V6 clases 10 y 11 periodo 1

1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Startopdracht
Corrige los deberes: Examenbundel pregunta 50 a 58 en parejas (zie studiewijzer periode 1)

Lee con atención la explicación de cada tarea. 
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

¡A trabajar!
Examenbundel blz. 22
preguntas 18 a 24

Niet af? Termina las preguntas en casa...


timer
21:00

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

¡Hasta la próxima clase! :-)

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Programa y objetivos
1) Corregir los deberes
2) Practicar para la prueba de vocabulario del próximo lunes:
- alles tot nu toe + functies van een alinea 
Dit zijn alle woordjes die je moet kennen voor SE1

Slide 22 - Tekstslide

Deberes
Nabespreken
Examenbundel blz. 22
preguntas 18 a 24


Slide 23 - Tekstslide

La gran batalla de vocabulario 
Trabajamos en grupos de 4 estudiantes

Slide 24 - Tekstslide

Parte 1: en silencio
Verdeel binnen je team de leerstof.
Persoon 1: belangrijke werkwoorden + uitdrukkingen met werkwoorden
Persoon 2: signaalwoorden
Persoon 3: positieve/negatieve woorden + absolute woorden + toon
Persoon 4: functies van een alinea
Je wordt straks de expert van jouw onderdeel.
Belangrijk: jullie mogen tijdens de quiz overleggen, dus jouw team rekent op jou. 
¡A estudiar!
timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

¿Qué significa perjudicial?
timer
0:15

Slide 26 - Open vraag

¿Cuál NO pertenece al grupo?
A
optimista
B
indignado
C
sarcástico
D
animar

Slide 27 - Quizvraag

Waarom animar?
de andere drie beschrijven een toon! 

Slide 28 - Tekstslide

COMPLETA:
Los alumnos se dieron cuenta que habían cometido un error.

Schrijf de hele uitdrukking op

Slide 29 - Open vraag

¿qué significa darse cuenta de?

Slide 30 - Open vraag

Sin embargo betekent
A
bovendien
B
daarom
C
echter/desalniettemin
D
bijvoorbeeld

Slide 31 - Quizvraag

Noem TWEE Spaanse signaalwoorden/uitdrukkingen waarmee je een tegenstelling kunt aangeven.

Slide 32 - Open vraag

Een schrijver beschrijft een situatie als oneerlijk en laat duidelijk merken dat hij daar boos en verontwaardigd over is.
Welke toon past het best?
A
resignado
B
indignado
C
divertido
D
optimista

Slide 33 - Quizvraag

Een auteur schrijft:
“¡Qué fantástica idea!”

Maar uit de rest van de tekst blijkt dat hij het idee juist belachelijk slecht vindt.
Welke TWEE woorden uit jullie toonlijst passen hierbij?

Slide 34 - Open vraag

Irónico y sarcástico 

Slide 35 - Tekstslide

De schrijver lijkt te denken:
“Tja… er is weinig meer aan te doen. Ik accepteer het maar.”
Welke toon past hier het beste bij?
A
indignado
B
alarmado
C
sorpendido
D
resignado

Slide 36 - Quizvraag

In deze zin staat een uitdrukking vervoegd:
Los estudiantes tuvieron en cuenta las recomendaciones.

Schrijf de hele uitdrukking zoals je hem hebt geleerd.

Slide 37 - Open vraag

Een alinea zet de belangrijkste punten van het voorgaande nog eens kort op een rij: wat is dit?
A
demostrar
B
señalar
C
resumir
D
elaborar

Slide 38 - Quizvraag

El autor reconoce que la situación es difícil, pero sigue creyendo que en el futuro mejorará.”

Welke toon past het best?
A
resignado
B
optimista
C
avergonzado
D
sorprendido

Slide 39 - Quizvraag

“Muchos consideran esta medida una solución. Sin embargo, los datos demuestran exactamente lo contrario.”

Wat doet de schrijver vooral?
A
ejemplifica una idea
B
cuestiona una idea
C
resume el texto
D
precisa una fecha

Slide 40 - Quizvraag

La campaña consiguió que cada vez más jóvenes participaran en el proyecto.
Wat betekent consiguió hier?
A
kreeg voor elkaar
B
stelde voor
C
vermeed
D
probeerde

Slide 41 - Quizvraag

La nueva medida tuvo consecuencias negativas para muchas familias.
Welk werkwoord past het BEST?
A
beneficiar
B
fomentar
C
perjudicar
D
favorecer

Slide 42 - Quizvraag

El proyecto es barato. ________, es fácil de realizar.
A
además
B
aunque
C
sin embargo
D
por el contrario

Slide 43 - Quizvraag

¿Qué tono? De schrijver is geschokt en boos omdat hij een situatie totaal onacceptabel vindt.
A
indignado
B
divertido
C
resignado
D
avergonzado

Slide 44 - Quizvraag

Welke combinatie klopt NIET?
A
beneficioso / perjudicial
B
mejorar / empeorar
C
aumentar / reducir
D
estimular / beneficiar

Slide 45 - Quizvraag

De schrijver noemt een maatschappelijk probleem en stelt dit nadrukkelijk aan de kaak.

wat doet hij?
A
denunciar
B
ejemplificar
C
precisar
D
resumir

Slide 46 - Quizvraag

Deberes
Estudia para la prueba de vocabulario del lunes :-)

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide