Hoofdstuk 3: Democratie (2)

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
  • Inloggen in LessonUp met de code
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Voorkennis activeren 
  • Leerdoel van de les 
  • Leesvaardigheid: Wat is belangrijk?
  • Aan de slag
  • Bewijs het 
  • # Exit ticket: woordenboek

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VOORKENNIS

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent democratie?
A
De koning bepaalt wat er gebeurt
B
Het volk heeft invloed op wat er gebeurt.
C
Alleen ministers mogen hun mening geven.
D
Iedereen mag zelf de wetten bepalen.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom heeft Nederland een volksvertegenwoordiging?
A
Omdat ministers geen wetten mogen maken.
B
Omdat de koning niet wil stemmen.
C
Omdat niet alle inwoners samen kunnen overleggen en beslissen.
D
Omdat er te weinig inwoners zijn.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het parlement bestaat uit de __________ Kamer en de __________ Kamer.

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel: jij vindt dat er in jouw buurt te weinig plekken zijn waar jongeren kunnen sporten.

Kun jij daar iets aan doen?
JA
NEE
IK WEET HET NIET

Slide 8 - Poll

Waarom denk je dat?
           Leerdoelen
Leesvaardigheid:
  • Ik kan informatie uit een tekst gebruiken om te bepalen of een uitspraak waar of niet waar is.

Inhoudelijk:
  • Ik kan uitleggen waarom goede informatie belangrijk is in een democratie.
  • Ik kan voorbeelden geven van hoe mensen invloed kunnen hebben.
  • Ik kan uitleggen waarom stemmen belangrijk is in een democratie.

Slide 9 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Inleiding
Vorige les leerden we hoe een democratie werkt.

Vandaag gaan we ontdekken wat democratie met JOU te maken heeft.

Hoe kun jij invloed hebben?
En waarom is jouw stem belangrijk?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

       Leesvaardigheid: Wat is belangrijk?
» Een tekst bestaat uit alinea’s.
» Een alinea gaat over één onderwerp.
» Als je een alinea leest, vraag je jezelf af:
    Waar gaat deze alinea over?
    Wat is het belangrijkste dat er staat?

Je hoeft dus niet alles te onthouden. Je zoekt wat het belangrijkste is.
Taalhulp
<div><ul><li>Deze alinea gaat over __________.</li><li>Het belangrijkste is dat __________.</li></ul></div>

Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Aan de slag
Lees verder op blz. 9

Lees de alinea's:
• Op de hoogte
• Veranderen
• Stemmen

Denk tijdens het lezen na over deze vraag:
Hoe kun jij invloed hebben in een democratie?

Maak vraag 5, 9 en 10
timer
20:00

Slide 12 - Tekstslide

Op de hoogte
Hier lezen ze waarom goede en betrouwbare informatie belangrijk is in een democratie.

Veranderen
Hier lezen ze dat je kunt meedenken en invloed kunt proberen uit te oefenen als je iets wilt veranderen.

Stemmen
Hier lezen ze hoe inwoners via verkiezingen invloed hebben.
Bewijs het!
Je krijgt zo een stelling over de tekst.

Werk samen met je schoudermaatje.

  • Lees de stelling.
  • Overleg samen: is de stelling WAAR of NIET WAAR?
  • Zoek bewijs in de tekst.
  • Hebben jullie samen een keuze gemaakt?

WAAR → Ga allebei staan.
NIET WAAR → Blijf allebei zitten.

Let op!
Jullie moeten kunnen uitleggen waarom jullie staan of blijven zitten.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bewijs het!
Stelling 1
  • In een democratie is het belangrijk dat mensen weten wat er in Nederland gebeurt. →
Stelling 2
  • In een democratie bepaalt de regering welke informatie mensen mogen krijgen. → 
Stelling 3
  • Als je iets wilt veranderen in Nederland, kun je daar zelf niets aan doen. → 
Stelling 4
  • Je kunt invloed hebben door te stemmen. → 
Stelling 5
  • Alleen mensen die in de politiek werken, kunnen invloed hebben op wat er in Nederland gebeurt. → 
Stelling 6
  • Vrije informatie en kunnen stemmen zijn belangrijk in een democratie. → 


WAAR
WAAR
NIET WAAR
NIET WAAR
WAAR
NIET WAAR

Slide 14 - Tekstslide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

EXIT TICKET

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag met je woordenboek
Je gaat verder met je eigen woordenboek maken.

» Eerst schrijf je het woord op, daarna zoek je de betekenis van het
   woord op.
» Je kunt hiervoor een online woordenboek of chat GPT gebruiken.
» De betekenis van het woord schrijf je in je eigen woorden op.
» Ook schrijf je een goede zin met het woord.

Slide 16 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies