Verbale en non-verbale communicatie

COMMUNICATIE

1 / 61
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappij & WelzijnSecundair onderwijsBuitengewoon secundair onderwijsA-stroomOpleidingsvorm 4Leerjaar 2

In deze les zitten 61 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 281 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

COMMUNICATIE

Deze slide heeft geen instructies

Waaraan denk jij bij het woord COMMUNICATIE?

Deze slide heeft geen instructies

ONDERWIJSLEERGESPREK:

- Wat is 'communicatie' nu?

- Wat betekent ... ?

'de zender'

'de ontvanger'

'de boodschap'

'medium'

'ruis'

- Hoe wordt ruis veroorzaakt?

- Welke invloed kan ruis hebben op je leven?

Communiceren

= het overbrengen van informatie, gedachten of gevoelens van een zender naar een ontvanger.


=> Dit kan verbaal of non-verbaal

Deze slide heeft geen instructies

Communiceren > BEGRIPPEN

  • Zender: degene die de boodschap vertelt of stuurt.

  • Boodschap: wat je wilt vertellen of laten weten.

  • Ontvanger: degene naar wie de boodschap geluisterd of gelezen wordt.

  • Medium: de manier waarop het wordt gestuurd (zoals de lucht bij praten, of het internet bij een appje)

  • Ruis: de boodschap van de zender komt niet goed aan bij de ontvanger. Er gaat iets mis tijdens het overbrengen, zoals door luid lawaai, moeilijke woorden of doordat iemand niet goed oplet.

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta jij onder verbale communicatie? Voorbeelden?

Hoe kun je op verschillende manieren communiceren met woorden?

VERBALE COMMUNICATIE:

  • woorden

  • boeken/teksten

  • gesprekken

  • (spraak)berichten

  • presentatie/speech

  • uitleggen

  • vragen stellen

  • ...

 

Deze slide heeft geen instructies

VERBALE COMMUNICATIE

Wie is de zender?



Vanmorgen vroeg Tina aan haar moeder of ze haar lievelingseten nog eens wil klaarmaken. Natuurlijk wil zij dat doen voor haar allerliefste dochter. ’s Avonds tijdens het eten merkt Tina echter dat het anders smaakt dan normaal en ze vraagt haar moeder of ze het recept heeft veranderd.

A

Moeder van Tina

B

Tina

C

Vader van Tina

Deze slide heeft geen instructies

VERBALE COMMUNICATIE

Wie is de ontvanger?



Vanmorgen vroeg Tina aan haar moeder of ze haar lievelingseten nog eens wil klaarmaken. Natuurlijk wil zij dat doen voor haar allerliefste dochter. ’s Avonds tijdens het eten merkt Tina echter dat het anders smaakt dan normaal en ze vraagt haar moeder of ze het recept heeft veranderd.

A

Moeder van Tina

B

Tina

C

Vader van Tina

Deze slide heeft geen instructies

VERBALE COMMUNICATIE

Wat is het medium?



Vanmorgen vroeg Tina aan haar moeder of ze haar lievelingseten nog eens wil klaarmaken. Natuurlijk wil zij dat doen voor haar allerliefste dochter. ’s Avonds tijdens het eten merkt Tina echter dat het anders smaakt dan normaal en ze vraagt haar moeder of ze het recept heeft veranderd.

A

WhatsApp-berichtje

B

Telefoongesprek

C

Mondeling gesprek

D

Gelaatsuitdrukking

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke RUIS kan er zijn bij deze communicatie?

Deze slide heeft geen instructies

4 scènes > wat veroorzaakt de ruis op de communicatie?

1. dialect

2. andere moedertaal

3. belangrijke informatie vergeten vermelden of vaktaal

4. niet goed opgelet / omgevingslawaai

Wat versta jij onder

non-verbale communicatie? Voorbeelden?

Deze slide heeft geen instructies

NON-VERBALE COMMUNICATIE:

  • lichaamstaal (= gebaren, gezichtsuitdrukkingen en mimiek, lichaamshouding, oogcontact)

  • aanrakingen

  • uiterlijk en kleding

  • fysieke afstand



  • stemgebruik en intonatie (= PARVERBAAL) 

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort communicatie is lichaamstaal?

A

Verbale communicatie

B

Non-verbale communicatie

C

Paraverbale communicatie

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort allemaal bij lichaamstaal?


gezichtsuitdrukkingen

lichaamshouding

gebaren

uiterlijk

gesproken taal

intonatie

armbewegingen

oogcontact

e-mails

chatten

kleding

speechen

stemgebruik

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar?


"Jouw gezicht is het meest gespierde deel van je lichaam."


A

Waar

B

Niet waar

57 spieren waarvan 28 voor het uiten van emoties > 10 000 verschillende gezichtsuitdrukkingen maken

Wat zijn de 6 basisemoties?

- blij

- boos

- verbaasd

- walging

- verdrietig

- bang

Waar of niet waar?


"Lichaamstaal is overal en in elke cultuur hetzelfde."


A

Waar

B

Niet waar

Voorbeeld:

Ja knikken is bij ons ‘ja’ maar in India of Turkije betekent het ‘neen’.

Waarom kunnen er problemen in de communicatie ontstaan bij berichten via social media (bv. WhatsApp-berichtje)?

Deze slide heeft geen instructies

Hoe hebben we dat "opgelost"?

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar?


"Onze hersenen kunnen taal minder goed verwerken wanneer we elkaar zien tijdens het praten."


A

Waar

B

Niet waar

Deze slide heeft geen instructies

OVUR: Basisemoties

Download het bundeltje op Smartschool

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Welke basisemotie?

A

Walging

B

Boosheid

C

Verdriet

D

Angst

Deze slide heeft geen instructies

Welke basisemotie?

A

Verbazing

B

Angst

C

Walging

D

Blijdschap

Deze slide heeft geen instructies

Welke basisemotie?

A

Verbazing

B

Angst

C

Walging

D

Verdriet

Deze slide heeft geen instructies

Welke basisemotie?

A

Verbazing

B

Angst

C

Walging

D

Boosheid

Deze slide heeft geen instructies

Welke basisemotie?

A

Verdriet

B

Verbazing

C

Walging

D

Boosheid

Deze slide heeft geen instructies

Welke basisemotie?

A

Boosheid

B

Angst

C

Walging

D

Verdriet

Deze slide heeft geen instructies

6 basisemoties

  • angst

  • boosheid

  • walging (afkeer)

  • verbazing

  • blijdschap

  • verdriet

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het belangrijk om emoties bij anderen te herkennen?

Dan weet je hoe anderen zich voelen & kan je daarop (gepast) reageren.

Waarom is het belangrijk dat je emoties kan tonen?

Dan kunnen anderen zien wat er met je scheelt en kunnen ze jou eventueel helpen of steunen.

VOOR HET KIJKEN:

Welke vormen van non-verbale communicatie zie je in het filmpje?


NA HET KIJKEN:

Welke begrippen kwamen aan bod?

Wat betekenen die begrippen?

Voorbeelden?

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap?

Deze slide heeft geen instructies

Hoe goed kun jij lichaamstaal lezen?


Iemand die zijn nek aanraakt tijdens een gesprek voelt zich ...

A

opgewonden

B

ongemakkelijk

C

onbevreesd

D

ongerust

Deze slide heeft geen instructies

Hoe goed kun jij lichaamstaal lezen?


Iemand die met gesloten lippen lacht en ondeugend kijkt, ...

A

heeft een geheim

B

is zeer verlegen

C

wil je voor de gek houden

D

is zeer tevreden

Deze slide heeft geen instructies

Hoe goed kun jij lichaamstaal lezen?


Mensen die zeer snel hun handpalmen over elkaar wrijven ...

A

hebben het koud

B

hebben slechte intenties

C

zijn nerveus

D

hebben positieve verwachtingen

Deze slide heeft geen instructies

Hoe goed kun jij lichaamstaal lezen?


Iemand die wiebelt met zijn voeten,

is ...

A

boos

B

nerveus

C

blij

D

geniepig

Deze slide heeft geen instructies

Hoe goed kun jij lichaamstaal lezen?


Wie dezelfde houding aanneemt als zijn gesprekspartner, ...

A

komt stijfjes over

B

weet zichzelf geen goede houding te geven

C

toont interesse

D

wil opscheppen

Deze slide heeft geen instructies

Een vriend(in) in nood wil met je praten. Wat zou jij doen in deze situatie? Bespreek klassikaal. Meerdere zaken mogelijk!

Ik frons mijn voorhoofd.

Ik leun naar voren.

Ik glimlach.

Ik stel heel veel vragen.

Ik laat mijn schouders hangen.

Ik omhels mijn vriendin.

Ik kijk naar de grond.

Ik luister aandachtig.

Deze slide heeft geen instructies

Het belang van lichaamstaal



TO DO:

Artikel eerst individueel lezen:

  • moeilijke woorden aanduiden

  • betekenis opzoeken in online woordenboek

Daarna artikel klassikaal overlopen en samengevat vertellen

Artikel lezen:

- moeilijke woorden aanduiden

- betekenis opzoeken in online woordenboek (vandale.be)

- klassikaal overlopen + tekst samenvatten

Vul aan:

Non-verbale communicatie speelt een doorslaggevende rol in onze communicatie.

Een eerste indruk wordt al gevormd in 10 seconden.

  • 55% van je communicatie gebeurt via lichaamstaal.

  • 38% wordt bepaald door je stem.

  • Slechts 7% van je communicatie is gebaseerd op woorden.

Besluit: Communiceren gebeurt vooral via non-verbale communicatie!

Non-verbale communicatie
10 seconden
lichaamstaal
stem
woorden
non-verbale communicatie

Deze slide heeft geen instructies

Welke tips om je (non-verbale) communicatie te verbeteren kan je uit de tekst halen?

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is goede communicatie zo belangrijk?

Deze slide heeft geen instructies

Ken je zelf nog tips (die niet in de tekst staan) om je communicatie te verbeteren?

Deze slide heeft geen instructies

Maakt het dan echt zoveel uit?

  • 55% = lichaamstaal

  • 38% = stemgebruik/intonatie

  • 7% = verbale communicatie


Wat stel je vast?

  • Communiceren gebeurt vooral via non-verbale communicatie! 

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten om je eerste indruk / communicatie te verbeteren

  • Goede lichaamshouding: sta/zit rechtop, open houding, geen ingezakte schouders, rustige ademhaling

  • Actief luisteren: regelmatig knikken of vragen stellen, af en toe oogcontact maken, glimlachen

  • Bewust stemgebruik: goede articulatie, juist stemvolume en met intonatie

  • Geen ongepaste kledij of verkeerde accessoires

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is goede communicatie zo belangrijk?


  • Lichaamstaal en stemgebruik ondersteunen je uitstraling en zelfvertrouwen.

  • Goede communicatie is belangrijk om overtuigend over te komen en om een correcte boodschap over te brengen.

Deze slide heeft geen instructies

Welke tips onthoud je voor jezelf om

een goede (eerste) indruk te maken?

Noteer er minstens twee.

Deze slide heeft geen instructies

Welke non-verbale boodschap geeft mr. Bean:

1. wanneer hij net aan tafel zit? (0:20)

2. wanneer hij het menu krijgt? (0:40)

3. wanneer hij de gamba vastneemt? (1:20)

4. wanneer hij de oester eet? (1:52)

5. wanneer de ober kijkt? (2:13)


Welke non-verbale boodschap geeft de ober daarna? (2:18)



OVUR: Lichaamstaal

Download het bundeltje op Smartschool

Deze slide heeft geen instructies