16-12-2024

16-12-2024
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansBeroepsopleiding

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

16-12-2024

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mirar Deberes
WB:
 p. 17, ej.3
p.18, ej.4
p. 22, ej.15
p.23, ejs.18, 19
TB:
 p.22, ej.5a Gastando dinero
Slide 24, 25, 26 : Recordad los complementos directos ( lijd. voorwerp) y complementos indirectos (meew. voorwerp): TB. p.114, 5.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los pronombres indefinidos
Algo, nada, todo:   zaken
alguien en nadie:  personen              worden zelfst. gebruikt
cada voor personen EN zaken

alguno (a/os/as)
ninguno( a)                    hebben altijd betrekking op zelfst. nw              todo/a el/la.....
todos/as los /las                                   
1.ninguno en alguno verliezen de -o- voor een mnl zelfst.nw<div>2. staan nada, nadie en ninguno: achter het ww dan komt<span style="font-weight: bold"> no </span>ervoor!!<br><div><br></div></div>
Ejercicio  p. 21, ej.4c : Verbeter de zinnen die fout zijn

                             

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

WB
p.17, ej.3: De compras
p.18, ej.4: En el Rastro.
p.22, ej.15: Cuestionario
p.23, ej. 18: Feria de jóvenes..
ej.19: relacionar


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TB. p.22, ej.5a Gastando dinero
  • 1. lee el texto : ¿ Cuál es el problema?                      

 
        

slide 24

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Recuerdas?
meew. voornw      = CI
lijdend voornw.     =CD
slide 25

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TB. p.22, ej.5b : diálogos en otras  tiendas.
  • 1. onderstreep de mv en lv vormen
  • 2. vervang el vestido door la falda
  • Escucha los diálogos en otras tiendas. 
     ¿Dónde tienen lugar?                                       

 
        

11
12
<div>1. En una zapatería</div><div>a. Los zapatos tienen un 40% de descuento.</div><div>b. El hombre calza el número 43.</div><div>c. El cliente quiere pagar con tarjeta de crédito.</div>
<div>2. En una tienda de ropa</div><div>a. La clienta tiene un problema con un jersey.</div><div>b. la clienta quiere cambiar el jersey.</div><div>c. La clienta necesita el ticket de compra</div>
slide 26

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TB, p.22, ej. 5c: welke zin zegt de klant en welke de verkoper? Door welke zelfst.nw. zou je de voornaamwoorden in de laatste kolom kunnen vervangen?
1.+2 : lo= el vestido la= la falda<div>3. el jersey</div><div><br></div><div>4.le = meew. vnw kun je niet vervangen wél verdubbelen door bijv. señor/ señora</div>
¿ Recuerdas? 
meew.vnw =Complemento Indirecto : me, te, le, nos, os, les
lijd.vnw       = Complemento Directo    : me, te, lo/la, nos, os, los/las

quedar + meew vnw+ passen (zitten):<div>el vestido me queda bien</div><div>los pantalones me quedan largos</div><div>la falda me queda estrecha etc.</div>

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lijdend voorwerp ( Complemento Directo):
 ik koop een roos:
Wat koop ik? : een roos. 
Een roos is lijdend voorwerp. Ik koop hem (= lijdend vnw)
Plaats : vóór pv óf achter de infinitivo/gerundio, eraan vast geschreven
me, te, <span style="font-weight: bold; color: rgb(236, 72, 77)">lo, la</span>, nos, os, <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">los, las</span>
1. yo <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">la</span> compro en ....<div>2.vosotros <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">la </span>estudiáis</div><div>3.Carmen <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">lo </span>compra</div><div>4.mi hermano<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold"> los</span> pinta...</div><div>5. Mario<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold"> las</span> cuenta</div><div>6.Mi padre <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">lo </span>limpia</div>

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

meewerkend voorwerp (Complemento Indirecto):
Hij geeft de roos aan zijn vriendin
Aan wie geeft hij de roos? Aan zijn vriendin
zijn vriendin is meew. voorwerp. Hij geeft  haar de roos (= mw vnw
"Plaats : vóór de pv of achter de infinitivo/gerundio ( eraan vast geschreven)
me, te, le, nos, os, les
1 J. nunca <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">me</span> dice la verdad<div>2. Yo <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">os </span>explico....</div><div>3.Mi amigo <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">le</span> hace una pregunta</div><div>4. I. siempre <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">les</span> regala.....</div><div>5. Mañana <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">te </span>damos una....</div><div>6. <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">Le </span>preparo una fiesta sorpresa</div>

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vervang het vetgedrukte zinsdeel door een voornaamwoord:
CI óf CD
1. el agente<span style="color: rgb(0, 0, 160); font-weight: bold"> les</span> recomienda este hotel<div>2. el vendedor <span style="color: rgb(0, 0, 160); font-weight: bold">le </span>vende un coche</div><div>3. yo<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold"> la </span>doy mañana</div><div>4.Mi vecino siempre <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">las </span>compra</div><div>5. yo <span style="color: rgb(0, 0, 160); font-weight: bold">te </span>preguntp la lección</div><div>6. el vendedor<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold"> lo</span> da a nosotros</div>

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TB.
p.22, ej.5d: ¿ Qué ha preguntado la clienta
 p.23, ej.6 describe uno de los objetos sin mencionarlo usando el CD 
Algunos verbos:
llevar, tener, usar, necesitar,etc..

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TB. p. 23, ej. 7 a  Vul het juiste meewerkend vnw.  (CI) in:

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Malena gaat haar kelder opruimen: vervang de vetgdrukte woorden door een voornaamwoord
TB. p. 23, ej. 8a

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

La Navidad en España
La Navidad dura dos semanas y las fiestas más importantes son:
Nochebuena = kerstavond
Navidad = kerstmis
Nochevieja = oud & nieuw
Reyes Magos = Drie Koningen
Además : tenemos La lotería de Navidad y Los Santos Inocentes
                     

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 18 - Video

Betrouwbaar: Twee kinderen halen twee ballen uit twee buizen, die uit twee aparte tombola's komen, waarbij één kind uiteindelijk al zingend het nummer bekendmaakt en de ander het bedrag.
El turrón (nougat)
El pavo (kalkoen) de Navidad
Polvorones  y Mantecados
Los Reyes Magos
Las uvas de Nochevieja
Los Santos Inocentes

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deberes
WB:
p. 18, ej.6,
p.19, ej.7, ej. 8a/8b, ej.9
p.20, ej. 10a/10b
Slides 13, 14, 15 ( TB.
p.22, ej.5d: ¿ Qué ha preguntado la clienta
 p.23, ej.6 describe uno de los objetos sin mencionarlo usando el CD 
Hasta el 6 de enero de 2025

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies