijtuigenbelasting, assurantiebelasting, reclamebelasting.
Op examenniveau: je moet deze kostensoorten kunnen noemen. Rekenen doe je ermee via de kostprijs.
Bedrijfseconomie 6 vwo · H26 Overige kostensoorten
Huiswerk
Lees 26.1, 26.2, 26.4 en 26.5.
Maak de opgaven bij 26.2 en 26.4.
Ken de vier kostensoorten van de categoriale indeling.
Vervallen in H26: 26.3 (interest over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen) en 26.6 (transfer pricing). Geen CE-stof voor 2027.
Vervallen in H25: het hele hoofdstuk — 25.1 fifo, 25.2 lifo én 25.3 vaste verrekenprijs.
Volgende les: H27 — begroot en werkelijk resultaat voor belasting.
Spoorboekje
Zijn we compleet ? Absententie check
Leerdoelen & Spoorboekje
Schrijven = blijven
Voorspelbaargedrag
Duurzame productiemiddelen
Afschrijven met vast percentage aanschafprijs
Personeelskosten
Overige kosten
LessonUp account
Leerdoelen / Spoorboekje
Huiswerk in Magister check
Leerdoelen, schrijven=blijven
Na vandaag kan je
uitleggen wat een duurzaam productiemiddel is, en het verschil tussen de technische en de economische levensduur;
de aanschafprijs bepalen, inclusief de bijkomende kosten;
de afschrijving per periode en de boekwaarde berekenen;
benoemen waaruit de personeelskosten van een onderneming bestaan;
het arbeidsuurtarief en het factuurtarief berekenen, en het verschil ertussen uitleggen;
de kostensoorten van de categoriale kostenindeling noemen.