H16 paragraaf 1 "Voortstuwen en tegenwerken"

Hoofdstuk 16
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 16

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
- Je kent de verschillende krachten (voortstuwende/tegenwerkende) die bij beweging een rol spelen en kunt deze benoemen/aanwijzen
- Je kan uitleggen hoe de nettokracht laat zien hoe de snelheid van een voertuig veranderd.
- Je begrijpt dat bij een richtingsverandering ook een nettokracht een rol speelt, ook als er geen snelheidsverandering is.

Slide 2 - Tekstslide

Voorkennis
Je kent de verschillende soorten krachten 
Je weet dat krachten zelf niet gezien kunnen worden, maar dat je alleen het effect van de kracht ziet. 
Je kan vectoren tekenen en weet dat vectoren een beginpunt, richting en een lengte hebben.

Slide 3 - Tekstslide

Voortstuwen en tegenwerken
Als je een heuvel op wilt rijden:

Door de zwaartekracht rol je steeds sneller naar beneden, zonder zelf kracht te hoeven zetten. 

Als je een heuvel op probeert te fietsen, maar je stopt met trappen, zal je afremmen en uiteindelijk zelfs achteruit rollen.   

Slide 4 - Tekstslide

Voortstuwen en tegenwerken
De voorstuwende krachten zijn krachten die maken dat je vooruit komt. (spierkracht, motorkracht, zwaartekracht) 

Tegenwerkende krachten zorgen ervoor dat de beweging juist moeilijker gaat, of dat je afremt. Denk daarbij aan luchtwrijving, rolwrijving, zwaartekracht, andere wrijvingskrachten (onderdelen die langs elkaar bewegen)

Slide 5 - Tekstslide

Maak de zin af: Des te minder wrijving...
A
des te meer verzet.
B
des te meer kracht er nodig is om achteruit te gaan.
C
des te minder kracht er nodig is om te stoppen.
D
des te minder kracht er nodig is om vooruit te gaan.

Slide 6 - Quizvraag

Een fietser rijdt de berg op. Welke krachten werken hem tegen?
A
Zwaartekracht
B
Wrijvingskracht
C
Luchtweerstand
D
Alle 3 genoemde krachten

Slide 7 - Quizvraag

Als het sneeuwt, wordt de remweg langer. Hoe komt dat?
A
Omdat de luchtweerstand is afgenomen.
B
Omdat de luchtweerstand is toegenomen.
C
Omdat de rolweerstand is afgenomen.
D
Omdat de rolweerstand is toegenomen.

Slide 8 - Quizvraag

Wat gebeurt er met de luchtweerstand als je harder trapt?
A
Wordt groter
B
wordt kleiner
C
Blijft gelijk
D
wordt 0 N

Slide 9 - Quizvraag

Resultante/nettokracht
De nettokracht is het resultaat van alle krachten samen. Die krachten kunnen onder een hoek staan of in dezelfde richting.

Slide 10 - Tekstslide

Resultante/nettokracht
=> Nettokracht werkt in de bewegingsrichting


=> Nettokracht is 0 N


=> Nettokracht werkt tegen de bewegingsrichting in

Slide 11 - Tekstslide

Wat is de nettokracht?
A
Alle krachten bij elkaar opgeteld
B
als er geen krachten zijn, dat is de nettokracht
C
de sterkste kracht in de tekening

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de
nettokracht?
A
186N
B
8360N
C
1,45N
D
34N

Slide 13 - Quizvraag

Wat is
de
nettokracht?
A
25N
B
225N
C
1,25N
D
12500N

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekent eenparig vertraagd?
Wat weet je dan van de nettokracht?
A
Dat betekent: sloom en traag. Van de nettokracht weet je niets
B
Dat de snelheid constant blijft, de nettokracht is nul
C
Dat de snelheid varieert, de nettokracht weet je niets van
D
Dat de snelheid constant afneemt, de nettokracht werkt tegen

Slide 15 - Quizvraag

Welke afbeelding geeft
de nettokracht bij
het remmen juist weer?
A
A
B
B
C
C

Slide 16 - Quizvraag

Aan de slag

Lees paragraaf 16.1 goed door en

maak de opgaves bij paragraaf 16.1

Slide 17 - Tekstslide