Herhalingles Unit 1+2 B1C

Last lesson before the test!
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 1,2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Last lesson before the test!

Slide 1 - Tekstslide

Planning of today
  • Recap of some grammar:
- plurals
- demonstrative pronouns
- a/an
  • Work on your own - prepare for the test + ask any questions that you have

Slide 2 - Tekstslide

After today's lesson:
I can make plural nouns in English (meervoud maken).
I can use the demonstrative pronouns (deze, die, dit, dat).
I know when to use a and when to use an.
I know the verb 'To be' (het rijtje)

I am prepared, or know how to prepare myself for the English test.

Slide 3 - Tekstslide

Plurals

Slide 4 - Woordweb

What's the plural of:
apple
A
apples
B
apple's
C
applez
D
apple'z

Slide 5 - Quizvraag

What's the plural of:
child
A
childs
B
childes
C
childern
D
children

Slide 6 - Quizvraag

What's the plural of:
knife
A
knife
B
knifes
C
knive
D
knives

Slide 7 - Quizvraag

What's the plural of:
baby
A
baby's
B
babies
C
babys
D
babie's

Slide 8 - Quizvraag

Plurals:
potato

Slide 9 - Open vraag

Plurals:
kiss

Slide 10 - Open vraag

Ik kan een meervoud maken in het Engels.
😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

Demonstrative pronouns
Aanwijzende voornaamwoorden

Welke vier zijn er in het Engels?

Slide 12 - Tekstslide

This
These
That
Those
Dichtbij, enkelvoud
(dit)
Dichtbij, meervoud
(deze)
Ver weg, enkelvoud
(dat, die)
Ver weg, meervoud
(die)

Slide 13 - Sleepvraag

___ (deze) boy.
A
This
B
That
C
Those
D
These

Slide 14 - Quizvraag

___ (die) earrings are beautiful.
A
This
B
That
C
Those
D
These

Slide 15 - Quizvraag

Ik heb de demonstrative pronouns onder de knie.
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

A/an = een
bijv. een boom = a tree.

Slide 17 - Tekstslide

Give me some examples of a/an (like: an apple, a tree)

Slide 18 - Woordweb

als de eerste letter van het woord klinkt als een medeklinker, gebruik je...
Als de eerste letter van het woord klinkt als een klinker (a, e, i, o, u), gebruik je ...
a
an

Slide 19 - Sleepvraag

___ chair
A
A
B
An

Slide 20 - Quizvraag

Kiezen tussen a/an gaat bij mij goed.
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll

To be = zijn
Kan iemand het rijtje van 'to be' op het bord schrijven voor mij?
I ____
You ____
He/she/it ____

Slide 22 - Tekstslide

Work on your own!
Learn the words:
  • Wordtrainer
  •  Wrts/Quizlet
  • Writing the words down

Learn the grammar:
Present simple: Worksheet
Demonstrative pronouns: klik hier
Plurals: klik hier 
A/an: klik hier





15 min
Extra uitleg:
  • Vind je nog iets lastig?
  • Kan ik je helpen?

Slide 23 - Tekstslide

Do you have any questions about the test?

Slide 24 - Open vraag

Can you:
  • Make plurals in English (meervoud maken)?
  • Use the demonstrative pronouns (deze, die, dit, dat) correctly?
  • Know when to use a and when to use an?
  • Know the verb 'To be' (het rijtje)?

Do you know how to prepare yourself for the test?

Slide 25 - Tekstslide

I think I will pass the English test (Ik ga de Engels toets halen).
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

That's it for today
Bye Bye!

Slide 27 - Tekstslide