ch 6 bron D en H 2hv

Oefenen Frans bron D en H ch 6 en we gaan nog even naar Parijs
Nodig:
livre B = boek B
morceau de papier = papier
un stylo = pen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 35 min

Onderdelen in deze les

Oefenen Frans bron D en H ch 6 en we gaan nog even naar Parijs
Nodig:
livre B = boek B
morceau de papier = papier
un stylo = pen

Slide 1 - Tekstslide

Even oefenen
Hoe zit het ook alweer met:
quel enzo
inventariseren op het bord

Slide 2 - Tekstslide

Grammaire D, het vraagwoord quel
Vul het schema in. Schrijf je antwoord op in je schrift.
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
1
2
meervoud
3
4

Slide 3 - Tekstslide

Schrijf op:
1 = mannelijk enkelvoud
2 = vrouwelijk enkelvoud
3 = mannelijk meervoud
4 = vrouwelijk meervoud

Slide 4 - Open vraag

Exercice 2. Vul het juiste vraagwoord in:
  1. ______________________ recette (v) tu préfères?
  2.  ______________________ camping (m.) tu veux visiter ?
  3.  ____________________ filles (v.) sont fortes en français ?
  4.  ________________________ films (m.) tu veux voir, les comédies ou les horreurs ?
  5. Dans ______________________ classe (v.) est ton frère?

Slide 5 - Tekstslide

bron H prendre
Hoe gaat dat ook alweer in de présent en de passé composé?
we gaan het uitlegfilmpje van Grandes Lignes bekijken en daarna gaan we de rijtjes oefenen



Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

Grammaire H ww. prendre (présent en passé composé). Ex. 3 schrijf op in je schrift
prendre
présent
passé
composé
je
1
7
tu
2
8
il/elle/on
3
9
nous
4
10
vous
5
11
ils/elles
6
12

Slide 8 - Tekstslide

Exercice 4: Vul de juiste vorm van prendre in, in je schrift
  1. Hier, nous sommes allés en ville et nous (passé composé ) __________________ une crêpe.
  2. Tu ne (présent) _________________ jamais de petit déjeuner en semaine.
  3. Vous (présent) ___________________ souvent un café le matin?
  4. Ils (présent) ____________________ toujours du thé.
  5. Vous (passé composé) _____________________ le métro.
  6. Anne (passé composé ) ___________________ une glace.
  7. Je (présent) ____________________ une menthe à l’eau s.v.p.

Slide 9 - Tekstslide

Bonjour à Paris!
Chapitre 6 

Slide 10 - Tekstslide

Le but
1. Je kan verschillende monumenten benoemen gelegen in Parijs
Log  nu in, in LessonUp

Slide 11 - Tekstslide

Paris

Slide 12 - Woordweb

Tu as déjà visité la ville Paris?
A
oui
B
non

Slide 13 - Quizvraag

Paris
  • 2,2 millions d’habitants dans Paris
  • (11 millions dans les villes entourées)
  • le climat
  • la seine
  • les monuments





Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Welke rivier stroomt door Parijs?

Slide 16 - Open vraag

Hoe hoog is de Eiffeltoren volgens jou (inclusief antenne)?

.... meter.

Slide 17 - Open vraag

Wat is de naam van deze
bezienswaardigheid?

Slide 18 - Open vraag

Wat is de naam van deze
kathedraal?

Slide 19 - Open vraag

Wat is de naam van deze
bezienswaardigheid?

Slide 20 - Open vraag

Hoe heet deze bekende straat ?

Slide 21 - Open vraag

Chanson

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video