Quiz H1

Welke stelling klopt over psychologie en sociologie?
A
sociologie bestudeert de psyche en het gedrag in groep
B
psychologie bestudeert het gedrag in groep en de psyche
C
sociologie bestudeert het gedrag in groep en niet individueel
D
psychologie bestudeer mentale processen en gedrag in groep
1 / 32
volgende
Slide 1: Quizvraag
Sociale wetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Welke stelling klopt over psychologie en sociologie?
A
sociologie bestudeert de psyche en het gedrag in groep
B
psychologie bestudeert het gedrag in groep en de psyche
C
sociologie bestudeert het gedrag in groep en niet individueel
D
psychologie bestudeer mentale processen en gedrag in groep

Slide 1 - Quizvraag

docenten psychologie
toegepaste psychologen
experimenteel psychologen
lesgeven en onderzoek
sportpsycholoog
wetenschappelijke studie
coaching en training geven
klinisch psycholoog
forensisch psycholoog

Slide 2 - Sleepvraag

Een reflex is...
A
onveranderlijk en bewust
B
onveranderlijk en buiten de vrije wil om
C
veranderlijk en buiten de wil om
D
onveranderlijk en snel

Slide 3 - Quizvraag

Iemand die helpt mensen zich aan te passen op sociaal en emotioneel gebied aan de hand van therapie is...
A
een forensisch psycholoog
B
een arbeidspsycholoog
C
een docent
D
een klinisch psycholoog

Slide 4 - Quizvraag

Deze psycholoog ondersteunt slachtoffers bij Slachtofferhulp, maar kan evengoed met gedetineerden werken.
A
experimenteel psycholoog
B
sportpsycholoog
C
forensisch psycholoog
D
schoolpsycholoog

Slide 5 - Quizvraag

biologische factoren
geestelijke factoren
vroege ervaringen
hechtingstheorie Bowbly
cognitieve processen
hormonen
medicatie/chemische stoffen
onderzoek naar stress bij zwangere vrouwen
Oedipuscomplex (Freud)
algemene gezondheid
komen tot probleemoplossend gedrag

Slide 6 - Sleepvraag

De interne processen die ons gedrag beïnvloeden, zijn:
A
biologische, maatschappelijke en cognitieve processen
B
biologische en cognitieve processen en ervaringen
C
biologische en cognitieve en maatschappelijke processen
D
biologische, sociale en cognitieve processen

Slide 7 - Quizvraag

De algemene gezondheid is een interne factor die ons gedrag kan beïnvloeden.
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

De hersenen...
A
sturen ons gedrag aan
B
sturen onze emoties niet aan
C
verwerken onze ervaringen
D
reguleren onze lichaamsfuncties

Slide 9 - Quizvraag

Ons hormonaal stelsel kan instaan voor:
A
stressuitingen
B
seizoensdepressie
C
geslachtsgemeenschap
D
depressie

Slide 10 - Quizvraag

Waar of niet waar?
Ons gedrag wordt bepaald door erfelijkheid.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Waar of niet waar?
Ons gedrag wordt bepaald door omgeving.
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Kennis verwerven, informatie verwerken, problemen oplossen, waarnemen... zijn voorbeelden van
A
sociale processen
B
emotionele processen
C
psychische processen
D
cognitieve processen

Slide 13 - Quizvraag

Leren is een relatief permanente verandering als gevolg van...
A
een eenmalige situatie
B
ervaring
C
stress

Slide 14 - Quizvraag

Welke gedragsdeterminant is het?
Als we als kind gebeten zijn door een hond, zullen we mogelijks ons leven lang honden vermijden.
A
geheugen
B
vroeg ervaringen
C
socialisatie
D
stress

Slide 15 - Quizvraag

Welke gedragsdeterminant is het?
Moslims bidden 5x/dag richting Mekka.
A
sociale factor
B
maatschappelijke factor
C
geografische factor
D
culturele factor

Slide 16 - Quizvraag

Welke gedragsdeterminant is het?
Het huwelijk wordt bepaald door een wettelijk aspect maar ook door informele afspraken.
A
sociale factor
B
maatschappelijke factor
C
geografische factor
D
culturele factor

Slide 17 - Quizvraag

Een formele of informele regel die individueel gedrag en de interactie tussen individuen binnen een groep inperkt is een...
A
socialisatie
B
cognitief proces
C
institutie
D
cultureel proces

Slide 18 - Quizvraag

Welke gedragsdeterminant is het?
Het blijft langer licht bij ons, mensen zijn veel socialer...
A
sociale factor
B
maatschappelijke factor
C
geografische factor
D
culturele factor

Slide 19 - Quizvraag

Loyaliteit, eerlijkheid, respect, vriendschap... zijn voorbeelden van...
A
normen
B
waarden
C
instituties
D
regels

Slide 20 - Quizvraag

De concrete vertaling van waarden gebeurt in...
A
normen
B
regels
C
instituties

Slide 21 - Quizvraag

De neiging om gedragingen van anderen over te nemen om erbij te horen, noemen we...
A
socialisatie
B
identificatie
C
conformisme
D
dwang

Slide 22 - Quizvraag

Volgende psycholoog staat bekend voor zijn sociale vergelijkingstheorie...
A
Asch
B
Festinger
C
Felitti
D
Freud

Slide 23 - Quizvraag

Volgende psycholoog staat bekend voor zijn sociale vergelijkingstheorie...
A
Asch
B
Festinger
C
Felitti
D
Freud

Slide 24 - Quizvraag

Conspicuous consumption is koopgedrag waarmee we...
A
proberen rond te komen.
B
de financiële lasten van anderen op ons nemen.
C
willen imponeren.
D
geld weggeven.

Slide 25 - Quizvraag

Welke zijn kenmerken van systeemdenken?
A
lineair denken
B
circulaire beïnvloeding
C
loop
D
oorzaak-gevolg

Slide 26 - Quizvraag

Kijken vanuit een bepaalde gedragsdeterminant, met een eigen focus/visie/bril, noemen we ook wel...
A
referentiekader
B
systeem
C
focus
D
onderzoek

Slide 27 - Quizvraag

Welk referentiekader/perspectief is het?
Door zijn ongeval, kan Wim niet meer zo goed nadenken?
A
behavioristisch
B
biologisch
C
the whole person
D
ontwikkelings

Slide 28 - Quizvraag

Welk referentiekader/perspectief is het?
Lisa heeft nieuwe vrienden gemaakt. Sindsdien vertelt ze niet meer alles tegen haar moeder en is ze gesloten.
A
behavioristisch
B
biologisch
C
the whole person
D
socio-cultureel

Slide 29 - Quizvraag

Welk referentiekader/perspectief is het?
Rashid is een echte puber. Hij is zoekende naar zichzelf en heeft last van de hormonale ontwikkelingen.
A
ontwikkelings
B
biologisch
C
the whole person
D
socio-cultureel

Slide 30 - Quizvraag

Welk referentiekader/perspectief is het?
In een bepaalde fase is het normaal dat een kind zich vragen stelt over het eigen geslacht.
A
ontwikkelings
B
biologisch
C
the whole person
D
socio-cultureel

Slide 31 - Quizvraag

Welk referentiekader/perspectief is het?
Pip heeft oma's lamp opnieuw stukgemaakt. Pip verwacht een stevige straf te krijgen.
A
ontwikkelings
B
cognitief
C
the whole person
D
socio-cultureel

Slide 32 - Quizvraag