CKV H4-A4 INLEIDING

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
CKVMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

INLEIDING
Je kunt alles nog eens uitgebreider teruglezen in het PDF (blz 2 t/m 5). Deze LessenUp kun je samen met de docent maar ook zelfstandig doorwerken. Alle antwoorden vul je in. De docent kan dit op zijn/haar eigen computer controleren want jouw antwoorden blijven bewaard. Volg voor wat je verder gaat doen de instructies van je docent.

Slide 9 - Tekstslide


Wat weet je aan het eind van deze inleiding:

  1. Je weet wat het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) inhoudt.
  2. Je weet wat de begrippen kunst en cultuur inhouden en begrijpt de verschillen.
  3. Je hebt je eigen ervaringen met kunst en cultuur beschreven in een Cultureel Zelf Portret (CZP)

Slide 10 - Tekstslide

Verkennen cultuur 
Opdracht 1
Bekijk eerst dit filmpje:




en beantwoord dan de vragen op de volgende slides

Slide 11 - Tekstslide

1a Wat zijn kenmerken van jouw cultuur?

Slide 12 - Open vraag

1b Wat vinden buitenlanders typisch Nederlands?

Slide 13 - Open vraag

1c Wat vind jij typisch Nederlands?

Slide 14 - Open vraag

Verkennen kunst
Opdracht 2
Bekijk nu dit filmpje:



en geef daarna (op de volgende slide) jouw definitie van kunst .

Slide 15 - Tekstslide

KUNST (is voor mij)

Slide 16 - Woordweb

Opdracht 3
Maak een lijst met tien kunstuitingen waar jij regelmatig mee in aanraking komt. Maak daarbij onderscheid tussen kunst die je bekijkt (via internet en tv telt ook mee) of die je zelf maakt of beoefent.

Slide 17 - Open vraag

Opdracht 4
Welk kunstwerk heeft een grote indruk op je gemaakt. Dit kan een lied, een foto, een voorstelling, een film of nog iets anders zijn. Beschrijf dit werk, van wie is het en waar heb je het voor het eerst gezien of gehoord.

Slide 18 - Open vraag

Opdracht 5 en 6 facultatief
5. Maak samen met je buurman of buurvrouw het alfabet van de kunst. Bij iedere letter uit het alfabet schrijven jullie een woord dat met kunst te maken heeft. Probeer ook iets anders in te vullen dan alleen namen of werken van kunstenaars, wees nu al creatief en origineel. 

6. Schrijf in 1 minuut achter de onderstaande beroepen de naam van de kunstenaar (m/v) die als eerste bij je opkomt. Na 1 minuut wissel je de antwoorden uit met je buurman of buurvrouw. Zijn er namen bij die de ander niet kent? Welke kunstenaar zou de ander echt moeten leren kennen? De beroepen zijn:
acteur, fotograaf, architect, filmregisseur, rockband, DJ, rapper, schilder, danser, beeldhouwer, singer-songwriter, componist. 


Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 7 CZP
Je begint nu met het maken van een cultureel zelfportret. (CZP) In je CZP leg je jouw ervaringen met kunst en culturele activiteiten vast. Je kunt de opdracht vinden op Magister opdrachten, opdracht 1 CZP. Lees de opdracht daar goed door, vul het formulier in dat je daar als bijlage vindt en schrijf of maak daarna jouw Cultureel Zelfportret. Je kunt de eisen voor het CZP lezen in het PDF blz 7.

Slide 20 - Tekstslide