Lectuur - Epistula VI, 16.

Lectuur - Epistula VI, 16.

1 / 47
volgende
Slide 1: Slide
newEditorLatijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Lectuur - Epistula VI, 16.

Wat weet je al over de uitbarsting van de Vesuvius?

Lectuur - Epistula VI, 16.

Activeer je voorkennis door volgende bookwidget op te lossen.

10

minute

00

second

Lectuur - Epistula VI, 16.

Fris de woordenschat op die je in volgend tekstfragment aan bod komt.

Vertalen - Inleiding

De brief die we gaan lezen werd geschreven door Plinius Minor. Hij beschrijft hoe hij samen met zijn oom getuige was van de uitbarsting van de Vesuvius, een van de grootste natuurrampen uit de Romeinse geschiedenis. 

Plinius schrijft de brief aan de geschiedschrijver, Tacitus, die meer informatie vroeg over de dood van zijn oom Plinius Maior, de schrijver van de Naturalis Historia, een geleerd en omvangrijk werk over de natuur. Ten tijde van de uitbarsting in 79 was hij commandant van de vloot te Misenum. Tacitus vraagt om deze informatie in verband met zijn geschiedwerk de Historiae, waarin hij de periode 69-96 behandelt. Helaas is onder andere het deel waarin hij deze uitbarsting beschreef verloren gegaan.

Vertalen - In Misenum

Nubes, nubis, vr. = wolk

Incertum <erat>, procul = van ver; intueri, -eor = bekijken

Postea = later, cognoscere, -o = vernemen

Oriri, -ior = oprijzen

Similitudo, similitudinis, vr. = gelijkenis

Pinus, -i, m. = pijnboom

Exprimere, -o = uitdrukken

Hier: expresserit = zou kunnen uitdrukken


Nubes

incertum (erat) procul intuentibus

ex quo monte

(Vesuvium fuisse postea cognitum est) –

oriebatur,

cuius similitudinem et formam

non alia magis arbor

quam pinus expresserit.

Op wat zoomt Plinius hier in?

A

Nubes

B

Vesuvium

C

Monte

D

Arbor

Hoe maakt Plinius duidelijk dat de focus op de wolk ligt?

A

Er is een inversie.

B

Er is een alliteratie.

C

Het is het eerste woord van de zin.

D

Het is het laatste woord van de zin.

Welk soort bijzin is: Vesuvium fuisse postea cognitum est?

A

Een bijwoordelijke bijzin

B

Een betrekkelijke bijzin

C

Een mededelende voorwerpszin

D

Een mededelende onderwerpszin

Welk soort bijzin is: cuius similitudinem et formam (...) expresserit.

A

Een bijwoordelijke bijzin

B

Een betrekkelijke bijzin

C

Een mededelende voorwerpszin

D

Een mededelende onderwerpszin

Het volgende stukje tekst vertalen jullie zelfstandig. Welke hulpmiddelen kan je hiervoor gebruiken?

Lectuur - Epistula VI, 16.

Analyseer het volgende deel van de tekst in deze bookwidget.

In het volgende fragment gaat Plinius naar Stabiae.

Waar ligt Stabiae op deze kaart?

A

Vak nummer 1

B

Vak nummer 2

C

Vak nummer 3

D

Vak nummer 4

Vertalen - De tocht naar Stabiae

Iubet liburnicam aptari;


mihi si venire una vellem,


facit copiam;


respondi studere me malle,


et forte ipse, quod scriberem,

dederat.

Libernica, -ae, vr. = snelle galei (soort schip); aptare, -o = in gereedheid brengen; si = voor het geval dat; una <secum> = samen met hem; facere copiam, -io = de gelegenheid geven aan + dat.

Forte = toevallig; quod scriberem = iets om over te schrijven

Wie doet wat?

Plinius Minor

Plinius Maior

Wil liever studeren

Beveelt een schip klaar te maken

Vraagt om mee te komen

Sleepvraag

Indicatief

Infinitief

Conjunctief

Iubet

Aptari

Venire

Vellem

Facit

Respondi

Studere

Malle

Scriberem

Dederat

Vertalen - De tocht naar Stabiae

Egrediebatur domo;

accipit codicillos Rectinae Tasci imminenti periculo exterritae

(nam villa eius subiacebat,

nec ulla nisi navibus fuga):

ut se tanto discrimini eriperet,

orabat.


Egredi, -ior = weggaan

Codicillus, -i, m. = briefje; Rectina, -ae, vr. = Rectina; Tascus, -i, m. = Tasci

Rectina is dus de dochter of vrouw van Tascus, allicht een kennis van Plinius

Imminens, ~, ~, imminentis = dreigend; exterritus, -a, -um = bang

Subiacebat (Vesuvio); subiacere, -eo = aan de voet liggen van + abl.

Ullus, -a, -um = enige

Discrimini eripere, -io = redden uit het gevaar


Welke woorden omschrijven hoe Rectina zich voelt?

A

Accipit codicillos.

B

Imminenti periculo exterritae

C

Ulla nisi navibus fuga

D

Ut se tanto discrimini eriperet

Waar woont Rectina?

A

Onderaan de Vesuvius

B

Aan de kust

C

In Misenum (dezelfde stad als Plinius)

D

In Rome, ver weg van het gevaar

Vertalen - De tocht naar Stabiae

Vertit ille consilium

et,

quod studioso animo incohaverat,

obit maximo.


Deducit quadriremes,

ascendit ipse non Rectinae modo,

sed multis

(erat enim frequens amoenitas orae)

laturus auxilium.

Studiosus animus = leergierigheid; incohare, -o = beginnen;

Obire, -eo = ondernemen; maximus <animus> = edelmoedigheid

Quadridremis = vierriemer (groot oorlogsschip); Ascendere, -o = aan boord gaan; Frequens, ~, ~, frequentis = drukbezocht; amoenitas, amoenitatis, vr. = pracht; ora, -ae, vr. = kust;


Wat is correct over het woord 'laturus'?

A

De vorm komt van ferre.

B

Het is een participium futurum.

C

Het is een conjunctief.

D

Het is een infinitief perfectum.

Plaats de gebeurtenissen in de juiste volgorde. De gebeurtenis die eerst plaatsvindt, zet je bovenaan.

1

Plinius Maior wil Rectina (en anderen) gaan helpen.

2

Plinius Maior laat een ander soort schip klaarmaken.

3

Plinius Maior verandert van plan

Vertalen - De tocht naar Stabiae

Illuc = daarheen

Unde = vanwaar

Rectus, -a, -um = recht; gubernacula, -orum, onz. (mv.) = roer

Adeo = zozeer, solvere, -o = losmaken

Malum, -i, onz. = ongeluk; motus, -us, m. = beweging; figura, -ae, vr. = vorm; deprehendere, -o = waarnemen; dictare, -o = dicteren; enotare, -o = laten opschrijven


Properat illuc,

unde alii fugiunt,

rectumque cursum,

recta gubernacula

in periculum tenet adeo solutus metu,

ut omnes illius mali motus,

omnes figuras,

ut deprenderat oculis,

dictaret enotaretque.

Sleep de Latijnse woorden naar de juiste zone.

Traductio

Chiasme

Alliteratie

Anafoor

Properat illuc, unde alii

Rectum recta

Omnes omnes

Mali motus

Deprenderat, dictaret, enotaretque

Vertalen - de tocht naar Stabiae

Iam navibus cinis incidebat,

quo propius accederent,

calidior et densior;

iam pumices etiam nigrique et ambusti et fracti igne lapides;

iam vadum subitum ruinaque montis litora obstantia <erant>.


Cinis, cineris, m. / vr. = as; incidere, -o = vallen op; quo

+ comparativus = hoe … des te …

Calidus, -a, -um = warm; densus, -a, -um = dicht;

Pumex, pumicis, vr. = puimsteen; niger, nigra, nigrum = zwart; ambustus, -a, -um = zwartgeblakerd;

Vadum, -i, onz. = ondiepte; ruina, -ae, vr. = instorting; obstans, ~, ~, obstantis = moeilijk bereikbaar


Wat komt er terecht in de schepen?

A

Navibus

B

Cinis

C

Propius

D

Calidior et densior

Waarom kan Plinius Maior niet verder varen?

A

pumices etiam nigrique et ambusti

B

fracti igne lapides;

C

iam vadum subitum ruinaque montis litora obstantia <erant>.

D

Alle antwoorden zijn correct.

Vertalen - de tocht naar Stabiae

Cunctari, -or = aarzelen; paulum = een beetje

An = of; retro = terug

Mox = weldra = gubernator, gubernatoris, m. = stuurman;

Pomponianus = een vriend van Plinius Maior


Cunctatus paulum,

an retro flecteret,

mox gubernatori,

ut ita faceret

monenti,

‘Fortes’, inquit, ‘fortuna iuvat: Pomponianum pete.’


Alles duidelijk?

Goed genoteerd?

Alles begrepen?

We spelen een kahoot om het te testen!

Lectuur - Epistula VI, 16.

Analyseer het volgende deel van de tekst in deze bookwidget.

Vertalen - een lange nacht

Interim e Vesuvio monte

pluribus locis

latissimae flammae altaque incendia

relucebant,

quorum fulgor et claritas tenebris noctis excitabatur.

Ille agrestium trepidatione

ignes relictos desertasque villas

per solitudinem ardere

in remedium formidinis dictitabat.

Relucere, -eo = oplichten

Fulgor et claritas = felle gloed; tenebra, -ae, vr. = duisternis; excitare, -o = versterken;

Agrestis, -is, m. = boer; trepidatio, trepidationis, vr. = verwarring; villa, -ae, vr. = villa; per solitudinem = in het verlaten gebied; formido, formidinis, vr. = angst;


Vertalen - een lange nacht

Tum se quieti dedit

et quievit verissimo quidem somno.

Nam meatus animae,

qui illi propter amplitudinem corporis gravior et sonantior erat,

ab iis, qui limini obversabantur,

audiebatur.

Se quieti dare = zich ter rust begeven; quiescere, -o = uitrusten;

Meatus animatae = ademhaling;

Amplitudo corporis = zwaarlijvigheid; sonans, ~, ~, sonantis = luidruchtig

Limen, liminis, onz. = drempel

Vertalen - Een lange nacht

Maar de ruimte die toegang gaf tot het vertrek raakte vol met een mengsel van as en puimsteen. Er lag al een dikke laag en als ze er nog langer bleven zouden ze er niet meer uit kunnen. Mijn oom werd dus gewekt en kwam naar buiten. Hij voegde zich bij Pomponianus en de anderen, die wakker waren gebleven. Gezamenlijk overleg. Moeten ze binnenshuis blijven of juist de openlucht opzoeken? Want door de talrijke, heftige bevingen stond het hele huis te trillen. Muren en daken leken losgeraakt, het was alsof ze heen en weer zweefden. Maar buiten was er weer het risico van vallende puimstenen, al waren die dan licht en poreus. Men woog de gevaren tegen elkaar af en koos voor het laatste. Voor mijn oom was het een van beide argumenten die de doorslag gaf, voor de rest een van beide schrikbeelden.

Vertalen - op het strand

Cervicalia capitibus imposita linteis constringunt;

id munimentum adversus incidentia fuit.

Iam dies alibi,

illic nox omnibus noctibus nigrior densiorque;

quam tamen faces multae variaque lumina solvebant.


Cervical, cervicalis, onz. = hoofdkussen; linteum, -i, onz. = linnen doek; constringere, -o = vastbinden; munimentum, -i, onz. = bescherming; adversus = tegen; incidentia = dingen die vallen

Alibi = elders; illic = daar; niger, nigra, nigrum = zwart; densus, -a, -um = dicht; fax, facis, vr. = fakkel; solvere, -o = verdrijven;

Sleepvraag

Illic nox

ampli-tudinem corporis

quievit verissimo quidem somno

faces multae variaque lumina

latissimae flammae altaque incendia

desertas-que villas

Vertalen - op het strand

Placuit egredi in litus,

et ex proximo adspicere,

ecquid iam mare admitteret;

quod adhuc vastum et adversum permanebat.

Ibi super abiectum linteum recubans semel

atque iterum frigidam aquam poposcit hausitque.


Placere (eis) = Ze beslisten

Ex proximo = van dichtbij

Ecquid = of iets; admittere, -o = toelaten;

Vastus, -a, -um = woest; adversus, -a,-um = gevaarlijk; permanere, -eo = blijven;

Vertalen - op het strand

Ibi super abiectum linteum recubans semel

atque iterum frigidam aquam poposcit hausitque.

Deinde flammae, flammarumque praenuntius, odor sulpuris,

alios in fugam vertunt,

excitant illum.


Abicere, -io = afwerpen; linteum, -i, onz. = linnen doek; recubare, -o = op de rug liggen; semel atque iterum = keer op keer; frigidam <aquam>; praenuntius, -i, onz. = voorbode; odor, odoris, m. = geur; sulpur, sulpuris, m. = zwavel;

In fugam vertere, -o = op de vlucht jagen; excitare, -o = wakker maken / wekken


Alles duidelijk?

Goed genoteerd?

Alles begrepen?

We spelen een kahoot om het te testen!

Vertalen - op het strand

Innitens servolis duobus

adsurrexit

et statim concidit,

ut ego colligo,

crassiore caligine spiritu obstructo,

clausoque stomacho,

qui illi natura invalidus et angustus et frequenter aestuans erat.

Inniti, -or = steunen op + abl.

Adsurgere, -o = opstaan

Concidere, -o = in elkaar zakken

Colligere, -o = vermoeden

Crassus, -a, -um = dik; caligo, coliginis, vr. = rook; obstruere, -o = blokkeren; stomachus, -i, onz. = luchtpijp; invalidus, -a, -um = ongezond; angustus, -a, -um = smal; aestuans, ~, ~, aestuantis = ontstoken;


Welke wijs van het werkwoord is 'innitens'?

A

Indicatief

B

Infinitief

C

Conjunctief

D

Participium

Welk soort bijzin is: 'ut ego colligo'?

A

Mededelende voorwerpszin

B

Volitieve voorwerpszin

C

Bijwoordelijke bijzin van vergelijking

D

Bijwoordelijke bijzin van doel

Welke constructie is: 'crassiore caligine spiritu obstructo,

clausoque stomacho'?

A

Losse ablatief

B

Infinitiefzin

C


D


Welke constructie is: 'qui illi natura invalidus et angustus et frequenter aestuans erat'?

A

Betrekkelijke bijzin

B

Bijwoordelijke bijzin

C

Mededelende voorwerpszin

D

Volitieve voorwerpszin

Vertalen - op het strand

Ubi dies redditus

(is ab eo, quem novissime viderat, tertius <erat>),

corpus inventum integrum, inlaesum opertumque,

ut fuerat indutus:

habitus corporis quiescenti quam defuncto similior.

Ab eo = vanaf die <dag>

Invenire, -io = vinden; integer, integra, integrum = ongeschonden; inlaesus, -a, -um = onaangeroerd; opertus, -a, -um = gekleed;

Fuerat = erat; indutus, -a, -um = aangekleed;

Habitus, -us, m. = houding; defunctus, -i, m. = overledene

Welke stijlfiguur is: 'corpus inventum integrum, inlaesum opertumque'?

A

anafoor

B

traductio

C

tricolon

D

alliteratie

Welke functie is: 'quiescenti'?

A

MV

B

Voorwerpsdatief

C

Bezitsdatief

D

BWB

Het einde van de brief

Intussen hadden mijn moeder en ik in Misenum – maar ach, dat is niet van belang voor de geschiedenis, en jij wilde ook alleen iets weten over het einde van mijn oom. Ik zal dus afronden. Eén ding nog: wat in deze brief staat heb ik allemaal zelf meegemaakt, ofwel direct na afloop (als berichten nog het meest naar waarheid zijn) van anderen gehoord. Jij moet er het belangrijkste maar uithalen. Een brief schrijven is iets anders dan historiografie. En schrijven aan een vriend iets anders dan voor iedereen.


Hartelijke groeten,

Plinius