2a1 samengestelde zinnen

Welkom bij Nederlands!
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands!

Slide 1 - Tekstslide

Programma

  • Instructie samengestelde zinnen (15 minuten)
  • Opdracht in groepjes (15 minuten)
  • Nabespreken opdracht (15 minuten)
  • Exitticket (5 minuten)

Slide 2 - Tekstslide

Waarom leren ontleden?
Als je weet hoe een zin is opgebouwd, dan kan je de betekenis makkelijker achterhalen. Ook is de spelling van sommige woorden afhankelijk van hun plaats in de zin.

Als je een andere taal dan het Nederlands moet leren, is kennis van ontleden ook heel handig. Je kan dan gebruik gaan maken van de overeenkomsten tussen talen.

Slide 3 - Tekstslide

Waarom maak je samengestelde zinnen?
  • Samengestelde zinnen maken een tekst beter en prettiger leesbaar. 
  • Samengestelde zinnen brengen samenhang in een tekst. 



Slide 4 - Tekstslide

Doelen
Je leert wat een samengestelde zin is en hoe je die herkent.
Je kunt voegwoorden herkennen.
Je weet wat een hoofdzin en een bijzin is.

Slide 5 - Tekstslide

samengestelde zinnen
  • Bestaat uit twee of meer losse zinnen.
  • De losse zinnen worden samengevoegd met een voegwoord. 
  • Samengestelde zinnen hebben 2 of meer persoonsvormen. 

Slide 6 - Tekstslide

Twee zinnen samengevoegd
Ik maak een Tiktokfilmpje en ik plaats een bericht op Instagram.

Zie jij de twee zinnen?

Slide 7 - Tekstslide

Twee zinnen samengevoegd
Ik maak een Tiktokfilmpje en ik plaats een bericht op Instagram.

Deze twee zinnen zijn aan elkaar geplakt met een voegwoord.

Slide 8 - Tekstslide

Twee zinnen samengevoegd
Ik maak een Tiktokfilmpje en ik plaats een bericht op Instagram.

Hoeveel persoonsvormen heeft deze zin?
Doe de tijdsproef!

Slide 9 - Tekstslide

Twee zinnen samengevoegd
Ik maakte een Tiktokfilmpje en ik plaatste een bericht op Instagram.

2 persoonsvormen, dus: samengestelde zin!

Slide 10 - Tekstslide

Hoofdzin en bijzin
Een samengestelde zin heeft altijd een hoofdzin.

Een samengestelde zin kan bestaan uit:
Hoofdzin + hoofdzin
Hoofdzin + bijzin

Slide 11 - Tekstslide

Hoofdzin en bijzin
Zinnen zijn aan elkaar verbonden met voegwoorden:
  • Hoofdzin + hoofdzin > nevenschikkend voegwoord 
  • Hoofdzin + bijzin > onderschikkend voegwoord

Slide 12 - Tekstslide

Nevenschikkende voegwoorden
  • Verbinden gelijkwaardige zinnen. 
  • Deze zinnen kun je onafhankelijk van elkaar gebruiken.
  • Nevenschikkende voegwoorden: en, of, maar, want, dus

Ik moet mijn fiets pakken, dus ik loop naar de schuur.

Als je het voegwoord weglaat, staan er twee goede zinnen.


Slide 13 - Tekstslide

Onderschikkende voegwoorden
  • Verbinden ongelijkwaardige zinnen. 
  • Deze zinnen kun je NIET onafhankelijk van elkaar gebruiken.
  • Onderschikkende voegwoorden: omdat, zoals, of, etcetera...

Ik moet mijn fiets pakken omdat ik naar school moet.

"ik naar school moet" is geen goede zin. Dus: ongelijkwaardig!


Slide 14 - Tekstslide

Kenmerken hoofdzin
Een hoofdzin ziet er net zo uit als een enkelvoudige zin:
 
• de PV en het OW staan naast elkaar en zijn niet te scheiden;
• de persoonsvorm staat op de eerste of tweede plaats in de zin.

Slide 15 - Tekstslide

Voorbeeld hoofdzin
Hij gaat naar school en hij gaat naar de tandarts.
Hoofdzin + hoofdzin

PV en OW staan naast elkaar en zijn niet te scheiden.
Als je het voegwoord weglaat: 2 goede zinnen.

Slide 16 - Tekstslide

kenmerken bijzin
  • Het onderwerp en de persoonsvorm staan uit elkaar (of je kunt ze uit elkaar halen met bijvoorbeeld 'gisteren', 'nu' en 'snel').
  • De PV is niet het eerste of tweede zinsdeel.
  • Er staat vaak een onderschikkend voegwoord in de zin.

Slide 17 - Tekstslide

voorbeeld
De poes heeft honger, omdat de kater van de buren haar bakje heeft leeggegeten.

'omdat de kater van de buren haar bakje heeft leeggegeten' = de bijzin

OW (de kater van de buren) en PV (heeft) zijn gescheiden door 'haar bakje'.
Omdat = een onderschikkend voegwoord
De bijzin kan niet onafhankelijk van de hoofdzin gebruikt worden.

Slide 18 - Tekstslide

Samenvattend
Een samengestelde zin: twee zinnen zijn samengevoegd en verbonden door een voegwoord (nevenschikkend of onderschikkend).

Een samengestelde zin heeft altijd een hoofdzin en soms ook een bijzin. Je herkent een hoofdzin en bijzin aan het voegwoord, de plaats van de PV en of PV/OW te scheiden zijn.


Slide 19 - Tekstslide

Opdracht in groepjes
Wat? Maak samengestelde zinnen, klopt het ook in het Engels?
Hoe? Overleg met elkaar, vul het stencil in. ZACHTJES!!!
Hulp? Geen hulp, overleg met je groepje
Tijd? 15 minuten
Klaar? Maak opdracht 2 en 3 van blok 4 (blz 187)

timer
15:00

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht nabespreken
Per groepje: 
1 voorbeeld van een hoofdzin + hoofdzin
1 voorbeeld van een hoofdzin + bijzin
Hoe gaat dat in het Engels?

Slide 21 - Tekstslide

Exitticket
Doelencheck: vul het exitticket in.

Klaar? Werk verder aan opdracht 2 en 3 (blz 187).
timer
5:00

Slide 22 - Tekstslide