TC 5.12 Hij wil graag fietsen-Zullen we gaan.

TC 5.12 Hij wil graag fietsen-Zullen we gaan?


1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

TC 5.12 Hij wil graag fietsen-Zullen we gaan?


Slide 1 - Tekstslide

Programma
Thema 5.12
Werkbladen 5.12 (e-mail schrijven)

Slide 2 - Tekstslide

Video 5.12 Hij wil graag fietsen. – Zullen we gaan?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Weet je nog?
Wat weet je nog van de werkwoorden mogen en moeten

Slide 5 - Tekstslide

Wanneer maak je een afspraak?

Slide 6 - Open vraag

Werkwoorden
  • Moeten en mogen (5.9)
  • Kunnen
  • Willen
  • Zullen

Je kunt een tweede werkwoord gebruiken. Gebruik dan het hele werkwoord. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Antwoorden
  1. laten gaan
  2. zijn
  3. willen horen
  4. zijn

Slide 9 - Tekstslide

Praat samen
  1. Je gaat graag uit eten. Je belt een vriend. Je doet een voorstel. Wat vraag je?
  2. Jij krijgt een moeilijke Nederlandse brief. Je gaat naar de Nederlandse buurman. Wat vraag je hem?
  3. Je hebt geen tijd om te koken. Wat vraag je je partner?
  4. Het is mooi weer. Je wilt iets leuks gaan doen met je vriendin. Wat vraag je?

Slide 10 - Tekstslide

Praat samen
  1. Je gaat graag uiteten. Je belt een vriend. Je doet een voorstel. Wat vraag je?
  2. Jij krijgt een moeilijke Nederlandse brief. Je gaat naar de Nederlandse buurman. Wat vraag je hem?
  3. Je hebt geen tijd om te koken. Wat vraag je je partner?
  4. Het is mooi weer. Je wilt iets leuks gaan doen met je vriendin. Wat vraag je?

Slide 11 - Tekstslide

Schrijfopdracht werkbladen 5.12
  1. Schrijf een e-mail aan een andere cursist met wie je samen gaat werken. Doe een voorstel om een afspraak te maken. Gebruik het werkwoord 'zullen'.
  2. Als je klaar bent, ruil je met je buurman/buurvrouw. Je geeft antwoord dat je dan kan. 
  3. Dan ruil je weer en heb je je mail weer terug. Je schrijft dat je moet afzeggen. Je doet een nieuw voorstel. Maak weer gebruik van 'zullen'. 

Slide 12 - Tekstslide

Terugblik

Slide 13 - Tekstslide

Tot de volgende les!

Slide 14 - Tekstslide