Stemmingsstoornissen




Depressieve en bipolaire stemmingsstoornissen
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les




Depressieve en bipolaire stemmingsstoornissen

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een stemmingsstoornis?
  • Verzamelnaam voor psychische aandoeningen waarbij de gemoedstoestand van de zv ziekelijk verstoord is of niet past bij de situatie waarin die zich bevindt.
  • Er is sprake van een stemmingsstoornis als een van deze emoties (verdriet, droefheid, vreugde, enthousiasme) heviger, langduriger en vooral anders van karakter zijn 

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer spreken we van een stemmingsstoornis?


Wanneer sombere of vrolijke perioden heviger en langdurig optreedt dan normaal en vooral anders van karakter is

Vier stemmingsepisoden (episode = periode van verstoorde stemming)
  • Depressieve episode
  • Manische episode 
  • Hypomane episode 
  • Gemengde episode 

Slide 3 - Tekstslide

Verschillende stemmingsstoornissen
  • Depressieve stoornis
  • Bipolaire stoornis
  • Hypomane stemmingsstoornis
  • Dysthyme stoornis (een chronisch depressieve stemming)
  • Seizoensgebonden depressie
  • Postnatale depressie

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Gevolgen op sociaal gebied
  • Verlies van (dierbare) contacten
  • Verstoorde stukgelopen relaties
  • Vereenzaming

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een depressie
  • gedurende een langere periode een abnormale somberheid en/of een abnormale lusteloosheid
  • verlies van interesse of een onvermogen om ergens van te genieten

Slide 7 - Tekstslide

Oorzaken
  • Lichamelijke aandoeningen
  • Erfelijke factoren/bepaalde kwetsbaarheid
  • Voedingstekorten
  • Medicijnen
  • Belangrijke levensgebeurtenissen
          Ruzies
          Verhuizingen
          Ziektes
          Veranderende maatsch rol
          Verlies van dierbare
      

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Lichamelijk gebied
* Wees de startmotor
  • praat de cliënt uit bed
  • stimuleer hem zich te verzorgen en in beweging te komen
  • toon begrip voor het feit dat de cliënt het niet op kan brengen, maar ga hier niet in mee       
  • stel je rustig en geduldig maar wel vastberaden op
  • neem de ADL niet over als de cliënt dit zelf nog kan

Slide 10 - Tekstslide

vervolg
* Handhaven van dag/nacht ritme
* Voldoende goede voeding (vezelrijk)
* Begeleiden bij gebruik van medicijnen (observeren) 

Slide 11 - Tekstslide

Psychisch gebied
* Accepteren
* Veiligheid
* Vertrouwen /vertrouwensrelatie
* Angsten onderkennen gevoelens laten uitspreken; empathische houding
* Wees alert op tekenen van suïcidaliteit (ook medicatie-inname)
* Voorlichting geven aan zorgvrager/ mantelzorg
* Veelvuldige, korte contacten

Slide 12 - Tekstslide

Behandeling depressie
  • Medicijnen
  • Therapieën
  • Lichttherapie
  • Psychotherapie
  • Elektroconvulsietherapie
  • Slaapdeprivatie
  • Resocialisatieprogramma
  • Psycho educatie/ signaleringsplan

Slide 13 - Tekstslide

Bipolaire stoornis
  • De stemming beweegt zich tussen 2 externe tegenpolen
        > Manie
        > Depressie


  • 250.000 mensen hebben dit in Nederland
  • Hoge mate van comorbiditeit met angsstoornissen en middelenmisbuik
  • Eerste klacht tussen 16 en 26 jaar


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Kenmerken Manie
  • De persoon heeft opgeblazen gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën
  • Een afgenomen behoefte aan slaap
  • Spraakzamer dan gebruikelijk of heeft drang om te spreken.
  • Drukke, jagende gedachten
  • Gemakkelijker afgeleid dan gewoonlijk
  • De persoon onderneemt meer doelgerichte activiteiten (dit kan zowel sociaal, op het werk of op school, of seksueel zijn) of psychomotorische agitatie (lichamelijke rusteloosheid; iemand beweegt meer en onrustiger).
  • De persoon houdt zich overmatig bezig met aangename activiteiten waarbij een grote kans bestaat op pijnlijke gevolgen (bijvoorbeeld ongeremd koopwoede, seksuele indiscreties, of zakelijk onverstandige investeringen).
  • Duidelijke beperkingen op het gebied van werk, normale sociale activiteiten of relaties met anderen;
  • De manische periode maakt ziekenhuisopname noodzakelijk om schade voor zichzelf of anderen te voorkomen

Er kan sprake zijn van psychotische kenmerken

Slide 16 - Tekstslide

Verpleegkunde/ verzorgende zorg
bij (hypo-)manie
  • let op effecten van medicatie
  • let op vocht- en zout inname bij lithium (lithiumintoxicatie)
  • biedt een prikkelarme omgeving
  • neutrale en rustig sprekende toon
  • gebruik korte zinnen
  • wees duidelijk
  • herhaal
  • ga niet in discussie
  • behoed voor uitputting

Slide 17 - Tekstslide

Behandeling 
  •  Medicatie zoals: Lithium, Valproïnezuur, Carbamazepine
  • Psycho-educatie 
  • Counseling (korte begeleiding in het hier en nu)




Slide 18 - Tekstslide

Depressie is een
A
Angststoornis
B
Persoonlijkheidsstoornis
C
Stemmingsstoornis
D
Eetstoornis

Slide 19 - Quizvraag

Depressie kan veroorzaakt worden door:
A
Erfelijke aanleg en hormonen
B
Ingrijpende gebeurtenis in het leven
C
Sommige ziektes en medicijnen
D
Alle bovenstaande

Slide 20 - Quizvraag

Iemand die manisch is heeft (een)
A
angststoornis
B
schizofrenie
C
stemmingsstoornis
D
persoonlijkheidsstoornis

Slide 21 - Quizvraag

Bij Psycho-Educatie leer je omgaan met je eigen beperking door het aanleren van vaardigheden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Wat is een uiting van een depressie?
A
sombere stemming
B
toename van energie
C
euforie
D
ongeremde koopwoede

Slide 23 - Quizvraag

Depressie is een veel voorkomende complicatie bij Parkinson
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Schizofrenie is een stemmingsstoornis
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quizvraag

Waar moet je op letten als patiënten lithium slikken?
A
Of iemand genoeg drinkt.
B
Of iemand niet teveel afvalt.
C
Of iemand nog een goed stoelgang heeft.
D
Of iemand niet te veel aankomt.

Slide 26 - Quizvraag

Wat zijn symptomen van een depressie
A
Verminderde eetlust en neerslachtigheid
B
Concentratieproblemen
C
Verlies van interesse en plezier
D
Alle bovenstaande symptomen

Slide 27 - Quizvraag

Wat zijn de symptomen van een bipolaire- stemmingsstoornis? (Kunnen meerdere antwoorden goed zijn)
A
Het bestaat uit een manische periode en een depressieve periode
B
Vaak komt meteen na een manische periode een depressieve periode
C
Je bent continu slecht en hebt continu negatieve gedachtes
D
Een bipolaire stoornis begint vaak tussen het 15e en 30e levensjaar, maar kan ook op latere leeftijd beginnen

Slide 28 - Quizvraag

Een bipolaire stoornis begint vaak op een leeftijd tussen....
A
15-24 jaar
B
29-35 jaar
C
40-50 jaar
D
55-65 jaar

Slide 29 - Quizvraag

Een ander woord voor bipolaire stoornis is
A
depressie
B
manie
C
manisch depressieve stoornis
D
obsessief convulsieve stoornis

Slide 30 - Quizvraag

uitingen van een manie
A
afvlakking emoties
B
geen zin om uit bed te komen
C
Alles moet volgens een bepaalde volgorde
D
euforie

Slide 31 - Quizvraag